Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 36 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0048

    Klacht tegen cardioloog over behandeling op de eerste hulp. Klager meldde zich hier met klachten van recidief atriumfibrileren. Op de eerste hulp is door middel van medicatie een succesvolle conversie naar sinusritme tot stand gekomen, waarna klager naar huis is gestuurd. Klacht ziet op de behandeling zelf en op de bejegening. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2307-A2021/053

    Klager dient een klacht in tegen een neuroloog met het verwijt dat zij zich niet empathisch heeft opgesteld en tijdens twee consulten kortaf is geweest en dat zij een onduidelijk verwijsbrief met open datum heeft geschreven. Volgens klager kreeg hij weinig tijd van de neuroloog om zijn klachten voor te lezen en vragen te stellen. Door het haastige verloop van de consulten voelde hij zich niet begrepen en letterlijk genegeerd. Dat heeft geleid tot grote onzekerheid, onrust en stress, met name over zijn angst voor generaliseerde dystonie. Vanwege zijn grote zorgen over dystonie vindt hij dat de verwijzing met spoed had moeten worden aangevraagd en had moeten worden aangegeven naar welk specialisme hij werd doorverzen. Volgens de neuroloog bestonden de klachten van klager al jaren en was er geen dystonie gevonden en meende zij dat met de second opinion kon worden gewacht tot na de coronacrisis. Wat betreft het eerste klachtonderdeel erkent zij dat zij klager heeft onderbroken tijdens het voorlezen van zijn klachten, maar zij wilde gerichte vragen stellen om na het stellen van de diagnose en met kennis van zaken zijn vragen te beantwoorden. Naar het oordeel van het college is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2237-A2021/007B

    Klaagster verwijt de huisarts met name dat zij een verkeerde diagnose heeft gesteld en onvoldoende zorg heeft verleend, met als gevolg dat de juiste diagnose te laat is gesteld waardoor klaagster niet de juiste medicatie heeft gekregen en in het ziekenhuis is beland. Voorts verwijt klaagster de huisarts dat zij niet in gesprek is gegaan met klaagster. Klaagster voelde zich niet serieus genomen door de huisarts. De huisarts heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2334-A2021/038

    Klaagster dient een klacht in tegen een huisarts, met het verwijt dat dat zij zonder toestemming en zonder voorafgaand contact op te nemen medische gegevens heeft verstrekt van haarzelf en haar zoon aan Veilig Thuis. Verweerster is van mening dat zij op grond van artikel 5.2.6. Wmo 2015 gerechtigd was de gevraagde informatie aan Veilig Thuis te verstrekken, maar erkent dat zij klaagster zo snel als mogelijk nader hand in kennis had dienen te stellen van de informatie die zij heeft verstrekt aan Veilig Thuis. Zij betreurt het dat zij dit niet heeft gedaan en heeft hiervoor meerdere malen haar excuses aangeboden. Deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 173/2020

    Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is vanwege chronische pijnklachten aan haar rechteroog en -slaap door verschillende specialisten onderzocht. Omdat deze specialisten geen verklaring konden vinden voor haar pijnklachten, is zij verwezen naar de pijnpolikliniek. Hier is zij in juni 2020 voor multidisciplinaire diagnostiek op het multidisciplinaire spreekuur (MDS) geweest. Tijdens dit spreekuur is zij gezien door een anesthesioloog, verpleegkundige, psycholoog en beklaagde. Van het MDS is door deze behandelaren vervolgens een schriftelijke terugkoppeling gegeven aan de huisarts. Hierin hebben zij geconcludeerd dat er geen aanvullende behandelopties zijn op medicamenteus, fysiotherapeutisch en interventioneel gebied en zij hebben de behandelend psycholoog gevraagd aanvullende pijneducatie te geven. Tijdens de procedure bij het tuchtcollege heeft klaagster laten weten dat zij inmiddels in afwachting was van de resultaten van onderzoek naar de aanwezigheid van een hersentumor. Bij brief van 4 mei 2021 heeft klaagster de uitslag van haar MRI-scan aan het tuchtcollege gestuurd, waaruit blijkt dat sprake is van een verdenking op een hersentumor rechts. De klacht is gericht tegen alle vier de behandelaren van de pijnpolikliniek. Klaagster verwijt hen dat zij een advies hebben opgesteld dat niet ziet op haar pijnklachten en dat zij niets met haar pijnklachten hebben gedaan. Klaagster voelt zich niet serieus genomen. Daarnaast heeft klaagster aangevoerd dat zij zich tijdens het onderzoek door beklaagde gecontroleerd voelde. Dit had te maken met het feit dat de anesthesioloog binnen kwam lopen. Ook vindt klaagster het opvallend dat in het verslag van het onderzoek door beklaagde is opgemerkt dat zij aan haar hoofddoek zat. Volgens klaagster zegt dit iets over seksueel misbruik, omdat normaal nooit in een verslag wordt opgenomen waar iemand wel of niet aan zit. Naar het oordeel van het college bestond er voor de behandelaren van de pijnpolikliniek geen aanleiding om onderzoek te verrichten naar de oorzaak van klaagsters pijn. Klaagster was vóór verwijzing immers al door meerdere specialisten gezien en deze konden geen verklaring voor haar pijnklachten vinden. Daarnaast waren er ook nog geen aanwijzingen voor een hersentumor toen klaagster op het MDS werd gezien. Dat bij onderzoek van een jaar later een hersentumor is geconstateerd, die mogelijk (ook) pijn veroorzaakt, maakt dit niet anders. De door beklaagde gegeven uitleg over de aanwezigheid van de anesthesioloog tijdens het onderzoek, acht het college begrijpelijk. Over de aantekening met betrekking tot het aanraken van de hoofddoek heeft beklaagde toegelicht dat hij het van belang vond dit te vermelden, omdat hij dacht aan neuropatische pijnklachten. Ook deze uitleg acht het college begrijpelijk. Klacht kennelijk ongegrond.    

