Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 296 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/77

    Klacht tegen bedrijfsarts bij het UWV. Klager verwijt de bedrijfsarts dat hij zijn chronische vermoeidheids- / pijnklachten (CVS volgens klager)- na een enkel gesprek van 45 minuten - ten onrechte afdoet als een somatoforme pijnstoornis (SOLK). Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3214

    Klager verwijt verweerder, huisarts op de huisartsenpost, te hebben nagelaten om (volgens het protocol) mee te lezen met de triagiste, waardoor hij alarmsymptomen heeft gemist. Volgens klager had verweerder telefonisch contact op moeten nemen, om zich op de hoogte te stellen van de toestand van zijn zoon. Klager verwijt verweerder in dit verband onzorgvuldigheid en het niet bekend zijn met de protocollen. Aldus zijn bij de zoon van klager de alarmsymptomen van een meningitis gemist. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3177

    Klager verwijt verweerder, bedrijfsarts, het conflict met zijn werkgever te hebben verergerd, door niet eenduidig met klager en de werkgever te communiceren over de (on)mogelijkheid van klager om een telefonisch contact met de werkgever te hebben. Klager is na het niet deelnemen aan het telefoongesprek op staande voet ontslagen door de werkgever. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3222

    Klaagster heeft een klacht ingediend over het handelen van beklaagde (bedrijfsarts) in zijn hoedanigheid als echtgenoot van klaagster en vader van de gezamenlijke kinderen. Klaagster verwijt beklaagde 1) dat hij ongevraagd ongefundeerde en onware diagnoses stelt over haar mentale gezondheid, zonder deskundigheid en zonder bevoegdheid daartoe, 2) dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de bij verwijt 1) genoemde diagnoses in een rechtszaal ten overstaan van derden te uiten, zonder toestemming van klaagster en 3) misbruik maakt van zijn professie als arts door in zijn verklaring meerdere psychiatrische diagnoses over klaagster te geven, de rechter te verzoeken een specialistisch onderzoek naar klaagsters cognitieve vermogens te bevelen en haar als 'incompetent om voor haar kinderen te zorgen' neer te zetten.Beklaagde heeft primair aangevoerd dat klaagster ten aanzien van de klacht (alle verwijten) niet ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel dat de klacht ongegrond dient te worden verklaard. Beklaagde voert aan dat hij heeft gehandeld in de hoedanigheid van echtgenoot tijdens de echtscheidingsprocedure en heeft gehandeld in het belang van zijn kinderen. Beklaagde meent dat het tuchtrecht in dit geval niet van toepassing is en dat hem geen verwijt kan worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2336

    Klaagster dient een klacht in tegen een chirurg over de behandeling van wijlen haar echtgenoot. Zij verwijt de chirurg dat hij onvoldoende supervisie heeft gehad over een arts-assistent, een te afwachtend beleid heeft gevoerd, waardoor de echtgenoot van klaagster te lang heeft moeten lijden, dat de chirurg onvoldoende en tegenstrijdige pijnmedicatie heeft voorgeschreven, onvoldoende het medisch dossier heeft bijgehouden en niet heeft geluisterd naar klaagster (en haar dochters). De chirurg voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/3278

    Ongegrond klacht tegen een arts. Bij een bezoek van klager aan de SEH heeft de arts in overleg met haar supervisor de diagnose functionele stoornis gesteld, terwijl later is gebleken dat sprake was van een herseninfarct. Kern van de klacht is dat de arts de diagnose herseninfarct heeft gemist, waardoor klager de mogelijkheid van een trombolysebehandeling is ontnomen. Het college is van oordeel dat de arts een voldoende zorgvuldige wijze tot de werkdiagnose functionele stoornis is gekomen. De klacht dat de arts het veilig en verantwoord heeft geacht om klager naar huis te laten gaan is eveneens ongegrond. Moeilijk om vast te stellen wat de ernst van de uitval en toestand van klager bij vertrek van de SEH waren. Het college stelt vast dat de arts alles wat binnen haar macht lag heeft geprobeerd om klager ter observatie op te nemen. Klacht ongegrond verklaard. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/2465

    Verweerder (arts) is - na een daartoe verstrekkende opdracht van de kantonrechter aan de bewindvoerder, verzocht een rapportage uit te brengen inzake de wilsbekwaamheid en zorgverlening van betrokkene in verband met een mogelijke ondercuratelestelling. Verweerder concludeert dat betrokkene niet wilsbekwaam is, onder meer wat betreft het inschakelen van een advocaat (gemachtigde). Klager is gemachtigde van betrokkene en kan zich niet in de rapportage vinden. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2557

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een neuroloog. Klager is door beklaagde gezien op de SEH. Klager verwijt de beklaagde dat zij niet direct een MRI-scan heeft laten maken, omdat hij al klachten had van het caudasyndroom. Hierdoor is klager te laat geopereerd en heeft hij restklachten. Ook is er onvoldoende nazorg geboden. Het college stelt voorop dat beklaagde alleen betrokken is geweest bij beoordeling op de SEH. Klager is daarna overgedragen aan de dienstdoende neuroloog van die avond en nacht. Op het moment van overdracht was nazorg dus nog niet aan de orde. Het college is van oordeel dat beklaagde gezien de bevindingen op dat moment geen caudasyndroom kon vaststellen. Daarom was er ook geen aanleiding om met spoed een MRI-scan van de rug aan te vragen. Beklaagde heeft wel aangegeven dat een bladderscan nog moest volgen en zij heeft de zorg overgedragen aan de opvolgend neuroloog. Daarmee heeft zij juist gehandeld. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3325

    Klager verwijt verweerder, huisarts van zijn inmiddels overleden vader, onder meer dat hij heeft nagelaten zijn vader tijdig te informeren over het advies van de fysiotherapeut c.q. dat verweerder te weinig actie heeft ondernomen met betrekking tot de noodzakelijke vervolgbehandeling. Aldus is de vader van klager niet tijdig adequaat behandeld voor een afstervend been. Verweerder voert verweer.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/4

    Klager verwijt verweerster, tandarts, onder meer dat zij medische gegevens heeft vervalst, behandelingen heeft uitgevoerd zonder klager hierover te informeren, verkeerde/ineffectieve behandelingen heeft uitgevoerd en verkeerde informatie heeft doorgegeven aan andere behandelaren. Verweerster voert verweer.