Zoekresultaten 41-50 van de 190 resultaten
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:17 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2024/32 en SHE/2025/08
- Datum publicatie: 24-10-2025
- Datum uitspraak: 19-05-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:17
De klacht gaat over de verkoop en economische levering van het appartement van klagers moeder in 2016 en het in 2017 gepasseerde levenstestament van klagers moeder. De voorzitter van de kamer heeft geoordeeld dat de klacht te laat is ingediend en heeft de klacht daarom wegens niet-ontvankelijkheid terstond afgewezen (SHE/2024/32). Klager heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dit verzet ongegrond verklaard (SHE/2025/8).
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:15 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/12
- Datum publicatie: 07-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:15
Klagers 1 en 2 verwijten de notaris dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij:1. een kwalitatieve verplichting in een splitsingsakte heeft opgenomen die in strijd is met artikel 6:252 lid 1 BW;2. deze verplichting vervolgens niet heeft opgenomen in de door hem verleden leveringsaktes. Klager 2 wordt niet ontvankelijk verklaard in de klacht, omdat hij deze niet tijdig heeft ingediend. De klacht van klager 1 wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:16 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/05 en 06
- Datum publicatie: 07-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:16
Klager is bij arrest veroordeeld om mee te werken aan de doorhaling van het/de ten behoeve van klaagster gevestigde hypotheekrecht(en). De toegevoegd notaris en de notaris hebben werkzaamheden verricht ten behoeve van de doorhaling. Klagers verwijten de notarissen dat zij daarbij hebben gehandeld in strijd met diverse op hen rustende plichten. De klachten worden ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/10
- Datum publicatie: 06-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:14
Klager verwijt de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de afwikkeling van erflaters nalatenschap. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. De notaris heeft het proces van afwikkeling van erflaters nalatenschap namelijk onvoldoende bewaakt, onvoldoende gecommuniceerd en daarbij onvoldoende invulling gegeven aan haar regiefunctie. Ook heeft zij slordige en vermijdbare fouten gemaakt (zoals het aanschrijven van iemand die geen erfgenaam is en diegene erflaters nalatenschap laten aanvaarden). Daarmee heeft de notaris gehandeld in strijd met haar notariële zorgplicht. Aan de notaris wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2025:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/25
- Datum publicatie: 06-10-2025
- Datum uitspraak: 29-09-2025
- ECLI:NL:TNORSHE:2025:13
Afgifte van onjuist afschrift van testament aan erflater, die zijn testament niet meer kon vinden. Een notarieel afschrift van een akte heeft dezelfde bewijskracht als de originele akte, zodat het van groot belang is om uitermate zorgvuldig te handelen als een afschrift wordt afgegeven. Betrokkenen moeten op de juistheid van de inhoud daarvan kunnen vertrouwen. Als de handelwijze van een medewerker van een notariskantoor is toe te rekenen aan een bepaald dossier, dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, geldt als uitgangspunt dat de betrokken (kandidaat-)notaris tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het dossier. Klacht gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 24-44 en 24-54
- Datum publicatie: 15-09-2025
- Datum uitspraak: 09-07-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:17
[A] heeft achteraf vernomen dat de door haar gehouden aandelen in zowel [G] als in [F] aan [B] zijn geleverd door twee akten van levering die door de notaris zijn gepasseerd. [A] was hiervan niet op de hoogte. Verder wordt de notaris verweten dat er zonder dat klaagster daarvan in kennis is gesteld een nieuwe gewijzigde koopoptie tot stand is gekomen waarin ten aanzien van het kantoorpand is bepaald dat klaagster aan vader en moeder een voorkeursrecht c.q. koopoptie verleent met betrekking tot het pand. Beide klachten zijn gegrond verklaard en aan de notaris is de maatregel van berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2025:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-8
- Datum publicatie: 15-09-2025
- Datum uitspraak: 09-07-2025
- ECLI:NL:TNORDHA:2025:18
Klager verwijt de notaris nalatig handelen. De notaris heeft vooraf de betaling toegezegd, hij heeft vervolgens bij het passeren gebruik gemaakt van de royementsvolmacht waarvoor betaling uitdrukkelijk als voorwaarde was gesteld, maar heeft gedurende al meer dan drie maanden niet uitbetaald en ook niet gereageerd op de brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager. Vast staat dat klager een directe aanspraak had op uitbetaling door de notaris van het bedrag aan de deurwaarder en dat de notaris dit zonder grond niet tijdig heeft betaald. Door dit nalaten en het niet adequaat reageren op brieven, e-mails en terugbelverzoeken van klager, heeft de notaris onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klager. Hij heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een notaris verwacht mag worden. De klacht is gegrond. In eerdere klachten zijn aan de notaris reeds de maatregelen van schorsing opgelegd voor respectievelijk één week, vier weken en één maand (in 2014, 2015 en 2019). De laatst opgelegde schorsing is weliswaar zes jaar geleden, maar de kamer constateert dat ook aan de eerdere klachtprocedures, het stelselmatig niet reageren ten grondslag lag. Er is dus sprake van een patroon van niet reageren. Het vertrouwen in het notariaat is hierdoor geschaad. De kamer legt de notaris de maatregel van schorsing voor de duur van zes weken op.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:18
Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 28-08-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:19
De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17
- Datum publicatie: 02-09-2025
- Datum uitspraak: 12-06-2025
- ECLI:NL:TNORAMS:2025:17
Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.