Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 57 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:8 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.379

      Klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster is bij beklaagde onder behandeling geweest voor lage rugklachten. De klacht luidt als volgt: a. Er is sprake van onprofessioneel gedrag van beklaagde: hij heeft de huissleutel en het bankpasje van beklaagde gekregen; hij heeft de werk- en privérelatie door elkaar laten lopen door onder meer tussentijdse bezoekjes en etentjes. b. Beklaagde is een seksuele relatie met beklaagde aangegaan. c. Beklaagde heeft ook cash geld ontvangen voor de behandelingen thuis en dit geld niet afgerekend met zijn werkgever. Er is sprake geweest van financieel gewin. Het Regionaal Tuchtcollege legt een voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar met een proeftijd van twee jaar met algemene en bijzondere voorwaarden. IGJ komt in beroep tegen deze beslissing, omdat de toezichthoudende taak voor de inspectie niet uitvoerbaar is. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege maar uitsluitend wat betreft de bijzondere voorwaarde en wijzigt deze in de door de Inspectie voorgestane zin; het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing voor het overige met publicatie.  

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.058

    Klager, obees en met vermoeidheidsklachten en een beperkte inspanningstolerantie, is door zijn huisarts voor een second opinion aangemeld bij de instelling waar verweerster, kinderarts, werkzaam is. Een jaar na verwijzing is door verweerster samen met klager en zijn ouders tot opname besloten. De opname is door de ouders van klager voortijdig afgebroken. Het voorgenomen onderzoek is op enig moment alsnog uitgevoerd. Uit het onderzoek kwamen geen afwijkingen naar voren. In 2018 voert verweerster anoniem telefonisch overleg met Veilig Thuis vanwege een toename van de klachten en vanwege het feit dat klager al lange tijd niet naar school ging. Twee maanden nadien heeft verweerster de behandeling overgedragen aan een kinderarts in een andere instelling. Klager verwijt verweerster zakelijk weergegeven dat zij: a. Klager en zijn ouders niet serieus heeft genomen; b. Gedurende de gehele opname van klager niet aanwezig was; c. Niet op de hoogte was van enige reactie van klager op medicatie; d. Zonder overleg met de ouders overleg heeft gehad met Veilig Thuis; e. De verkeerde diagnose heeft gesteld naar aanleiding van chromosoomonderzoek en als gevolg daarvan verkeerd heeft doorverwezen; f. Geen kennis heeft van HIX. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:9 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.076

    .

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2035

    Klacht tegen uroloog gegrond. Bij het operatief verwijderen van een nier met daarin een tumor is de complicatie “spill” opgetreden. Verweerder heeft de patiënt daarover verwijtbaar onvoldoende geïnformeerd en niet actief gehandeld en is daardoor tekortgeschoten in zijn nazorg en communicatie in de maanden na de operatie. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.360

    Klacht tegen kinderarts. Er is klinisch-genetisch onderzoek gedaan naar een mogelijke genetische afwijking bij klager. Klager verwijt de aangeklaagde kinderarts dat hij: 1. valsheid in geschrifte heeft gepleegd door een medisch-wetenschappelijk onderzoek te laten plaatsvinden middels een consent van een studie waar klager niet aan heeft deelgenomen en ook niet had mogen en kunnen deelnemen gezien de opzet van die studie en de inclusiecriteria; 2. toestaat dat de studie niet getoetst en gecontroleerd werd door een Medisch Ethische Toetsing Commissie (METC); 3. de toestemmingsformulieren pas heeft opgestuurd nadat al lichaamsmateriaal was afgenomen; 4. de Wet Medisch-wetenschappelijk Onderzoek bij Mensen (WMO) op diverse punten heeft overtreden; 5. een niet onderbouwde en zeer waarschijnlijk foutieve diagnose “ribosomopathie” heeft gesteld en daarmee heeft gesteld dat de - deels niet geverifieerde - klinische kenmerken daardoor worden veroorzaakt; 6. heeft toegestaan dat via een wetenschappelijke publicatie deze “vermeende ziekte” zonder enig voorbehoud in de conclusies wereldkundig werd gemaakt en vervolgens geregistreerd is in een database; 7. het medisch beroepsgeheim en de privacywetgeving heeft geschonden door zonder toestemming van klager en zijn ouders herleidbare medische en klinische gegevens te laten opnemen in een wetenschappelijke publicatie; 8. nagelaten heeft de klinische kenmerken te valideren en te verifiëren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in alle klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084a

    Klacht tegen chirurg en supervisor aios in zaak met nummer 2084b. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft de aios de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van verweerder gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. Verweerder is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen. Klaagster verwijt de chirurg onder meer dat hij onvoldoende adequaat op de ontstane bloeding heeft gereageerd, dat hij het ontstane vaatletsel heeft gemist en dat door hem ten onrechte geen vaatchirurg in consult is geroepen.   Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/204

    Klager verwijt verweerder onder meer dat hij 1) geen onafhankelijk en adequaat onderzoek heeft verricht tijdens de CBR-keuring, 2) geen zorgvuldig rapport heeft opgesteld, 3) volhardt in zijn conclusie, ondanks dat uit onafhankelijk onderzoek elders blijkt dat klager niets mankeert en 4) onzorgvuldig is omgesprongen met de medische gegevens van klager. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht (iBewerkenn al haar onderdelen) kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084b

    Klacht tegen arts-assistent in opleiding tot chirurg. Bij een laparoscopische galblaasverwijdering, waarbij gebruik is gemaakt van een Veress-naald, is na aanvang van de operatie bij klaagster een ernstige bloeding ontstaan. Daarop heeft verweerder de operatie geconverteerd naar een laparotomie en is om assistentie van zijn supervisor gevraagd, terwijl de bloeding werd getamponneerd. De supervisor is onmiddellijk gekomen en heeft de bloeding weten te stelpen.   Klaagster verwijt de aios onder meer dat voor de operatie een ongebruikelijke operatietechniek is gebruikt die in strijd was met hetgeen in het ziekenhuis gangbaar was en in strijd was met de geldende richtlijn, dat onvoldoende rekening is gehouden met het feit dat klaagster een zeer magere patiënt was, dat hij onvoldoende voorzichtigheid heeft betracht bij de primaire entree, terwijl expliciet in de richtlijn staat dat bij magere patiënten als klaagster grotere risico’s op vaatletsel bestaan en dat hij teveel druk heeft uitgeoefend op de trocar, dan wel de Veress-naald, waardoor een ernstige bloeding is ontstaan; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2084c

    Klacht tegen chirurg, in het kader van zijn taak als door de rechtbank benoemde deskundige , die onder meer wordt verweten dat hij, ondanks diverse herinneringen van beide advocaten en de rechtbank, veel te lang over het opstellen van zijn concept- en definitieve rapport heeft gedaan, dat hij zijn nota niet tijdig naar de rechtbank heeft gestuurd, waardoor opnieuw vertraging is ontstaan en dat het door hem opgestelde deskundigenrapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en onjuistheden bevat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/165

    Klager verwijt verweerster, psychiater, onder meer dat zij hem de juiste behandeling heeft onthouden, niet adequaat heeft gereageerd op zijn hulpvraag en hem niet goed heeft geinformeed over de moelijke behandelingen. Klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.