Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 42 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1012 - 1013

    C2021/1012 en C2021/1013Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich gemeld bij de huisartsenpost (hap) waar een collega van verweerder de werkdiagnose niersteenkoliek heeft gesteld en pijnstilling heeft gegeven. Klager is vervolgens overgedragen aan verweerder die morfine heeft toegediend met als doel de pijn zodanig te verlichten dat nader onderzoek mogelijk was. Klager is vervolgens in slaap gevallen en heeft de hap na enige uren verlaten zonder dat nader onderzoek heeft plaatsgevonden. Een aantal dagen later is bij klager, na doorverwijzing door zijn eigen huisarts naar een uroloog, een langer bestaande torsio testis geconstateerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij klager onvoldoende zorg heeft geboden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, aan verweerder een waarschuwing opgelegd en hem veroordeeld in de proceskosten. Beide partijen hebben tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door na te laten de huisarts van klager over zijn bezoek aan de huisartsenpost in te lichten, verwerpt de beide beroepen en bekrachtigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, onder aanvulling van gronden. De maatregel van waarschuwing blijft gehandhaafd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.138

    C2020.138 Klacht tegen psychiater en een arts in opleiding (AIOS) tot psychiater. De beklaagde psychiater heeft (als supervisor van de AIOS psychiatrie) een Pro Justitia rapportage over klaagster opgesteld. Klaagster heeft geen medewerking verleend aan het Pro Justitia onderzoek. De rapportage is een zogenoemde ‘weigerrapportage’. Klaagster verwijt de psychiater dat hij (als supervisor) tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door een gewoon kritisch burger te beschadigen, onwaarheden te melden en smaad en laster te plegen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:2 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.028

    C2021.028 Klacht tegen een arts. De beklaagde arts is werkzaam bij een landelijke arbodienst. Hij heeft klaagster diverse malen op het spreekuur gezien, zowel voor haar eerste ziekmelding als daarna. Op enig moment is klaagster hersteld gemeld en heeft zij haar werkzaamheden weer volledig hervat. Ruim een jaar later wilde klaagsters werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden. Daarna heeft klaagster zich opnieuw ziekgemeld. De arts concludeerde dat de oorzaak van de ziekmelding was gelegen in een arbeidsconflict. Klaagster heeft daarna gewerkt en heeft zich vervolgens weer ziekgemeld. De arts heeft klaagster toen weer op spreekuur gezien en testen afgenomen en is bij zijn eerdere conclusie gebleven. Klaagster verwijt de arts dat hij een verkeerde dan wel onvolledige diagnose heeft gesteld, hij klaagster onzorgvuldig en partijdig heeft begeleid tijdens het re-integratie-traject, dat hij onjuiste informatie heeft verschaft en dat hij de behandelend psychiater heeft buitengesloten. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1011

    C2021/1011Klacht tegen huisarts. Klager heeft zich gemeld bij de huisartsenpost waar verweerder de werkdiagnose niersteenkoliek heeft gesteld en pijnstilling heeft gegeven. Klager is vervolgens overgedragen aan een collega van verweerder. Een aantal dagen later is bij klager, na doorverwijzing door zijn eigen huisarts naar een uroloog, een langer bestaande torsio testis geconstateerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende onderzoek en behandeling en onzorgvuldige overdracht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.139

    C2020.139 Klacht tegen psychiater en een arts in opleiding (AIOS) tot psychiater. De beklaagde AIOS psychiatrie heeft (onder supervisie van de psychiater) een Pro Justitia rapportage over klaagster opgesteld. Klaagster heeft geen medewerking verleend aan het Pro Justitia onderzoek. De rapportage is een zogenoemde ‘weigerrapportage’. Klaagster verwijt de AIOS psychiatrie dat zij (onder supervisie van de psychiater) tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door een gewoon kritisch burger te beschadigen, onwaarheden te melden en smaad en laster te plegen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:3 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.287

    C2020.287Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht betreft de behandeling van de overleden schoonmoeder van klager, die sinds 2009 op de somatische afdeling van een verpleeghuis verbleef en in 2014 na de diagnose alzheimer op basis van een artikel 60 BOPZ-status is overgeplaatst naar de psychogeriatrische afdeling. Op enig moment is de specialist ouderengeneeskunde gevraagd patiënte te beoordelen in verband met de verdenking van een urineweginfectie. De specialist ouderengeneeskunde schrijft medicatie voor. Drie dagen later heeft de specialist ouderengeneeskunde patiënte opnieuw bezocht in verband met onder meer een afhangend gelaat naar links. De specialist ouderengeneeskunde noteert als conclusie in het dossier: verdenking TIA/CVA, natuurlijk beloop afwachten. Klager verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zij niet adequaat heeft gehandeld door patiënte ten onrechte niet door te verwijzen naar een neuroloog voor het maken van een CT-scan.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht over het niet informeren van klager over de verdenking TIA/CVA en de beslissing om patiënte niet in te sturen gegrond, verklaart de klacht voor het overige ongegrond en legt aan de specialist ouderengeneeskunde de maatregel van waarschuwing op. De specialist ouderengeneeskunde heeft beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit beroep gegrond en wijst de gegrond verklaarde klachtonderdelen alsnog af. De maatregel van waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.041

