Zoekresultaten 51-60 van de 1592 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:162 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8555
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:162
Klacht tegen een verpleegkundige gegrond. Maatregel: berisping. Klaagster is binnen de GGZ ruim een jaar onder behandeling geweest bij de verpleegkundige. De verpleegkundige voerde wekelijks therapiegesprekken met klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij haar professionaliteit heeft overschreden door een grensoverschrijdende relatie met haar aan te gaan en (behandel)informatie van (ex-)cliënten te delen met klaagster. Het college oordeelt dat de verpleegkundige onvoldoende professionele distantie heeft in haar behandelrelatie met klaagster en zij haar beroepsgeheim heeft geschonden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:163 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8558
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:163
Klacht van de IGJ tegen een verpleegkundige gegrond. Maatregel: waarschuwing. De verpleegkundige werkte als begeleider en teamleider bij een instelling. De inspectie verwijt de verpleegkundige dat zij de professionele grenzen, die zij in acht behoort te nemen, heeft overschreden door gedurende de zorgrelatie met een cliënt privécontacten te hebben en direct nadat de zorgrelatie was beëindigd met deze cliënt een vriendschappelijke relatie aan te gaan. Klacht is gegrond. Er kan worden volstaan met een waarschuwing nu de verpleegkundige haar inschrijving in het BIG-register op eigen initiatief heeft laten doorhalen en zij bovendien al disciplinair gestraft is door haar vorige werkgever.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8078
- Datum publicatie: 18-12-2025
- Datum uitspraak: 16-12-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:164
Klacht tegen een verpleegkundige gegrond. Maatregel: schorsing, bijzondere voorwaarden. De verpleegkundige werkte op een gesloten opname-afdeling van een GGZ-instelling. De klacht is ingediend door de werkgever van de verpleegkundige. De verpleegkundige is een affectieve en seksuele relatie met een zeer kwetsbare patiënte aangegaan tijdens haar dienstverband, klacht is gegrond. Het college rekent het de verpleegkundige aan dat zij niet verschenen is in deze procedure en tegenover het college geen (zelf)inzicht heeft getoond in haar handelen. Maar mede gelet op de jonge leeftijd, onervarenheid en gebrek aan werkbegeleiding legt het college een schorsing van negen maanden op, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan de schorsing zijn bijzondere voorwaarden verbonden op het gebied van nascholing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2558
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:221
Ongegronde klacht tegen een psychiater. De dochter van klaagster is door suïcide overleden. De dochter van klaagster is drie keer opgenomen in een instelling voor mensen met een lichtelijk verstandelijke beperking. De psychiater was tijdens deze opnames betrokken bij de zorg voor de dochter. Klaagster verwijt de psychiater dat hij geen goede en adequate zorg heeft geleverd wat betreft de diagnose, de medicatie en de klachten van haar dochter. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:215 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2673
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:215
Klagers verbleven in 2012 met hun twee minderjarige dochters in een AZC. Klagers en hun jongste dochter zijn verschillende keren bij de praktijkverpleegkundige van het AZC geweest en eenmaal bij de huisartsenpost. Op twee momenten heeft de praktijkverpleegkundige over het ingezette beleid contact gehad met de huisarts. De dag na het bezoek aan de huisartsenpost is het gezin overgeplaatst naar een detentiecentrum in verband met uitzetting. Nadat het gezin is uitgezet naar bleek zeer kort na aankomst de jongste dochter aan lymfoblastaire leukemie te lijden, waaraan zij in 2014 is overleden. Klagers verwijten de arts dat hij tekort is geschoten in de zorg aan de jongste dochter door onvoldoende onderzoek te hebben verricht, ten onrechte niet doorverwezen te hebben en niet de juiste diagnose gesteld te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7297
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:145
Deels gegronde klacht huisarts. Klaagster, haar ex-partner en hun minderjarige dochter waren patiënt bij de huisarts. Klaagster verwijt verweerder dat hij de ex-partner zou hebben geadviseerd een melding te doen bij Veilig Thuis. Klaagster verwijt verweerder dat hij de gestelde zorgsignalen niet heeft getoetst alvorens te melden. Volgens klaagster heeft verweerder de KNMG-Meldcode niet gevolgd. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij haar zonder reden zou hebben geadviseerd een andere huisarts te zoeken en dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat zij haar medisch dossier zou hebben gemanipuleerd. Verweerder heeft de dochter doorverwezen voor specialistische hulp zonder toestemming van klaagster. College oordeelt het laatste klachtonderdeel gegrond, de overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:222 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2559
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:222
Klacht tegen een GZ-psycholoog. De dochter van klaagster is door suïcide overleden. De dochter van klaagster is drie keer opgenomen in een instelling voor mensen met een lichtelijk verstandelijke beperking. De GZ-psycholoog was tijdens de laatste opname als hoofdbehandelaar betrokken bij de zorg voor de dochter. Klaagster verwijt de GZ-psycholoog dat zij geen adequate zorg en begeleiding heeft geboden en na het weglopen van haar dochter niet direct alarm heeft geslagen en de politie heeft ingeschakeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:216 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2674
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:216
Klagers verbleven vanaf in 2012 met hun twee minderjarige dochters in een AZC. Klagers en hun jongste dochter zijn verschillende keren bij de praktijkverpleegkundige van het AZC geweest en eenmaal bij de huisartsenpost. De dag na het bezoek aan de huisartsenpost is het gezin overgeplaatst naar een detentiecentrum in verband met uitzetting. De jongste dochter is daar gezien door de arts. Het gezin is drie dagen later uitgezet, waar zeer kort na aankomst bleek dat de jongste dochter aan lymfoblastaire leukemie leed. Zij is in 2014 overleden. Klagers verwijten de arts dat hij tekort is geschoten in de zorg aan de jongste dochter door onvoldoende onderzoek te hebben verricht, ten onrechte niet doorverwezen te hebben en niet de juiste diagnose gesteld te hebben. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het eens met deze beslissing en verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7853
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:146
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen de psychiater die een aantal maal contact met klager heeft gehad. Klager was onder behandeling bij een zorgaanbieder en eerste behandelcontact was een gz-psycholoog tegen wie klager eerder een klacht had ingediend. De onderhavige klacht kan niet los worden gezien van de klacht tegen de behandelend gz-psycholoog. Het college heeft de klacht tegen deze gz-psycholoog eerder kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het college oordeelt dat klager zijn klacht heeft ingediend met het uitsluitend oordeel een contactverbod te omzeilen en om de behandelaar te bedreigen. Het college oordeelt dat de onderhavige zaak met hetzelfde doel is ingediend en dat de bedreigingen zich richten op de gz-psycholoog en de beklaagde psychiater
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2782
- Datum publicatie: 17-12-2025
- Datum uitspraak: 17-12-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:223
Klacht tegen een tandarts. Klager verwijt de tandarts onder meer dat hij geen passende prothese in de bovenkaak van klager heeft geplaatst, geen juiste oplossing heeft gevonden voor een loszittende noodkroon en meermalen het behandelplan heeft gewijzigd. Klager is ook ontevreden over de handelwijze van de Geschilleninstantie Mondzorg. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft klager, voor zover de klacht betrekking heeft op het handelen van de Geschilleninstantie Mondzorg, niet-ontvankelijk verklaard. Dat college heeft de klachtonderdelen die gaan over het handelen van de tandarts kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.