Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 84 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:207 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1026

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft een bedrijfsongeval meegemaakt (kreeg tijdens het werk een glazen deur tegen zijn linker-slaap). Klager heeft zich daarna regelmatig ziekgemeld op het werk. Beklaagde is bedrijfsarts en heeft klager beoordeeld. Klager verwijt beklaagde dat hij: a. op basis van onzorgvuldig onderzoek een ongefundeerd advies heeft opgesteld; b. informatie van andere artsen buiten beschouwing heeft gelaten, waaronder het advies van de UWV-arts; c. de arbeidsongeschiktheid onjuist heeft beoordeeld; d. klager niet heeft doorverwezen naar een andere bedrijfsarts dan wel andere beroepsgenoot voor een second opinion; e. niet gereageerd heeft op de herhaalde verzoeken om informatie van klagers jurist; f. zich niet heeft gedragen zoals een behoorlijk bedrijfsarts betaamt door grensoverschrijdend gedrag te vertonen en klager zijn spreekkamer uit te sturen en zich volkomen passief op te stellen in het voordeel van de werkgever, en g. het expertiserapport naast zich neer heeft gelegd. h. Tenslotte beklaagt klager zich erover dat de manager kwaliteit en de re-integratieadviseur van de arbodienst onzorgvuldig hebben gehandeld.  Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt de klachtonderdelen a, b, c en g: gegrond; klachtonderdeel f gedeeltelijk gegrond; klachtonderdelen d en e niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en klachtonderdeel h ongegrond en legt de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de bedrijfsarts, vernietigt de bestreden beslissing echter uitsluitend voor zover de maatregel van berisping is opgelegd en opnieuw rechtdoende schorst de bevoegdheid van de bedrijfsarts onvoorwaardelijk voor de duur van drie maanden en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:112 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2216-A2021/013

    Klacht tegen een arts. Klager verwijt verweerster dat zij klager onjuist heeft geïnformeerd, zodat hij te snel zijn rechterbeen heeft belast. Het college is van oordeel dat de instructie omtrent het mobiliseren correct is gegeven. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:201 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.034

    Klacht tegen patholoog. De dochter van klager is in 2012 overleden aangetroffen onderaan de trap in haar woning. Haar partner is verdacht geweest van betrokkenheid bij haar dood en is hiervoor vervolgd. Kort na het overlijden is op het lichaam van de dochter van klager door een patholoog sectie verricht. Nadien is tijdens het strafrechtelijk onderzoek op last van de rechtbank door beklaagde een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Tijdens de rechtszaak is de beklaagde door de rechtbank opgeroepen als getuige-deskundige. Uiteindelijk heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. In beroep heeft het Gerechtshof de verdachte opnieuw vrijgesproken. De klacht houdt in dat beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld, doordat hij als getuige‑deskundige een onjuiste/ondeugdelijke rapportage heeft opgesteld dan wel onjuiste verklaringen heeft afgelegd bij de rechtbank. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2448-2021-017

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Het college is van oordeel dat sprake is geweest van een volledig en onder de omstandigheden toereikend onderzoek. Ook de behandeling was naar het oordeel van het college in het licht van de gestelde diagnose passend binnen de professionele standaarden. Dat beklaagde geen vertrouwensrelatie met de patiënt heeft gehad lijkt passend in een breder patroon waarbij de patiënt contact met behandelaars duidelijk afhield. Op geen enkele manier is gebleken dat het aan beklaagde te wijten is dat er geen vertrouwensrelatie tot stand is gekomen. Verwijt dat beklaagde klaagster als contactpersoon onvoldoende bij de behandeling heeft betrokken is ongegrond. Klacht over nazorg is ongegrond. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2562

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Onderbouwing dat beklaagde onjuiste diagnose heeft gesteld ontbreekt. Voor wat betreft het gegeven dat klager het niet eens zou zijn met de bevindingen van beklaagde, merkt het college op dat dat nog geen reden is om aan te nemen dat deze bevindingen onjuist zijn of dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld. Het college oordeelt dat er geen aanwijzingen zijn om vast te stellen dat beklaagde zonder toestemming van beklaagde informatie met derden heeft gedeeld. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2563

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De klachtonderdelen (weigeren het dossier te vernietigen, zonder toestemming van klager delen in inwinnen van informatie, onzorgvuldig onderzoek en geven van onjuist oordeel) zijn onvoldoende onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2369-2021-033

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Beklaagde heeft klaagster geopereerd in verband met een breuk van haar pols. Beklaagde heeft conform de geldende standaard ‘onder doorlichting’ de positie van de schroeven en het materiaal gecontroleerd. De achteraf gebleken niet optimale positie is aan te merken als een complicatie die kan optreden. Bij de zorg aan klaagster tot aan de operatie was beklaagde persoonlijk niet betrokken. Wat betreft nazorg aan zorgplicht voldaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/83

