Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 45 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing 2019/149 en 2020/235

    De Inspectie dient een klacht in jegens een gz-psycholoog wegens grensoerschrijdend gedrag. De Inspectie heeft drie meldingen over de gz-psycholoog ontvangen en naar aanleiding daarvan onderzoek ingesteld, hetgeen heeft geleid tot onderhavige tuchtklacht, waarin de gz-psycholoog (onder andere) wordt verweten (seksueel getinte) ongepaste opmerkingen te maken en door onprofessionele aspecten bij de behandeling te betrekken, zoals spiritualiteit en buitenlandse goeroes. Ter zitting wordt de klacht gezamenlijk behandeld met de klacht, geregistreerd onder 2019/149, ingediend door één van de patiënten van de gz-psyscholoog.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2002:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/206

    Klaagster is ontevreden over de zorg die is verleend in de praktijk van verweerster. Bij klaagster zijn implantaten ingebracht en is een klikgebit geplaatst. De prothese zat niet goed en klaagster had vaak last van drukplekken. Klaagster vindt dat zij vaker had moeten worden gezien door de implantoloog en dat niet goed op haar klachten is gereageerd. Ook stelt ze dat er leugens in haar dossier staan. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-108a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Gelet op de stukken moet het er voor worden gehouden dat beklaagde als dienstdoende chirurg door het brievensysteem dat destijds in het ziekenhuis gebruikt werd, automatisch – en in dit geval ten onrechte – als hoofdbehandelaar op de SEH-brieven van chirurgisch getrieerde patiënten werd vermeld. In ieder geval is duidelijk dat beklaagde in het geval van de patiënte geen hoofdbehandelaar (of regiebehandelaar) was zoals bedoeld in de jurisprudentie op dit punt van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, in de zin dat de hoofdbehandelaar verantwoordelijk is voor het bewaken van de regie over de behandeling. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-142b

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een uroloog. Hier gaat het erom dat beklaagde niet heeft gewaarborgd dat de noodzakelijke cystoscopie werd verricht, althans dat de patiënt over de noodzaak daarvan voldoende werd voorgelicht om daarvan weloverwogen af te zien. Hoewel een blaascarcinoom inderdaad heel onwaarschijnlijk is bij een zo jonge patiënt en het klopt dat de klachten van de patiënt ook konden passen bij een (niet-bacteriële) infectie, was bij de patiënt sprake van de belangrijkste risicofactor voor een blaascarcinoom: roken. Weliswaar stond ook hierover niets in het dossier, maar dat betekent dat beklaagde hiernaar had moeten vragen, evenals naar de eventuele blootstelling aan of het gebruik van nadere stoffen die de blaas (kunnen) beschadigen. Het College ziet in de door beklaagde geschetste feiten en omstandigheden onvoldoende grond om beredeneerd af te wijken van het uitgangspunt dat bij hematurie een cystoscopie behoort te worden verricht. De klacht is, behalve het tweede klachtonderdeel, gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-142a

    Gegronde klacht tegen een uroloog. In dit geval heeft beklaagde op verschillende punten belangrijke steken laten vallen. Hij heeft niet zorgvuldig de anamnese afgenomen, het dossier niet voldoende bijgehouden en niet gewaarborgd dat de noodzakelijke cystoscopie werd verricht, althans dat de patiënt over de noodzaak daarvan voldoende werd voorgelicht om daarvan weloverwogen af te zien. Deugdelijke dossiervoering door artsen is onder alle omstandigheden van belang – ook indien een specialist ‘eigen patiënten’ heeft –, omdat een zorgvuldig bijgehouden decursus voor de arts zelf een betrouwbare geheugensteun vormt bij een onderbreking van de behandeling, de patiënt (of zijn nabestaanden) ook later inzicht kan geven in de afwegingen van de zorgverlener en de zorgverlener in staat stelt om adequaat verantwoording af te leggen als zijn handelen op enig moment ter discussie wordt gesteld. Bij wisseling of opvolging van zorgverleners zijn deugdelijke aantekeningen in het dossier essentieel om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Het dossier schiet in deze opzichten ernstig tekort. Dit heeft er onder andere toe bijgedragen dat de cystoscopie uiteindelijk niet is uitgevoerd, zonder dat de patiënt bij de afweging om dat niet te doen betrokken is. Beklaagde heeft verder erkend dat hij bij de patiënt navraag had behoren te doen naar zijn rookgedrag en eventuele blootstelling aan of gebruik van middelen waarvan bekend is dat zij de blaas (kunnen) beschadigen, maar dat hij dit niet heeft gedaan. Dat beklaagde van het roken niet op de hoogte was, was het gevolg van het onzorgvuldig afnemen van de anamnese. Klacht in alle onderdelen gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 127/2020

    Klacht tegen psychiater over tekortschietende rapportage. Beklaagde heeft zijn rol als regiebehandelaar niet goed vervuld. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-108b

