Zoekresultaten 10161-10170 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3427

    Klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht tegen een huisarts. Verweerder is de huisarts van de ouders van klaagster. Klaagster verwijt de huisarts dat hij in een e-mail aan haar vader een oordeel heeft gegeven over haar mentale gesteldheid zonder haar gezien te hebben. Klaagster is niet klachtgerechtigd als patiënt. Hoewel klaagster familierechtelijk bezien ‘naaste’ is van haar vader, kan zij naar het oordeel van het college niet worden aangemerkt als een naaste betrekking in de zin van artikel 47 lid 1 onder a Wet BIG, omdat niet is gebleken dat klaagster als naaste op enige wijze betrokken was bij de behandeling van haar vader. Ook de tweede tuchtnorm is niet van toepassing. De e-mail van de huisarts kan naar het oordeel van het college niet worden gezien als een geneeskundige verklaring. Er zijn geen aanwijzingen dat de huisarts wist of kon weten dat zijn e-mail zou worden verspreid en/of ingebracht zou worden in de echtscheidingsprocedure van klaagster. Niet is gebleken dat de huisarts enig ander doel had dan zijn eigen patiënt desgevraagd te informeren over het contact dat hij met de dochter had gehad en hem gerust te stellen. Klaagster is niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:140 Hof van Discipline 's Gravenhage 220236H

    Herziening van beslissing op artikel 13 beklag (beklag tegen beslissing van de deken géén advocaat aan te wijzen op verzoek van klager). Ondanks dat herziening van een beslissing van het hof alleen mogelijk is op verzoek van een advocaat aan wie een maatregel is opgelegd, wijst de herzieningskamer het verzoek van verzoekster (particulier) toe. Het hof van discipline heeft namelijk het beginsel van hoor en wederhoor geschonden door niet alle processtukken te betrekken bij de beoordeling van het beklag. De herzieningskamer ziet aanleiding direct opnieuw te beslissen op het artikel 13-beklag, omdat het beklag ziet op een zaak waarin verzoekster verzocht om een cassatieadvocaat in de procedure waarin een cassatietermijn afloopt op 28 september 2022 (2 dagen na deze beslissing). De herzieningskamer verklaart het beklag gegrond. De deken had het verzoek ten eerste afgewezen, omdat verzoekster niet voldoende afwijzingsreacties van andere cassatieadvocaten had , maar verzoekster heeft die afwijzingen later alsnog aangeleverd. De tweede grond voor de afwijzende beslissing van de deken was dat het aan verzoekster was te wijten dat haar eerdere cassatieadvocaat zich teruggetrokken heeft uit de zaak. Uit de stukken blijkt echter dat verzoekster de lezing rondom de beëindiging van zijn dienstverlening gemotiveerd heeft betwist en dus de stellingen van die eerdere cassatieadvocaat niet gevolgd konden worden door de deken. De deken had dan ook geen grond tot afwijzing van het art. 13-verzoek van verzoekster. Het beklag is gegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:141 Hof van Discipline 's Gravenhage 220237H

    Herziening van beslissing op artikel 13 beklag (beklag tegen beslissing van de deken géén advocaat aan te wijzen op verzoek van klager). Ondanks dat herziening van een beslissing van het hof alleen mogelijk is op verzoek van een advocaat aan wie een maatregel is opgelegd, wijst de herzieningskamer het verzoek van verzoekster (particulier) toe. Het hof van discipline heeft namelijk het beginsel van hoor en wederhoor geschonden door niet alle processtukken te betrekken bij de beoordeling van het beklag. De herzieningskamer ziet aanleiding direct opnieuw te beslissen op het artikel 13-beklag, omdat het beklag ziet op een zaak waarin verzoekster verzocht om een cassatieadvocaat in de procedure waarin een cassatietermijn afloopt op 28 september 2022 (2 dagen na deze beslissing). De herzieningskamer verklaart het beklag gegrond. De deken had het verzoek ten eerste afgewezen, omdat verzoekster niet voldoende afwijzingsreacties van andere cassatieadvocaten had , maar verzoekster heeft die afwijzingen later alsnog aangeleverd. De tweede grond voor de afwijzende beslissing van de deken was dat het aan verzoekster was te wijten dat haar eerdere cassatieadvocaat zich teruggetrokken heeft uit de zaak. Uit de stukken blijkt echter dat verzoekster de lezing rondom de beëindiging van zijn dienstverlening gemotiveerd heeft betwist en dus de stellingen van die eerdere cassatieadvocaat niet gevolgd konden worden door de deken. De deken had dan ook geen grond tot afwijzing van het art. 13-verzoek van verzoekster. Het beklag is gegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:136 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-025/DB/OB

