Zoekresultaten 10151-10160 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 220146

    Appelverbod. Door klager zijn geen feiten of omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat hij bij de raad geen eerlijk proces heeft gehad. Het hof overweegt dat door de raad geen inbreuk is gemaakt op het beginsel van openbaarheid. Voor openbaarheid is, naast de vermelding daarvan in de beslissing, voldoende dat de beslissing openbaar was vanaf een bepaalde aan partijen tevoren bekend gemaakte dag, en dat de beslissing bij de griffie in geschreven vorm aanwezig was en zowel partijen als andere belanghebbenden inzage en afschrift ervan konden verkrijgen. Aan deze maatstaf voldoet de beslissing van de raad, nu de uitspraakdatum aan partijen is bekend gemaakt en de beslissing op die dag aan klager is toegezonden. Het beroep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:137 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-675/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. De onjuiste betekening van de kort geding dagvaarding kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden verweten omdat de correcte betekening van exploiten tot het domein van de deurwaarder behoort en niet is gebleken dat klager in zijn belangen is geschaad, nu klager tijdig van de kort geding dagvaarding heeft kennis genomen en het kort geding uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden. Niet gebleken dat verweerder in de kort geding dagvaarding onder randnummer 22 en in de memorie van antwoord onder de randnummers 19, 24 en 66 bewust onjuiste informatie heeft vermeld, noch dat hij de deken heeft misleid, noch dat hij klagers advocaat heeft bedreigd en geïntimideerd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:185 Raad van Discipline Amsterdam 22-355/A/A

    Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Hoewel de raad begrijpt dat het heel vervelend voor klager is geweest dat de zitting geen doorgang heeft gevonden, is niet komen vast te staan dat verweerster door middel van "een trucje" uitstel van die zitting heeft verkregen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:186 Raad van Discipline Amsterdam 22-075/A/A

    Ongegronde klacht over gedragsregel 15 lid 1. Niet verweerder, maar de kantoorgenoot van verweerder heeft de wederpartij van klager bijgestaan. Verweerder kan niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen en/of nalaten van zijn kantoorgenoot. Ter voorkoming van een nieuwe klachtprocedure heeft de raad wel een inhoudelijk oordeel gegeven over de vraag of de kantoorgenoot van verweerder in strijd met gedragsregel 15 lid 1 heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:35 Accountantskamer Zwolle 21/875 Wtra AK

    Klacht gegrond, berisping. Klacht tegen een accountant die een samenstellingsopdracht en een opdracht voor het opstellen van een rapport van feitelijke bevindingen heeft aanvaard en uitgevoerd voor een vennootschap waarvan het faillissement was aangevraagd. Klagers hebben veel en zeer specifieke klachtonderdelen aangedragen. De Accountantskamer komt tot het oordeel dat betrokkene bij de uitvoering van de samenstellingsopdracht onvoldoende professioneel kritisch is geweest. Hij had onder andere de continuïteitsveronderstelling van het bestuur van de vennootschap nader moeten onderzoeken en hij had bij het bestuur moeten aandringen om deze gekwantificeerd en gemotiveerd in de jaarrekening toe te lichten. Betrokkene heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Ook bij de aanvaarding en de uitvoering van de opdracht voor het opstellen van een rapport van feitelijke bevindingen heeft betrokkene in strijd met dit beginsel gehandeld. Betrokkene heeft niet overeenkomstig Standaard 4400N heeft gehandeld, doordat hij niet vooraf met alle in het rapport genoemde beoogde gebruikers overleg heeft gevoerd. Daarnaast zijn de in het rapport gebruikte bewoordingen te stellig en heeft hij in het rapport uitspraak gedaan over het object in zijn totaliteit.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:142 Hof van Discipline 's Gravenhage 210209

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft te laat hoger beroep ingesteld in de strafrechtelijke procedure van klager. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof zijn partijen tot een minnelijke regeling gekomen, die nadien is uitgevoerd. Gelet hierop vernietigt het hof de beslissing van de raad en verstaat dat op de klacht niet meer hoeft te worden beslist.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:182 Raad van Discipline Amsterdam 22-423/A/NH/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft belangrijke afspraken, informatie en feiten niet schriftelijk vastgelegd, excessief gedeclareerd en de klacht van haar cliënt over haar declaratie niet goed afgewikkeld. Dit raakt aan de kernwaarden deskundigheid en financiële integriteit. Daarmee wil de raad overigens niet zeggen dat verweerster geen integer persoon is. Het baart de raad zorgen dat verweerster weinig inzicht heeft getoond in haar eigen handelen. Het baart de raad ook zorgen dat verweerster op de zitting heeft verklaard dat zij het moeilijk heeft als er op de persoon wordt gespeeld en dat zij daarom het geschil over de declaraties heeft weggeschoven, alsof het niet bestond. De raad begrijpt dat verweerster zich, gelet op de nog lopende strafzaak, in een moeilijke situatie bevindt maar dat is geen reden om een zakelijk geschil over declaraties terzijde te schuiven. Hetgeen verweerster in deze zaak verweten wordt, raakt aan de gewone praktijkvoering en niet uitgesloten is dat deze zaak niet op zichzelf staat. Gelet op dit alles, en gelet op haar tuchtrechtelijke verleden, zal de raad aan verweerster een voorwaardelijke schorsing opleggen voor de duur van vier weken. De raad hoopt hiermee een duidelijk signaal aan verweerster te geven dat zij haar praktijkvoering moet gaan veranderen, ook om herhaling te voorkomen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:183 Raad van Discipline Amsterdam 22-333/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3779

    Klacht tegen een huisarts kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster is de wijkverpleegkundige van een voormalig patiënte van de huisarts. De huisarts besloot een melding te doen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd over de zorg die klaagster bood aan de patiënte. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar privacy en goede naam heeft geschonden door deze melding te maken. Het college is van oordeel dat klaagster als collega-zorgverlener geen concreet aan de individuele gezondheidszorg gerelateerd eigen belang heeft bij het indienen van de klacht. Er is geen sprake van dat de huisarts zich in het openbaar over klaagster heeft uitgelaten. Daarbij komt dat het college van oordeel is dat hij met het doen van deze melding juist zorgvuldig heeft gehandeld binnen de mogelijkheden die er op dat moment voor hem waren. Hij heeft zich op voorhand door deskundigen laten adviseren en heeft in zijn melding aangegeven wat hem bekend is geworden over de situatie van zijn voormalig patiënte en de mogelijke rol van klaagster daarbij. Naar het oordeel van het college heeft verweerder daarbij geen onnodig diskwalificerende of oncollegiale bewoordingen gebruikt. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:184 Raad van Discipline Amsterdam 22-096/A/A

    Ongegrond verzet.