Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 2195 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:17 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/344161 KL RK 18-158 C/05/344161 KL RK 18-158a

    Betreft verzoek van een oud-notaris tot intrekking c.q. herziening van de beslissing van de voorzitter omtrent de waarneming in het vacante protocol van de oud-notaris. De voorzitter is van oordeel dat de benoeming van een waarnemer weliswaar kan worden aangemerkt als ordemaatregel, maar deze heeft niet het karakter van een voorlopige voorziening. In de wet op het notarisambt is, anders dan door de oud-notaris betoogd, geen op dit punt te voeren bodemprocedure voorgeschreven. Het instellen van hoger beroep is de aangewezen route om op te komen tegen een beslissing van de voorzitter van de kamer met betrekking tot de waarneming in een protocol. Dit staat ook met zoveel woorden in artikel 29 lid 3 Wna. Voorts heeft de oud-notaris onvoldoende gesteld en onderbouwd dat aan de eisen van herroeping op grond van artikel 382 Rv is voldaan. Tot slot heeft de oud-notaris onvoldoende onderbouwd dat aan de voorwaarden voor herziening is voldaan. Het verzoek is daarom afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:18 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/359820 KL RK 19-122

      De notaris is executeur in de nalatenschap van moeder. Klaagsters zijn twee dochters van moeder en erfgenaam. Op zijn verzoek heeft de notaris de sieraden van moeder in bewaring genomen op zijn kantoor. In april 2018 constateert de medewerker van de notaris dat er een aantal sieraden is ontvreemd uit de kluis van de notaris. De notaris heeft klaagsters in maart 2019 over de vermissing van de sieraden geïnformeerd.   Naar het oordeel van de kamer verwijten klaagsters de notaris terecht dat er bijna een jaar is verstreken tussen het moment dat de vermissing van de sieraden werd geconstateerd door de medewerker van de notaris en het moment dat klaagsters hierover door de notaris werden geïnformeerd. De notaris had de erfgenamen eerder kunnen en moeten informeren, hetgeen de notaris ook heeft erkend. Ook het verwijt van klaagsters dat het voor anderen dan de notaris kennelijk mogelijk is geweest om de sieraden ongemerkt uit de kluis te ontvreemden, is terecht. De notaris heeft aangevoerd dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de sieraden veilig waren opgeborgen, omdat de kluis voldoet aan alle voorschriften voor brand- en inbraakpreventie en alleen de notaris en zijn medewerkers toegang hebben tot de kluis. Uit de stukken blijkt dat de sieraden op verzoek van de notaris door hem in bewaring zijn genomen. Daarom rust op de notaris een verzwaarde zorgplicht, te meer omdat de sieraden ook een affectiewaarde voor de erfgenamen hebben. Omdat de doos met sieraden kennelijk voor anderen dan de notaris zelf toegankelijk was en de sieraden ongemerkt konden worden weggenomen, heeft de notaris zijn zorgplicht geschonden.   Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van berisping passend en geboden.   

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:12 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/50

    Samengevat verwijten klagers de notaris dat hij onjuist en klachtwaardig heeft gehandeld door aan hen geen afschrift of uittreksel te verstrekken van het dossier met betrekking tot de notariële volmacht van erflaatster, meer specifiek door aan hen geen afschrift of uittreksel te verstrekken van de aantekeningen van de bespreking tussen de oud-notaris, erflaatster en [klager 6] in april 2011. De notaris heeft volgens klagers gehandeld in strijd met zijn zorgplicht ten opzichte van de gezamenlijke erfgenamen van erflaatster en daarmee een voedingsbodem gegeven voor een geschil tussen de erfgenamen. De notaris heeft met een beroep op de notariële geheimhoudingsplicht geweigerd inzage te geven in het betreffende dossier en de van dat dossier deel uitmakende gespreksaantekeningen. De kamer volgt de notaris in zijn verweer. De kamer heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de notaris - die het protocol van de oud-notaris heeft overgenomen en ook met betrekking tot hetgeen vóór zijn ambtsperiode werd toevertrouwd en aan de bij zijn protocol behorende archieven werd toegevoegd een geheimhoudingsplicht heeft - zich in de gegeven omstandigheden ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht jegens klagers beroept. Bij dit oordeel weegt mee dat het ambtsgeheim niet beperkt is tot datgene wat zijn weerslag in een akte vindt. Ook hetgeen aan de oud-notaris schriftelijk of mondeling door erflaatster en/of [klager 6] is meegedeeld, valt in beginsel onder de geheimhouding, evenals de door de oud-notaris zelfgemaakte aantekeningen van gedachtewisselingen met erflaatster en [klager 6]. Nader onderzoek in het kader van deze klachtprocedure acht de kamer daarom niet noodzakelijk.        De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze ziet op het verzoek om het overleggen van stukken en de klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:13 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/46