    Verzetzaak. Gegrond. Klacht tegen deken. Aanwijzen advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet. Onzorgvuldig.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4152

    Ongegronde klacht tegen een verloskundige. Na plaatsing van een spiraal door de verloskundige is de baarmoederwand van klaagster geperforeerd. De verloskundige kan niet worden verweten dat klaagster niet is gewezen op complicaties bij een spiraalplaatsing aangezien zij de telefonische voorlichting niet zelf heeft gedaan. Klaagster is voorts geïnformeerd met een bijsluiter. De verloskundige was op de hoogte van het verhoogde risico bij plaatsing, is voorzichtig te werk gegaan en er waren geen contra-indicaties. Hoewel de verloskundige voortaan beter het voelen van weerstand voor het plaatsen van de spiraal explicieter kan noteren, gaat het college met het medisch dossier ervanuit dat de verloskundige vóór de spiraalplaatsing wel weerstand heeft gevoeld. Het enkele ervaren van pijn tijdens een spiraalplaatsing is op zichzelf geen aanwijzing voor een perforatie. De verloskundige heeft nadat zij op de echo’s het spiraaltje onvoldoende in beeld kreeg, binnen een half uur nadat klaagster de praktijk had verlaten overleg gehad met haar collega. Zij heeft klaagster hierop gevraagd direct terug te komen en vervolgens adequate vervolgacties ingezet. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-723/DH/NH/W

    Wraking kennelijk ongegrond. Aan verzoeker is gecommuniceerd dat op zijn klacht bij voorzittersbeslissing zal worden beslist. Dit is slechts een voorlopig besluit en daarmee staat nog niet vast dat daadwerkelijk bij voorzittersbeslissing zal worden beslist Nu het slechts om een voorlopig besluit gaat, biedt dit geen grond voor gerechtvaardigde twijfel aan de onpartijdigheid van de tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-714/DH/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-493/AL/NN

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft als voormalige strafrechtadvocaat in de krant en in een documentaire gesteld dat zijn voormalige cliënt tegen verweerder gezegd zou hebben dat hij betrokken was bij de moord op een zevenjarig meisje. Verweerder heeft daarmee zijn geheimhoudingsplicht - één van de belangrijkste kernwaarden van de advocatuur - op een zeer ernstige wijze geschonden. Verweerder heeft jaren geleden, na overleg met de deken, deze kennis gedeeld met een officier van justitie. De recente schendingen dienden geen enkel gerechtvaardigd belang meer. De aard en de ernst van dit handelen van verweerder rechtvaardigen zonder meer de oplegging van een zware maatregel. Voorts acht de raad - mede gelet op het artikel in NRC waarin verweerder (ten onrechte) de indruk heeft gewekt dat hij niet meer op zijn handelen kan worden aangesproken omdat hij geen advocaat meer is - van belang dat de op te leggen maatregel in de richting van de beroepsgroep en de maatschappij ook een normbevestigend effect zal hebben. Gelet op het voorgaande is de raad van oordeel dat schrapping van het tableau de enige passende maatregel is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-917/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. In een echtscheidingszaak heeft verweerster in een verweerschrift geschreven dat de man een gokverslaving heeft. Verweerster had zich kunnen beperken tot de mededeling dat klager volgens haar cliënte veel gokt, zonder daaraan een kwalificatie of een conclusie, inhoudende een diagnose, te verbinden. De opmerking is onnodig grievend. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:139 Hof van Discipline 's Gravenhage 220237

    Beklag ex art. 13 Aw. Naar het oordeel van het hof blijkt uit de overgelegde stukken niet dat klaagster geen advocaat bereid heeft gevonden om te beoordelen of er juridische mogelijkheden bestaan om met enige kans op succes cassatie in te stellen. Beklag ongegrond.