Zoekresultaten 11871-11880 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:296 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-919/AL/NN

    Het verzetschrift is buiten de verzettermijn ingediend en ontvangen. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in zijn verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2429

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster was tijdens haar eerste zwangerschap een keer positief op GBS getest en kreeg daarom bij die bevalling antibiotica toegediend, ook al werd zij bij een hertest GBS-negatief bevonden. Tijdens de tweede zwangerschap is bij 30 weken een GBS-kweek gemaakt die negatief was. Zij verwijt beklaagde dat er bij de tweede zwangerschap bij 35 – 37 weken opnieuw geen tweede GBS-kweek is gemaakt, dat er tijdens de bevalling geen antibiotica is toegediend en dat de communicatie in het voortraject en bij het ontslaggesprek gebrekkig is geweest. Het college is van oordeel dat beklaagde niet heeft gehandeld in strijd met de richtlijn ‘Intrapartum antibiotica op basis van risicofactoren bij early-onset neonatale infecties’. De richtlijn bespreekt niet of indien eerder in dezelfde zwangerschap al een kweek is afgenomen, deze bij 35-37 weken moet worden herhaald. Beklaagde heeft conform de richtlijn gehandeld door klaagster bij de bevalling geen antibiotica te geven. Beklaagde was tot de dag van de bevalling niet betrokken bij de prenatale zorg van klaagster en evenmin bij het ontslaggesprek, zodat haar dus geen verwijt over de communicatie kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:297 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-275/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht van advocatenkantoor over een advocaat. Klager heeft verweerder ingeschakeld om een deelgeschilprocedure jegens de verzekeraar van M., de cliënt van klager, aanhangig te maken. Klager verwijt verweerder dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is aan de vertegenwoordiger van klager verzocht toe te lichten of en zo ja in welk eigen belang klager zich door het in de klachtomschrijving bedoelde nalaten van verweerder getroffen achtte. Deze heeft in antwoord daarop medegedeeld dat hij een eigen en rechtstreeks belang bij de klacht heeft omdat indien zijn cliënt hem aanspreekt, klager vervolgens verweerder kan aanspreken. Voorts heeft klager medegedeeld dat hij ontvankelijk is in zijn klacht omdat verweerder is ingeschakeld door klager en niet door klagers cliënt. De raad stelt vast dat M. in deze procedure zowel door klager als verweerder is bijgestaan. De raad is van oordeel dat enkel M. in deze een rechtstreeks belang heeft. Klager zelf heeft slechts een afgeleid belang. Een rechtstreeks belang volgt niet uit hetgeen klager heeft aangevoerd. Daarbij acht de raad van belang dat klager de mogelijkheid noemt dat zijn cliënt hem kan aanspreken, maar dat die cliënt dat niet heeft gedaan. De raad verklaart klager derhalve niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.049

    C2021.049Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat er gerede twijfel bestaat over de vraag of klaagster als naaste betrekking met het indienen van de klacht de wil van de overleden patiënte vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt - onder verbetering van gronden - het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-991/DB/LI

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een arbeidzaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1065

    C2021/1065Klacht tegen bedrijfsarts. Klager maakt verweerder in verband met de zorg die hij als bedrijfsarts had moeten betrachten een aantal verwijten. De klachtonderdelen dat hij klager tot een onnodige operatie heeft gedwongen, dat hij zonder overleg met de behandelend specialist een verkeerde diagnose heeft gesteld, nalatig is geweest bij de re-integratie van klager en heeft geweigerd om klager beter te melden zijn in eerste aanleg gegrond verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege heeft ter zake aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van drie maanden opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het beroep van verweerder slaagt gedeeltelijk. Het Centraal Tuchtcollege acht alleen het klachtonderdeel dat verweerder nalatig is geweest bij de re-integratie gegrond en oordeelt dat de wijze waarop verweerder invulling heeft gegeven aan de zorg die hij in zijn functie van bedrijfsarts had behoren te betrachten, met name vanwege de gebrekkige communicatie en dossiervoering, de maatregel van berisping rechtvaardigt. Ook het Centraal Tuchtcollege gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3430

    Ongegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster was tijdens haar eerste zwangerschap een keer positief op GBS getest en kreeg daarom bij die bevalling antibiotica toegediend, ook al werd zij bij een hertest GBS-negatief bevonden. Tijdens de tweede zwangerschap is bij 30 weken een GBS-kweek gemaakt die negatief was. Zij verwijt beklaagde dat er bij de tweede zwangerschap bij 35 – 37 weken opnieuw geen tweede GBS-kweek is gemaakt, dat er tijdens de bevalling geen antibiotica is toegediend en dat de communicatie in het voortraject en bij het ontslaggesprek gebrekkig is geweest. Het college is van oordeel dat beklaagde niet heeft gehandeld in strijd met de richtlijn ‘Intrapartum antibiotica op basis van risicofactoren bij early-onset neonatale infecties’. De richtlijn bespreekt niet of indien eerder in dezelfde zwangerschap al een kweek is afgenomen, deze bij 35-37 weken moet worden herhaald. Beklaagde heeft conform de richtlijn gehandeld door klaagster bij de bevalling geen antibiotica te geven. Beklaagde was tot de dag van de bevalling niet betrokken bij de prenatale zorg van klaagster en evenmin bij het ontslaggesprek, zodat haar dus geen verwijt over de communicatie kan worden gemaakt. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.048

    C2021.048Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat er gerede twijfel bestaat over de vraag of klaagster als naaste betrekking met het indienen van de klacht de wil van de overleden patiënte vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt - onder verbetering van gronden - het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-933/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.076

    Herziening