    Ongegronde klacht tegen een arts. Het College is op basis van de in de brief aan de huisarts gemaakte notities en de toelichting van klager en beklaagde van oordeel dat beklaagde op goede gronden geen aanleiding zag om nader onderzoek te verrichten naar een eventuele diepveneuze trombose (DVT) bij patiënte. Dat beklaagde op grond van de anamnese en het lichamelijk onderzoek bij de patiënte de waarschijnlijkheidsdiagnose tendinitis of overbelasting heeft gesteld, acht het College verdedigbaar. Daarom mocht beklaagde op dat moment ook een behandeladvies verstrekken dat paste bij deze waarschijnlijkheidsdiagnose, zonder gebruik te maken van de genoemde richtlijnen, passend bij een DVT. Bij dit alles neemt het College in aanmerking dat de patiënte zich zonder verwijzing van de huisarts had gewend tot de SEH en dat de klachten pas sinds een dag bestonden. Verder bleek bij het onderzoek naar de knieholte van de patiënte geen sprake te zijn van een zwelling of bewegingsbeperking, is roodheid niet genoteerd en is – gelet op de overigens gedetailleerde notities – om die reden ook niet aannemelijk dat daar op dat moment sprake van was. De patiënte heeft tijdens haar bezoek aan de SEH een behandeladvies gekregen, te weten pijnstilling, en beklaagde heeft gezorgd voor een vangnetconstructie: de patiënte is verteld dat zij zich bij aanhoudende klachten moest wenden tot haar huisarts. Dit alles is ook aangetekend in de op dezelfde dag opgestelde ontslagbrief aan de huisarts. Continuïteit van zorg was aldus afdoende gewaarborgd. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-136b

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. In beginsel mag de huisarts in dit soort gevallen erop vertrouwen dat de thuiszorg, die de patiënte dagelijks ziet, de huisarts weet te vinden voor vragen en zorgen. De thuiszorg fungeert dan ook als “de ogen en oren” van de huisarts. Ook een patiënt mag daarop vertrouwen. De mogelijke alarmsignalen die er waren op 10, 12 en 14 juli 2020 hebben de huisartsenpraktijk niet bereikt. Er was dan ook geen aanleiding voor enig handelen van de zijde van beklaagde en/of haar collega-huisarts. Klager meent dat beklaagde (en haar collega-huisarts) ten onrechte in de evaluatiegesprekken hebben gezegd dat er geen sprake was van ontstekingen aan de huid of wond van patiënte. Het College oordeelt dat deze klacht niet echt steun vindt in de uitvoerige verslagen in het huisartsenjournaal waarin beklaagde en haar collega-huisarts adequate uitleg hebben gegeven over hun overwegingen ten aanzien van de behandeling van patiënte. Het College heeft er alle lof voor dat beklaagde en haar collega-huisarts zich zoveel moeite hebben getroost om klager en zijn zuster persoonlijk te spreken en alle uitleg te geven. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-136a

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. In beginsel mag de huisarts in dit soort gevallen erop vertrouwen dat de thuiszorg, die de patiënte dagelijks ziet, de huisarts weet te vinden voor vragen en zorgen. De thuiszorg fungeert dan ook als “de ogen en oren” van de huisarts. Ook een patiënt mag daarop vertrouwen. De mogelijke alarmsignalen die er waren op 10, 12 en 14 juli 2020 hebben de huisartsenpraktijk niet bereikt. Er was dan ook geen aanleiding voor enig handelen van de zijde van beklaagde en/of haar collega-huisarts. Klager meent dat beklaagde (en haar collega-huisarts) ten onrechte in de evaluatiegesprekken hebben gezegd dat er geen sprake was van ontstekingen aan de huid of wond van patiënte. Het College oordeelt dat deze klacht niet echt steun vindt in de uitvoerige verslagen in het huisartsenjournaal waarin beklaagde en haar collega-huisarts adequate uitleg hebben gegeven over hun overwegingen ten aanzien van de behandeling van patiënte. Het College heeft er alle lof voor dat beklaagde en haar collega-huisarts zich zoveel moeite hebben getroost om klager en zijn zuster persoonlijk te spreken en alle uitleg te geven.   Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.093

    Klacht tegen KNO-arts. Klager bleef na een aantal eerdere operaties ter verbetering van de vorm en functie van zijn neus last houden van een gestoorde neuspassage. Klager is naar het ziekenhuis verwezen waar de KNO-arts als plastisch aangezichtschirurg, gespecialiseerd in rinoplastiek, werkzaam is. In november 2017 heeft de KNO-arts bij klager een coblatiebehandeling uitgevoerd. Klager verwijt de KNO-arts onzorgvuldig handelen door a. onnodig een coblatiebehandeling van de onderste neusschelpen te verrichten, b. hem niet te informeren over de risico’s van de ingreep en c. te veel zacht weefsel weg te branden, waardoor blijvende schade aan de gezondheid van klager is ontstaan. Het Regionaal verklaart de klacht van klager kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.