Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 42 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:164 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.333

    Klager heeft een klacht ingediend tegen een tandarts, die een advies heeft uitgebracht met betrekking tot de behandeling van klagers gebit. Klager verwijt de tandarts zonder zijn toestemming zijn bevindingen en het tandheelkundig dossier van klager aan de klachtenfunctionaris van de tandarts van klager te hebben verstrekt. De tandarts voert aan dat hij hier wel degelijk (veronderstelde) toestemming voor had. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet‑ontvankelijk in het beroep, voor zover hij in beroep een nieuwe klacht heeft ingediend, en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:165 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.027

    Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is werkzaam binnen het High Intensive Care (HIC) team van een GGZ-instelling. Op enig moment heeft de verpleegkundige vanuit huis veelvuldig WhatsAppberichten gestuurd en gebeld naar een patiënte. Patiënte heeft het personeel hierover geïnformeerd waarna de verpleegkundige is opgedragen hiermee direct te stoppen. De verpleegkundige heeft hieraan geen gehoor gegeven. Klaagster (de GGZ-instelling) verwijt de verpleegkundige dat hij met zijn handelen buiten de grenzen van zijn professioneel handelen is getreden en daarmee het vertrouwen heeft geschaad dat patiënten en collega’s mogen hebben in de verpleegkundige zorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het BIG-register op. Het beroep van de verpleegkundige ziet uitsluitend op de zwaarte van de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat sprake is geweest van eenmalig ernstig grensoverschrijdend gedrag op het moment dat de verpleegkundige aan het re-integreren was na een burn-out, terwijl de verpleegkundige daarvoor al twintig jaar als verpleegkundige werkzaam was zonder met de tuchtrechter in aanraking te komen. De verpleegkundige heeft daarvoor direct hulpverlening ingeschakeld, is zich bewust dat dit nooit meer mag gebeuren en heeft spijt van zijn handelen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom het beroep ten aanzien van de opgelegde maatregel gegrond en legt aan de verpleegkundige de maatregel van voorwaardelijke schorsing op voor de duur van een jaar met een proeftijd van twee jaren en gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid om zijn beroep uit te oefenen, in die zin dat hij  niet langer werkzaam mag zijn binnen een GGZ-instelling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.102

    Klacht tegen arts. Klaagster is gediagnosticeerd met hyperacusis (overgevoeligheid voor normaal harde geluiden). Dit kan bij klaagster tot verlammingsverschijnselen leiden. De gemeente heeft aan klaagster een woning toegewezen. Klaagster verzoekt om woningaanpassingen i.v.m. haar aandoening. De arts is werkzaam als WMO-adviesarts en heeft op verzoek van de gemeente een sociaal medisch advies opgesteld t.b.v. de bezwaarprocedure tussen klaagster en de gemeente. De arts heeft negatief geadviseerd over het aanpassen van de woning. De klacht houdt in dat de arts: a. een onkundig en niet-onderbouwd advies heeft gegeven in zijn hoedanigheid als arts, op een gebied waarin hij niet gespecialiseerd is (wat betreft gehoorbescherming en woonaanpassing aan de hand van geluiddichte boxen alsmede maatvoering leefruimte). De arts zou volgens klaagster geweigerd hebben contact op te nemen met door klaagster aangedragen behandelaren en medisch deskundigen. Ook heeft de arts volgens klaagster ten onrechte geen bronvermelding toegevoegd van zijn research; b. ten onrechte conclusies heeft getrokken die niet overeenkomen met de bevindingen van de betrokken specialisten. Zo heeft hij volgens klaagster ten onrechte geconcludeerd tot een noodzaak van een niet nader aangegeven behandeling, zonder het doel daarvan aan te geven en in tegenstelling tot de bevindingen van de betrokken specialisten; c. gedeeltelijk niet heeft voldaan aan de onderzoeksvraag door geen programma van eisen op te stellen. Hierdoor is volgens klaagster ook voor de volgende hulpverleners en instanties niet in te vullen naar welk soort passende woning gezocht dient te worden en vreest klaagster eindeloos niet passende woningaanbiedingen te zullen krijgen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigd, de klacht (deels) gegrond verklaard en de maatregel van waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.108

    .