    De klacht van het BFT bestaat uit de volgende onderdelen. I.        Onzorgvuldig handelen bij het passeren van het testament, het levenstestament en de algehele volmacht van moeder. De onzorgvuldigheid zit hem volgens het BFT in: A.     onvoldoende onderzoek naar de wilsbekwaamheid van moeder; B.     onvoldoende onderzoek naar de onafhankelijke wilsvorming van moeder; C.     schending van de informatieplicht; D.     onzorgvuldig handelen. II.     Onzorgvuldig handelen bij de afwikkeling van verschillende boedeldossiers. De onzorgvuldigheid zit hem volgens het BFT in: A.     onvoldoende communicatie/voortvarendheid/zorgvuldigheid; B.     schending van de informatieplicht/belehrung; C.     onzorgvuldige dossiervoering. De kamer verklaart alle klachtonderdelen gegrond. Naar het oordeel van de kamer zijn de feiten waarvan de notaris in de klachtonderdelen I A tot en met I D een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt zo ernstig dat een schorsing in de uitoefening van het ambt passend is. Het feit dat de door het BFT ingediende klachtonderdelen II A tot en met II C - die volgens het BFT met name illustratief zijn - gegrond worden verklaard, sterkt de kamer in het oordeel over de op te leggen maatregel. De kamer legt een schorsing voor de duur van twee weken op.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:14 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/47, 48 en 49

    Klagers verwijten de oud-notaris en twee notarissen dat zij ten aanzien van een ontwikkelingsproject onzorgvuldig hebben gehandeld. De verwijten houden in de kern het volgende in. ten aanzien van de oud-notaris en [mr. A] In de individuele akten van levering staan onduidelijkheden casu quo onjuistheden. Dit leidt tot discussie tussen de eigenaren over wat ze nu eigenlijk hebben gekocht en dus tot rechtsonzekerheid. Bij het opstellen van opeenvolgende akten van levering is de verdeling van de 86 aandelen in de mandeligheid niet bewaakt - als gevolg waarvan uiteindelijk niet alle 86 aandelen in de eigendom van de mandeligheid zijn verdeeld - en is geen rekening gehouden met de forse functiewijziging (van kantoor naar horeca) van één van de bedrijven aan de mandelige weg. ten aanzien van [mr. B] In de periode van mei 2018 tot het indienen van de klacht is [mr. B] tekortgeschoten in zijn zorgplicht en heeft hij nagelaten om adequaat te handelen en een oplossing te bereiken voor de problemen met betrekking tot de mandeligheid.  De kamer verklaart van de klacht alleen klachtonderdeel 1 jegens de oud-notaris gegrond. Vaststaat namelijk dat in de na de akten van (hoofd-/onder)splitsing door de oud-notaris gepasseerde akten van levering - waarbij de afzonderlijke 18 woonappartementen en de afzonderlijke 54 parkeerplaatsen in de parkeerkelder zijn (door)geleverd aan de betreffende kopers - de betreffende aandelen in de mandeligheid niet altijd juist staan vermeld. Dat op grond van de akte van hoofdsplitsing aan elk woonappartement en aan elke parkeerplaats in de parkeerkelder een aandeel in de mandelige weg met parkeerplaatsen is gekoppeld van 1/86e gedeelte, komt niet in iedere akte van levering tot uitdrukking. Hierdoor bestaat tussen klagers en de overige eigenaren van de mandelige weg en parkeerplaatsen onduidelijkheid over de omvang van hun aandeel in de mandeligheid. De kamer is van oordeel dat deze fouten de oud-notaris kunnen worden aangerekend. De door de oud-notaris erkende fouten in de omschrijving van de aandelen in de mandeligheid vinden hun oorsprong namelijk in de door hem zelf op 29 maart 2005 gepasseerde akte van hoofdsplitsing. De redactie van de in deze akte opgenomen bepaling met betrekking tot de aandelen in de mandelige weg en parkeerplaatsen blinkt niet uit in duidelijkheid. Hierbij speelt ook een rol dat voor de eigendom van de woningen en bedrijfsruimten de afzonderlijke aandelen in de mandeligheid niet nader zijn bepaald. Dat de akte van hoofdsplitsing op dit punt duidelijker had gemoeten, wordt bevestigd door het feit dat de oud-notaris genoemde fouten heeft gemaakt bij de uitponding van de appartementsrechten. Het gegrond verklaarde verwijt acht de kamer niet zodanig ernstig dat de oud-notaris daarvoor een tuchtrechtelijke maatregel moet worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/54