    C2021.041Klacht tegen verpleegkundige. De echtgenoot van klaagster heeft een CVA doorgemaakt waardoor hij links halfzijdig verlamd is geraakt. Na een revalidatietraject is hij weer thuis komen wonen. Beklaagd is verpleegkundige en werkzaam bij een thuiszorgorganisatie. Zij is vanaf het begin bij de zorg betrokken geweest. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan diverse vormen van grensoverschrijdend gedrag, waaronder: het aantal zorgmomenten en de duur daarvan terugbrengen vanwege de zelfredzaamheid van patiënt en de aanwezigheid van klaagster als mantelzorger, klaagster een spreekverbod opleggen en het verzoek dat klaagster tijdens de zorgmomenten naar boven moest gaan, EVVér blijven ondanks herhaalde verzoeken om vervanging, ongevraagd advies geven en geen zorg te verlenen na opzegging van het contract en overdracht aan een nieuwe thuiszorgorganisatie.Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht deels kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:4 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.215

    C2020.215 Klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts was werkzaam bij een arbodienst en was ten tijde van het handelen waarover wordt geklaagd werkzaam als supervisor van de aangeklaagde arts in de zaak C2020.189. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij tekort is geschoten in de supervisie ten aanzien van het door die arts verrichte consult en diens diagnose van klager. Hiertoe voert klager o.a. aan dat de bedrijfsarts er geen zorg voor heeft gedragen dat de supervisie door de bedrijfsarts op die arts als basisarts bij klager kenbaar was, en dat hij als supervisor ten onrechte geen vinger aan de pols heeft gehouden op de handelwijze van die arts jegens klager. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 gegrond, legt aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op en wijst klachtonderdeel 2 af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.032

    C2021.032 Klacht tegen huisarts. Klager dient een klacht in over de behandeling door de huisarts van zijn inmiddels overleden echtgenote. Patiënte was geopereerd aan een hersentumor. Patiënte heeft daarna een aantal keren de huisartspraktijk bezocht vanwege pijn op de borst en rugklachten. Er volgt een ziekenhuisopname en daarna palliatieve zorg thuis, waarvoor een verpleegkundig specialist verbonden aan de huisartspraktijk bij de zorg wordt betrokken (taakherschikking). De klacht houdt in dat de huisarts heeft nagelaten voldoende onderzoek te verrichten naar de oorzaak van de rugklachten, geen nader radiodiagnostisch onderzoek heeft laten doen, heeft geweigerd zelf een huisbezoek af te leggen en onvoldoende terminale zorg heeft verleend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:5 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.202

    C2020.202Klacht tegen jeugdverpleegkundige. Klagers zijn de ouders en tante van inmiddels overleden vader. De jeugdverpleegkundige was via het consultatiebureau betrokken bij het gezin van de vader en de moeder sinds de geboorte van het oudste kind in 2014. In 2015 is het tweede kind geboren. Na signalen van betrokken hulpverleners, waaronder de kraamverzorgende, is de jeugdverpleegkundige eind oktober 2015 op huisbezoek geweest. Toen is afgesproken dat de vader en de moeder een plan van aanpak zouden opstellen. Op enig moment heeft jeugdverpleegkundige met de moeder veiligheidsafspraken gemaakt. Deze afspraken hielden onder meer in dat de moeder niet de deur voor de vader of schoonfamilie zou opendoen en alle contact met de schoonfamilie zou verbreken/negeren. Halverwege november 2015 is de vader overleden aan een overdosis.Klagers verwijten de jeugdverpleegkundige dat zij:1. ten onrechte een contactverbod heeft opgelegd;2. ten onrechte medische behandelinformatie over vader heeft gebruikt;3. ten onrechte vader geen gelegenheid heeft gegeven zijn zienswijze te geven;4. ten onrechte het familienetwerk niet heeft geïnformeerd;5. ten onrechte vader niet heeft geïnformeerd;6. ten onrechte niet is nagegaan of er hulp aan vader werd geboden; en7. zich ten onrechte heeft voorgedaan als jeugdprofessional.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht, met uitzondering van klachtonderdelen 4. en 7. gegrond en legt aan de jeugdverpleegkundige de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal beroep van de jeugdverpleegkundige en verklaart het incidenteel beroep van klagers ten aanzien van klachtonderdeel 4. gegrond en verklaart klachtonderdeel 4. alsnog gegrond. Het Centraal Tuchtcollege houdt de maatregel van berisping in stand.