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:162 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.235 en C2019.236

    Klachten tegen psychiater. Klager is betrokken geweest bij een ongeval. Vanwege hoofdpijnklachten en concentratieproblemen is klager ontheven uit de leerplicht en gaat hij niet meer naar school. In het kader van een letselschadeprocedure de psychiater op verzoek van (de medisch adviseurs van) klager en de verzekeraar klager onderzocht met de vraag of er bij klager als gevolg van het ongeval een psychiatrische stoornis is ontstaan die beperkingen of blijvend functieverlies tot gevolg heeft. De conclusie van de psychiater luidde dat hij bij klager geen classificeerbare psychiatrische stoornis heeft kunnen vaststellen. Klager verwijt de psychiater dat hij 1) in strijd heeft gehandeld met de geldende criteria en richtlijnen voor het opstellen van een medische specialistische rapportage doordat hij niet of onvoldoende inhoudelijk is ingegaan op een aantal vragen en commentaren van klager en verschillende betrokkenen op het conceptrapport, en 2) contact heeft opgenomen met de hiervoor genoemde verzekeraar en klager daarbij heeft benadeeld door onwaarheden te verkondigen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beide klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klager in beide zaken.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 006/2020

    Beklaagde werkt als verpleegkundige bij een FACT-team. Klaagster verwijt hem haar niet direct te hebben uitgeschreven toen bleek dat zij geen behandeling wilde, dat hij klaagster desondanks heeft besproken in een MDO, haar heeft proberen over te halen alsnog behandeling te accepteren en haar heeft verwezen naar een (ander) FACT-team. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 008/2020

    Klaagster is op advies van een gz-psycholoog in opleiding door de huisarts verwezen naar de GGZ. Klaagster is het met die verwijzing niet eens en verwijt beklaagde dat zij als werkbegeleider het handelen van de gz-psycholoog in opleiding niet gecontroleerd heeft. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 005/2020

    Klacht tegen de huisarts van klaagster naar aanleiding van een verwijzing naar de GGZ. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:150 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.355

    Klacht tegen huisarts. Tegen klager is een strafrechtelijk onderzoek gestart in verband met het overlijden van zijn schoonmoeder en zijn rol daarin als huisarts. Verweerster was als vaste waarnemer werkzaam in de praktijk van klager en is op enig moment door de politie als getuige gehoord. Klager en zijn echtgenote verwijten verweerster, samengevat, dat zij ondeskundig en in strijd met de waarheid heeft verklaard en daarbij het medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dat zij onzorgvuldig medisch heeft gehandeld. Ook verwijten klagers verweerster dat zij uitspraken heeft gedaan die buiten het terrein van haar professionele expertise vallen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft dit laatste onderdeel gegrond verklaard en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster heeft hierin berust. Klagers hebben beroep ingesteld tegen de ongegrondverklaring van de andere klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.300

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist. De beklaagde verpleegkundig specialist is gespecialiseerd in acute zorg bij somatische aandoeningen en werkzaam in een gezondheidscentrum waar klager patiënt was. De verpleegkundig specialist heeft klager op het spreekuur gezien vanwege het vermoeden van een schimmelinfectie aan de penis. Klager verwijt de verpleegkundig specialist dat hij 1. niet bevoegd is een diagnose te stellen, 2. onnodig onderzoek aan de penis van klager heeft verricht, waarbij de betasting een zeer onaangenaam gevoel gaf, 3. geen correcte hulp heeft verleend toen na vier weken de klachten van klager niet weg waren, 4. SOA-testen heeft afgenomen die niet nodig waren toen klager na vier weken terug kwam, 5. medisch relevante informatie incorrect heeft genoteerd en 6. beoordelend heeft opgetreden, waarbij zaken in het dossier zijn genoteerd die niet kloppen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaard de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.