    Klager verwijt de kandidaat-notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de financiële afwikkeling van de overdracht van de aan hem en zijn ex-echtgenote in eigendom toebehorende woning. Volgens klager heeft de kandidaat-notaris, in strijd met de beschikkingen van de rechtbank en het hof, de gehele overwaarde aan de ex-echtgenote uitgekeerd. De kamer volgt de kandidaat-notaris in het door hem gevoerde verweer. De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris de zorgvuldigheid heeft betracht die een behoorlijk handelend kandidaat-notaris betaamt. Bij dit oordeel spelen met name de volgende omstandigheden een rol. a) Tussen klager en de kandidaat-notaris is niet in geschil dat het verkoopsaldo van de woning in beginsel aan klager en zijn ex-echtgenote toekomt, ieder voor de onverdeelde helft. b) Uit de door de kandidaat-notaris overgelegde stukken volgt dat er, voorafgaand aan de levering van de woning, op verzoek van de ex-echtgenote twee executoriale beslagen zijn gelegd ten laste van klager: 1. executoriaal beslag op de aan klager toekomende onverdeelde helft van de woning; en 2. executoriaal derdenbeslag onder het notariskantoor op de aan klager toekomende overwaarde van de woning. De kamer is van oordeel dat de ex-echtgenote op grond van de betreffende beschikkingen ten laste van klager executoriaal beslag kon leggen. Gesteld noch gebleken is dat klager de betreffende vorderingen van de ex-echtgenote al had voldaan. c) Uit de aan het notariskantoor betekende beslagexploten blijkt dat de betreffende beschikkingen aan klager waren betekend. d) De gemachtigde van klager heeft ter zitting erkend dat klager de op 29 mei 2019 door de kandidaat-notaris aan hem gemailde concept-nota’s heeft ontvangen. De kandidaat-notaris heeft klager steeds geïnformeerd over de stand van zaken en de wijze van uitbetaling van het verkoopsaldo van de woning. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:15 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/360330 KL RK 19-127

