Zoekresultaten 51-60 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:172 Raad van Discipline Amsterdam 26-556/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat. Verweerder is op geen enkele wijze inhoudelijk betrokken geweest bij de procedure van de religieuze ontbinding van het huwelijk van klager en diens ex-echtgenote. Verweerder kan tuchtrechtelijk niets worden verweten ten aanzien van de bevoegdheid van de joodse rechtbank, de zittingsdatum of de verstrekking van het dossier. Klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8544

    Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot vanklaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerster is als anesthesioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken haar meerdere verwijten over haar handelen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:203 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9216

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager is in het kader van zijn arbeidsongeschiktheid begeleid door een arbo-arts die onder supervisie van de bedrijfsarts werkte. Klager verwijt de bedrijfsarts dat zij onvoldoende invulling heeft gegeven aan haar verantwoordelijkheid als supervisor. De klachtonderdelen over de beëindiging begeleidingsrelatie, afhandeling van verzoek second opinion, invulling van de supervisie, en de klachtafhandeling zijn gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond. Berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:173 Raad van Discipline Amsterdam 26-622/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Het stond verweerder vrij om in het kader van de door klager gestarte civiele procedure tegen zijn cliënt bij de gemeente een BRP-uittreksel op te vragen vanwege het gerichte vermoeden dat klager niet meer stond ingeschreven bij een Nederlandse gemeente. De omstandigheid dat klager het met deze gang van zaken niet eens is en dat verweerder ook via andere routes aan deze informatie had kunnen komen, zoals klager heeft gesteld, betekent niet dat verweerder klachtwaardig heeft gehandeld door ervoor te kiezen navraag te doen bij de gemeente. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8916

    Klacht tegen radioloog kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als radioloog bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:174 Raad van Discipline Amsterdam 26-582/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in familierechtkwestie. Het stond verweerster in het belang van haar cliënte en op grond van de beschikbare informatie vrij om het OTS-verzoek en het verzoek van een RvdK-onderzoek in te dienen. De omstandigheid dat de rechtbank deze verzoeken heeft afgewezen, betekent niet dat verweerster door de indiening van deze verzoeken klachtwaardig heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8917

    Klacht tegen vaatchirurg kennelijk ongegrond. Patiënt (echtgenoot van klaagster 1 en vader van klaagster 2) is met spoed met de ambulance naar het ziekenhuis vervoerd op verdenking van een acuut gescheurd aneurysma aorta abdominalis (AAAA). Bij aankomst in het ziekenhuis is patiënt via de spoedeisende hulp (SEH) naar de afdeling radiologie gebracht voor een CT-scan en vervolgens naar de operatiekamer (OK) voor het uitvoeren van een EVAR (Endo Vasculaire Aneurysma Reparatie). Voordat patiënt geopereerd kon worden, is hij overleden. Verweerder is als dienstdoende vaatchirurg bij de opname van patiënt betrokken geweest. Klaagsters maken hem meerdere verwijten over zijn handelen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991

    Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072

    De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.