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2020/32

      Klacht tegen huisarts. Na een aantal consulten bij de huisarts, waarbij klager heeft verzocht om lichamelijk onderzoek in verband met verschillende lichamelijke klachten, heeft de huisarts aangegeven dat hij geen reden zag voor lichamelijk onderzoek en klager verwezen naar de praktijkondersteuner van de praktijk omdat de klachten mogelijk voortkwamen uit psychiatrische problematiek. De praktijkondersteuner heeft klager vervolgens verwezen naar de GGZ. Klager verwijt de huisarts dat hij hem niet serieus heeft genomen in zijn lichamelijke klachten, dat hij het niet mogelijk heeft gemaakt om passende zorg te verkrijgen, dat er sprake is van onvolledige dossiervoering en dat hij zich niet meewerkend heeft opgesteld bij het benaderen van een andere huisarts. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 174/2020

    Klacht tegen verpleegkundige. Klaagster is vanwege chronische pijnklachten aan haar rechteroog en -slaap door verschillende specialisten onderzocht. Omdat deze specialisten geen verklaring konden vinden voor haar pijnklachten, is zij verwezen naar de pijnpolikliniek. Hier is zij in juni 2020 voor multidisciplinaire diagnostiek op het multidisciplinaire spreekuur (MDS) geweest. Tijdens dit spreekuur is zij gezien door een anesthesioloog, fysiotherapeut, psycholoog en beklaagde. Van het MDS is door deze behandelaren vervolgens een schriftelijke terugkoppeling gegeven aan de huisarts. Hierin hebben zij geconcludeerd dat er geen aanvullende behandelopties zijn op medicamenteus, fysiotherapeutisch en interventioneel gebied en zij hebben de behandelend psycholoog gevraagd aanvullende pijneducatie te geven. Tijdens de procedure bij het tuchtcollege heeft klaagster laten weten dat zij inmiddels in afwachting was van de resultaten van onderzoek naar de aanwezigheid van een hersentumor. Bij brief van 4 mei 2021 heeft klaagster de uitslag van haar MRI-scan aan het tuchtcollege gestuurd, waaruit blijkt dat sprake is van een verdenking op een hersentumor rechts. De klacht is gericht tegen alle vier de behandelaren van de pijnpolikliniek. Klaagster verwijt hen dat zij dat een advies hebben opgesteld dat niet ziet op haar pijnklachten en dat zij niets met haar pijnklachten hebben gedaan. Klaagster voelt zich niet serieus genomen. Daarnaast verwijt zij beklaagde dat zij over bepaalde informatie uit het verleden van klaagster beschikte, terwijl klaagster geen toestemming had gegeven voor het delen van die informatie. Naar het oordeel van het college bestond er voor de behandelaren van de pijnpolikliniek geen aanleiding om onderzoek te verrichten naar de oorzaak van klaagsters pijn. Klaagster was vóór verwijzing immers al door meerdere specialisten gezien en deze konden geen verklaring voor haar pijnklachten vinden. Daarnaast waren er ook nog geen aanwijzingen voor een hersentumor toen klaagster op het MDS werd gezien. Dat bij onderzoek van een jaar later een hersentumor is geconstateerd, die mogelijk (ook) pijn veroorzaakt, maakt dit niet anders. Ten aanzien van het verwijt dat beklaagde tijdens het spreekuur over informatie uit het verleden van klaagster zou hebben beschikt, heeft beklaagde uitgelegd hoe een en ander tijdens het spreekuur is verlopen en dat zij niet over voorkennis uit klaagsters verleden beschikte. Het college begrijpt deze uitleg en ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen. Klacht kennelijk ongegrond.    