    Klager heeft zijn woning ‘kosten koper’ verkocht aan een koper. De notaris is door de koper van de woning belast met de levering. Op de nota van afrekening stond onder meer een te betalen bedrag van € 20,43 exclusief BTW vermeld voor ‘3x kosten overboeking’.   Klager verwijt de notaris dat hij klager kosten in rekening heeft gebracht die vallen onder het begrip ‘gebruikelijk werkzaamheden’. De gebruikelijke werkzaamheden zijn immers al in rekening gebracht bij de koper. Door de kosten van een drietal overboekingen ook nog eens bij klager als verkoper in rekening te brengen, factureert de notaris die werkzaamheden dus twee keer, aldus klager.   De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard en heeft hiertoe het volgende overwogen. In lijn met de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:2428) is de kamer van oordeel dat als in een koopovereenkomst is overeengekomen dat de kosten voor rekening van de koper komen, dat met zich brengt dat partijen mogen verwachten dat kosten waarvan niet in de koopovereenkomst concreet staat vermeld dat deze voor rekening van één van beide partijen komen, en deze kosten niet uitsluitend betrekking hebben op de persoon van de verkoper, in hun geheel voor rekening van de koper zullen komen. De door klager aangehaalde kosten van telefonische overboekingen hebben echter uitsluitend betrekking op werkzaamheden die enkel ten behoeve van hem als verkoper zijn verricht. Het gaat immers om overboekingen aan klager zelf, zijn hypotheekgever(s) dan wel aan de door klager ingeschakelde makelaar. Het is daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de notaris deze kosten bij klager als verkopende partij in rekening heeft gebracht. De kamer volgt het betoog van de notaris dat de aflosnota, de volmacht tot royement, de inschrijving daarvan in het kadaster en de kosten van de uitboeking onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Deze kosten behoren dan ook tot de gebruikelijke kosten van een doorhaling die bij de verkopende partij in rekening dienen te worden gebracht. De verkopende partij is immers verplicht om het verkochte te leveren vrij van hypotheek. Gelet op de verbondenheid tussen de verscheidene kostenposten had de notaris er voor kunnen kiezen om één allesomvattend tarief te hanteren en dit bij klager in rekening te brengen. In zijn streven naar transparantie heeft de notaris ervoor gekozen de diverse kostenposten uit te splitsen op de nota van afrekening. Hierdoor is bij klager de indruk ontstaan dat de notaris extra honorarium in rekening heeft gebracht. Dit is echter niet het geval. Naar het oordeel van de kamer is geen sprake van het tweemaal in rekening brengen van dezelfde werkzaamheden. Klager heeft dan ook de notaris volkomen ten onrechte bestempeld als zakkenvuller. In plaats van ongeoorloofd zakkenvullen is de notaris eerder - met de beste intentie - te transparant geweest. De kamer geeft de notaris dan ook in overweging om, ter voorkoming van verdere verwarring, een zogeheten lumpsumtarief te hanteren.    

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:16 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/365784 KL RK 20-19

    Voorzittersbeslissing m.b.t. waarneming vacant protocol.

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/368681 KL RK 20-44

     

  • ECLI:NL:TNORARL:2020:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/367817/KL RK 20-36 C/05/363629/KL RK 19-166a C/05/367817/KL RK 20-36a

      Voorzittersbeslissing ordemaatregel o.g.v. artikel 106 lid 1 Wna      In de beslissing van 19 februari 2020 heeft de kamer aan de notaris opgelegd de maatregel van ontzetting uit het notarisambt. Tegen die beslissing is hoger beroep ingesteld. Uit de beslissing van de kamer van 19 februari 2020 volgt naar het oordeel van de voorzitter dat onverminderd sprake is van een situatie in de zin van artikel 106 lid 1 Wna. Het gaat immers om een klacht van zeer ernstige aard. Bovendien is de voorzitter van oordeel dat er kennelijk gevaar bestaat voor benadeling van derden. Dit gevaar ontstaat door de combinatie van de zorgwekkende financiële situatie bij de notaris, eerdere en recente negatieve bewaringsposities, achterstanden in de afwikkeling van boedeldossiers en personele onderbezetting. De voorzitter heeft een ernstig vermoeden dat cliënten van het kantoor van de notaris benadeeld worden door de huidige situatie. Structurele oplossingen lijken niet voor handen, waardoor de problemen alleen maar ernstiger worden. De benoeming van een stille bewindvoerder voor een periode van 6 maanden heeft bij de notaris geen verbeteringen gebracht.   Gelet op het voorgaande heeft de voorzitter de notaris, aansluitend op de thans lopende schorsing op grond van artikel 103 Wna, met ingang van 10 april 2020 op grond van artikel 106 lid 1 Wna bij wijze van ordemaatregel in de uitoefening van het ambt geschorst voor de duur van de nog volgende rechtsgang tegen de beslissing van de kamer van 19 februari 2020.   De kamer dient deze ordemaatregel binnen vier weken na de datum van de beslissing van de voorzitter te bekrachtigen.