    Klager dient een klacht in tegen zijn (voormalig) huisarts met het verwijt dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door medicatie voor te schrijven (ter bestrijding van voetschimmel). Zij heeft de effecten hiervan door interactie met bestaande medicatie niet onderkend. Volgens klager heeft zij ook geadviseerd enkele dagen de inname van (de bestaande) metoprolol te staken, waardoor hij een derde hartinfarct kreeg dat hem bijna fataal werd. Verweerster betwist de klacht; zij heeft klager niet geadviseerd de metoprolol te staken. Daarnaast was er voldoende indicatie om de terbinafine voor te schrijven met de instructie dat als zich bijwerkingen zouden voordoen die op interactie met metrapolol zouden kunnen wijzen, contact op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:109 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2198-A2021/006F

    Verweerder is als verpleegkundige werkzaam in een verpleeghuis voor volwassenen die niet meer thuis kunnen wonen vanwege een chronische ziekte of de gevolgen van ouderdom. De moeder van klager (cliënte) verbleef na een herseninfarct in het verpleeghuis. Op een nacht waarin verweerder geen dienst had, is zij met een ambulance naar de spoedeisende hulp gebracht. Daar is geconstateerd dat zij sondevoeding in haar longen had. Zij is de volgende middag overleden aan een hartstilstand. Verweerder heeft klager en zijn vriendin hierna opgevangen en met hen gesproken. Klager verwijt verweerder dat hij niet oprecht is geweest in zijn verhaal over wat er gebeurd is, en dat dit ook blijkt uit de omstandigheid dat hij dit niet op papier wil zetten. Het college overweegt allereerst dat klager ontvankelijk is in zijn klacht, nu de klacht betrekking heeft op de bejegening van verweerder jegens klager. De klacht wordt echter kennelijk ongegrond geacht. Dat verweerder onoprecht zou zijn geweest kan volgens het college niet worden vastgesteld en is ook niet aannemelijk (gemaakt). De weigering om verslag te doen van dit gesprek is daarvoor onvoldoende. Op verweerder rust geen verplichting om schriftelijk verslag te doen van een gesprek dat ter emotionele ondersteuning diende. Bovendien was hij niet bij de gebeurtenissen in de nacht voor het overlijden van cliënte betrokken. klacht is kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 182 t/m 186 en 188 t/m 190/2020

    Klacht tegen cardiologen maatschap op grond van collectieve verantwoordelijkheid voor vermeende slecht georganiseerde zorg. De patiënt is op woensdag opgenomen op de eerste hart hulp wegens pijn op de borst. De voor vrijdag ingeplande hartkatheterisatie wordt wegens spoedgevallen uitgesteld tot na het weekend. Een van de beklaagden [in diens zaak doet het college apart uitspraak, zie zaak 187/2020] is in het weekend de dienstdoende cardioloog. In zijn opdracht wordt de patiënt vanwege aanhoudende klachten naar een bewaakte afdeling overgeplaatst. Deze krijgt in zijn opdracht intraveneus nitroglycerine toegediend “op stand 1”. De klachten houden aan en zonder beklaagde in te lichten wordt de dosering opgevoerd en afgeschaald. De patiënt overlijdt op zondag. Klaagster is de weduwe van de patiënt. Zij stelt dat de katheterisatie op vrijdag niet had mogen worden uitgesteld, deze niet over het weekend heen getild had mogen worden en dat geen van de cardiologen de patiënt tijdens de opname zelf heeft gezien. De maatschap cardiologie heeft de zorg zo ingericht dat een patiënt slechts een keer per week wordt gezien door een cardioloog. Voor het overige wordt de zorg uitbesteed aan een physician assistant en arts assistenten, die slecht worden begeleid. Deze slechte organisatie is volgens klaagster alle maatschapsleden aan te rekenen. Het college oordeelt dat in het tuchtrecht individuele verwijtbaarheid naar het moment van handelen centraal staat. Naar die maatstaf geoordeeld, is de klacht ongegrond voor zover deze zich richt tot de maatschapsleden die geen betrokkenheid hebben gehad bij de behandeling van de patiënt. Het college ziet in deze zaak geen omstandigheden die in het licht van de uitspraak ECLI:NL:TGZCTG:2015:386 van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg tot een ander oordeel zouden moeten leiden (geen patroon van een falende organisatie of van collectief gedragen zorg is gebleken). Voor zover beklaagden individueel betrokken waren bij de zorg treft hen geen tuchtrechtelijk verwijt. Klacht ongegrond.