Zoekresultaten 71-80 van de 1301 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:58 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2841

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster is een voormalig patiënt van de tandarts. Zij klaagt onder meer over de gang van zaken bij het verstrekken van haar patiëntendossier, de kwaliteit van de door de tandarts verleende zorg en de dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor wat betreft de dossiervoering en het niet maken van een röntgenfoto voorafgaand aan een wortelkanaalbehandeling gegrond verklaard en bepaald dat aan de tandarts geen maatregel wordt opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde oordeel en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:52 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2846

    De radioloog heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam van 7 mei 2025 waarin aan hem een berisping is opgelegd met daarbij de bepaling dat deze maatregel, zodra de beslissing onherroepelijk is geworden, op grond van artikel 48 lid 11 Wet BIG zal worden aangetekend in het BIG-register en aldus openbaar zal worden gemaakt. Het beroep is beperkt tot de openbare publicatie van de maatregel. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van de radioloog gegrond verklaren en de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op dat punt vernietigen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:59 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2861

    Ongegronde klacht tegen een chirurg. Na een fietsongeluk in 2022 belandde klager in het ziekenhuis met een kniebreuk. Hij is door de chirurg aan zijn knie geopereerd. Na de operatie ging klager voor revalidatie naar een zorgpension. Twee weken later werd klager met spoed in het ziekenhuis opgenomen en werd bij hem trombose in het geopereerde been en in de longen (ruiterembolus), en een herseninfarct vastgesteld. Klager vindt onder andere dat de chirurg onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen om trombose te voorkomen en hem ten onrechte niet heeft voorgelicht over trombose als mogelijke complicatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:53 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2847

    Klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is begin 2022 vanwege pijn en een zwelling in de rechterborst verwezen naar de afdeling radiologie van een ziekenhuis. Na verergering van de klachten is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie verwezen. Er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en herhaaldelijk drainages verricht. Steeds werd uitgegaan van galactocèles. Klaagster is door de chirurg doorverwezen naar de plastisch chirurg ter verwijdering van deze galactocèles. Uiteindelijk bleek zij een zeldzame vorm van een agressieve borstkanker te hebben. Zij is in 2025 overleden. De plastisch chirurg wordt onder meer verweten dat in de differentiaaldiagnose ‘mammacarcinoom’ had moeten worden vermeld en dat hij de operatie onjuist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart deze klachtonderdelen gegrond en legt de plastisch chirurg een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor zover daarbij de bedoelde klachtonderdelen gegrond zijn verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing is opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:60 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2911

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster is ontevreden over de behandeling van de tandarts. Zij maakt de tandarts verschillende verwijten over de behandeling van de loszittende kroon op een implantaat in het gebit van klaagster en over nalatigheden bij het bijhouden van het dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht volledig gegrond en legt aan de tandarts de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel b) alsnog ongegrond, verwerpt het beroep voor het overige en verstaat dat de maatregel van waarschuwing gehandhaafd blijft.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:54 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2871

    Klager is sinds juli 2022 werkzaam als accountmanager bij E.. Per 21 juni 2023 heeft klager zich ziekgemeld. De bedrijfsarts i.o, werkzaam bij F., heeft klager in zijn ziekteverzuimperiode begeleid. Klager verwijt de bedrijfsarts i.o, in meerdere klachtonderdelen, dat zij niet op de juiste wijze heeft gehandeld bij de verzuimbegeleiding. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep tegen die beslissing. Het incidenteel beroep van de bedrijfsarts i.o. slaagt, in die zin dat het Centraal Tuchtcollege klager alsnog niet-ontvankelijk verklaart in klachtonderdeel j (het niet melden van PTSS als beroepsziekte).

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8875

    Tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel: De beroepsbeoefenaar, arts, heeft de bijzondere voorwaarden die het CTG deze beroepsbeoefenaar eerder had opgelegd, niet nageleefd. De beroepsbeoefenaar heeft - hoewel hij al niet meer in het BIG-register ingeschreven stond als bedrijfsarts, maar als arts - onduidelijkheid hierover laten bestaan. Ook heeft hij onder andere onduidelijkheid laten bestaan over het werken onder supervisie en de IGJ niet tijdig en onvoldoende geïnformeerd. De IGJ heeft het college verzocht om een tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde maatregel. De beroepsbeoefenaar erkent dat hij de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd en vraagt een tweede kans.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8382

    Kennelijk ongegronde klacht van de werkgever van een medewerkster tegen verweerder, bedrijfsarts. Verweerder heeft de medewerkster begeleid bij haar ziekteverzuim en haar vervolgens arbeidsgeschikt bevonden. Klager verwijt verweerder dat verweerder de medewerkster arbeidsgeschikt heeft bevonden ondanks de afspraak tussen klager en verweerder dat de medewerkster arbeidsongeschikt zou zijn. Deze afspraak is niet gebleken en de organisatorische problemen van klager zijn geen onderdeel van de beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van de medewerkster. Ook verwijt klager verweerder een belangenverstrengeling vanwege een aandelentransactie tussen de arbodienst waarvoor verweerder werkzaam is en de verzuimverzekering van klager. Deze belangenverstrengeling is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7808

    Deels gegronde klacht van werkneemster over verweerder. Verweerder, arbo-arts, heeft klaagster begeleid na de ziekmelding van klaagster. Klaagster verwijt verweerder dat hij de COPD-klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, geen medische informatie heeft opgevraagd bij de huisarts van klaagster en geen verslagen of adviezen van fysieke consulten heeft opgesteld, ook niet na verzoek daartoe. Verweerder adviseerde klaagster re-integratie terwijl hij klaagster niet had gezien en klaagster aangaf daartoe niet in staat te zijn. Ook verwijt klaagster dat verweerder geen mediation heeft geadviseerd en niet heeft gereageerd op het verzoek om een second opinion.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8505

    Volgens klager heeft hij niet alle voorgeschreven medicatie ontvangen. In de apotheek is hem ten onrechte meegedeeld dat hij deze al uit de afhaalautomaat had opgehaald, waarna de medicatie zou zijn geannuleerd. Klager ziet dit als nalatigheid van de apotheker. De apotheker voert verweer en voert aan dat zij de situatie met klager wilde bespreken, maar dat klager direct aangaf de formele tuchtrechtelijke route te willen volgen.Het college oordeelt in raadkamer dat de klacht kennelijk ongegrond is.