Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 62 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:191 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.059

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:192 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2022/1461

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klaagster heeft de verzekeringsarts verzocht om in het kader van een beroepsprocedure tegen een beslissing van het UWV over haar WIA-uitkering een onafhankelijke expertise op te stellen. De verzekeringsarts heeft aan dit verzoek voldaan en heeft eerst onderzoek uitgevoerd. Hij heeft daartoe een deel van het medisch dossier van klaagster bestudeerd en heeft, gelet op de toen geldende coronabeperkingen, klaagster via videobellen gesproken. Op basis hiervan heeft hij zijn rapportage uitgebracht. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij 1) op onzorgvuldige wijze een rapportage heeft opgesteld en 2) haar onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klaagster heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.056

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Klager heeft eerder tegen verweerster een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal tuchtcollege heeft deze tuchtklacht toen afgewezen. Klager heeft tegen die beslissing geen beroep ingesteld. Na verloop van de beroepstermijn is deze beslissing onherroepelijk geworden. Klager heeft vervolgens opnieuw een tuchtklacht ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager op grond van ne bis in idem niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege beslist ook dat klager niet-ontvankelijk is, maar wel op deels andere gronden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:189 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.057

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:190 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.058

    Klacht van oogarts tegen collega-oogarts. Klager werkte in een maatschap oogheelkunde in een ziekenhuis. In de samenwerking met de andere maten zijn op enig moment problemen ontstaan, omdat de overige maten vonden dat er bij klager sprake was van disfunctioneren. Uiteindelijk heeft klager de maatschap verlaten. Verweerster was een van de oogartsen in die maatschap. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat er geen sprake is van een concreet eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat klager deels niet-ontvankelijk is op grond van verjaring en acht de klacht verder onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle |2022/4164

    Klacht tegen tandarts. Klaagster was patiënte van de aangeklaagde tandarts. Nadat zij betrokken was geweest bij een ruzie waarbij ook de dochter van de tandarts betrokken was, heeft de tandarts per direct de behandelingsovereenkomst met haar beëindigd. Ook stuurde hij hierover een e-mail naar de moeder van klaagster. Klaagster verwijt de tandarts dat deze haar zorg heeft onthouden en de behandelingsovereenkomst niet op de juiste wijze heeft beëindigd. Ook verwijt klaagster de tandarts dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de inhoud van het e-mailbericht aan haar moeder. Het college verklaart de klacht geheel gegrond en legt hiervoor een berisping op.  

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3924

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager stelt dat de verpleegkundige zijn beroepsgeheim heeft geschonden door met de psychiater – die klager heeft gezien in verband met een psychiatrisch onderzoek bij het CBR – te spreken over zijn alcoholgebruik. Klager heeft een toestemmingsformulier getekend maar was in de veronderstelling dat er enkel gesproken zou worden over de behandeling van zijn psychiatrische diagnose en niet over zijn alcoholgebruik. Het college overweegt dat er een door klager getekend toestemmingsformulier aanwezig is in de stukken. Dit toestemmingsformulier geeft de verpleegkundige toestemming om medische gegevens uit te wisselen aan de keurende psychiater. Het college volgt het verweer van de verpleegkundige dat alcoholconsumptie een onderdeel is van de psychiatrische diagnose en behandeling. Nu er sprake was van toestemming van klager, heeft de verpleegkundige zijn beroepsgeheim niet geschonden door te spreken over de alcoholconsumptie van klager. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3951

    Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij meermaals en gedurende een langere periode professionele grenzen heeft overschreden door een erfenis van patiënte te aanvaarden. Door de erfenis te aanvaarden heeft de verpleegkundige grenzen overschreden zoals die voortvloeien uit artikel 2.4 van de Beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden (V&V 2015) en artikel 7:453 BW. Voorts kan de verpleegkundige worden verweten dat zij ondanks verzoeken van de inspectie daartoe geen inzage in het dossier van patiënte heeft verstrekt. In dit geval wordt aangenomen dat sprake is van een zwaarwegend belang, op grond waarvan de verpleegkundige inzage in haar dossier had moeten verstrekken. Ook heeft de verpleegkundige ‘slechts summier’ meegewerkt met het onderzoek dat door de inspectie is gedaan. Het college overweegt dat indien de inspectie onderzoek doet, een hulpverlener verplicht is om medewerking te verlenen. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. De verpleegkundige heeft er geen blijk van gegeven te reflecteren en zich toetsbaar op te stellen. Schorsing voor de duur van zes maanden.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3708

    Klacht tegen gz-psycholoog in tbs-instelling. De klacht gaat over de plaatsing op een bepaalde afdeling, de aanvraag van een EVBG-status en de longstay-aanvraag. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1172

    Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager in zijn klacht niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager ter zitting behandeld. Na sluiting van het onderzoek ter zitting is gebleken dat dit onderzoek door de afwezigheid van de specialist ouderengeneeskunde niet volledig kon zijn. Het Centraal Tuchtcollege acht zich hierdoor onvoldoende geïnformeerd om tot een oordeel te komen. In verband hiermee wordt het onderzoek ter zitting in deze zaak heropend en geschorst. Tussenbeslissing.