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2021:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2020/08

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Nu vaststaat dat beklaagde niet persoonlijk betrokken is geweest bij het behandeltraject van klager en/of zijn dochter en niet is gebleken dat zij anderszins jegens klager heeft gehandeld in de hoedanigheid van GZ-psycholoog of dat behoorde te doen, vallen de aan haar verweten gedragingen niet onder de eerste of tweede tuchtnorm. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 175/2020

    Klacht tegen psycholoog. Klaagster is vanwege chronische pijnklachten aan haar rechteroog en -slaap door verschillende specialisten onderzocht. Omdat deze specialisten geen verklaring konden vinden voor haar pijnklachten, is zij verwezen naar de pijnpolikliniek. Hier is zij in juni 2020 voor multidisciplinaire diagnostiek op het multidisciplinaire spreekuur (MDS) geweest. Tijdens dit spreekuur is zij gezien door een anesthesioloog, fysiotherapeut, verpleegkundige en beklaagde. Van het MDS is door deze behandelaren vervolgens een schriftelijke terugkoppeling gegeven aan de huisarts. Hierin hebben zij geconcludeerd dat er geen aanvullende behandelopties zijn op medicamenteus, fysiotherapeutisch en interventioneel gebied en zij hebben de behandelend psycholoog gevraagd aanvullende pijneducatie te geven. Tijdens de procedure bij het tuchtcollege heeft klaagster laten weten dat zij inmiddels in afwachting was van de resultaten van onderzoek naar de aanwezigheid van een hersentumor. Bij brief van 4 mei 2021 heeft klaagster de uitslag van haar MRI-scan aan het tuchtcollege gestuurd, waaruit blijkt dat sprake is van een verdenking op een hersentumor rechts. De klacht is gericht tegen alle vier de behandelaren van de pijnpolikliniek. Klaagster verwijt hen dat zij een advies hebben opgesteld dat niet ziet op haar pijnklachten en dat zij niets met haar pijnklachten hebben gedaan. Klaagster voelt zich niet serieus genomen. Daarnaast verwijt zij beklaagde dat zij ten onrechte bij het onderzoek is betrokken, omdat de reden van verwijzing naar de pijnpolikliniek was gelegen in haar pijnklachten en niet in psychische omstandigheden. Naar het oordeel van het college bestond er voor de behandelaren van de pijnpolikliniek geen aanleiding om onderzoek te verrichten naar de oorzaak van klaagsters pijn. Klaagster was vóór verwijzing immers al door meerdere specialisten gezien en deze konden geen verklaring voor haar pijnklachten vinden. Daarnaast waren er ook nog geen aanwijzingen voor een hersentumor toen klaagster op het MDS werd gezien. Dat bij onderzoek van een jaar later een hersentumor is geconstateerd, die mogelijk (ook) pijn veroorzaakt, maakt dit niet anders. Dat er na anamnese en vragenlijstonderzoek geadviseerd werd om multidisciplinaire diagnostiek te verrichten en daarin ook een psycholoog te betrekken, getuigt naar het oordeel van het college van een zorgvuldige afweging. Dat beklaagde bij het onderzoek is betrokken en klaagster psychologisch heeft onderzocht, is daarmee eveneens zorgvuldig. Klacht kennelijk ongegrond.        

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 176/2020

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege chronische pijnklachten aan haar rechteroog en -slaap door verschillende specialisten onderzocht. Omdat deze specialisten geen verklaring konden vinden voor haar pijnklachten, is zij verwezen naar de pijnpolikliniek. Hier is zij in juni 2020 voor multidisciplinaire diagnostiek op het multidisciplinaire spreekuur (MDS) geweest. Tijdens dit spreekuur is zij gezien door een fysiotherapeut, psycholoog, verpleegkundige en beklaagde. Van het MDS is door deze behandelaren vervolgens een schriftelijke terugkoppeling gegeven aan de huisarts. Hierin hebben zij geconcludeerd dat er geen aanvullende behandelopties zijn op medicamenteus, fysiotherapeutisch en interventioneel gebied en zij hebben de behandelend psycholoog gevraagd aanvullende pijneducatie te geven. Tijdens de procedure bij het tuchtcollege heeft klaagster laten weten dat zij inmiddels in afwachting was van de resultaten van onderzoek naar de aanwezigheid van een hersentumor. Bij brief van 4 mei 2021 heeft klaagster de uitslag van haar MRI-scan aan het tuchtcollege gestuurd, waaruit blijkt dat sprake is van een verdenking op een hersentumor rechts. De klacht is gericht tegen alle vier de behandelaren van de pijnpolikliniek. Klaagster verwijt hen dat zij een advies hebben opgesteld dat niet ziet op haar pijnklachten en dat zij niets met haar pijnklachten hebben gedaan. Klaagster voelt zich niet serieus genomen. Daarnaast verwijt zij beklaagde dat hij de vooraf door haar ingevulde vragenlijsten niet bij zijn onderzoek heeft betrokken. Naar het oordeel van het college bestond er voor de behandelaren van de pijnpolikliniek geen aanleiding om onderzoek te verrichten naar de oorzaak van klaagsters pijn. Klaagster was vóór verwijzing immers al door meerdere specialisten gezien en deze konden geen verklaring voor haar pijnklachten vinden. Daarnaast waren er ook nog geen aanwijzingen voor een hersentumor toen klaagster op het MDS werd gezien. Dat bij onderzoek van een jaar later een hersentumor is geconstateerd, die mogelijk (ook) pijn veroorzaakt, maakt dit niet anders. Voor zover klaagster stelt dat beklaagde de vragenlijsten niet in zijn beoordeling heeft betrokken, volgt het college haar daarin niet, gelet op de stukken en hetgeen beklaagde daarover verklaard heeft. Klacht kennelijk ongegrond.