Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 78 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/425

    Klacht tegen KNO-arts dat meer onderzoek had moeten worden gedaan alvorens tot operatie werd overgegaan. Verweerder voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/018

    Klaagster dient namens zichzelf een klacht in over de behandeling van haar meerderjarige zoon. Klaagster verwijt de aangeklaagde psychiater dat hij 1) alarmsignalen heeft genegeerd en niet adequaat heeft ingegrepen, terwijl de toestand van haar zoon verslechterde, 2) ten onrechte geen IBS heeft uitgeschreven en 3) een onjuiste diagnose heeft gesteld. Verweerder stelt zich primair op het standpunt dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht, nu zij niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. De klacht ziet op de behandeling van de meederjarige zoon en deze kan zelf een klacht over zijn behandeling indienen. Klaagster stelt dat zij wel ontvankelijk is nu zij als moeder van een patiënt onder het begrip 'rechtstreeks belanghebbende' valt. Daarnaast is haar zoon onder curatele gesteld en wilsonbekwaam. Het college verklaart klaagster niet-ontvankelijk. Klaagster kan niet worden aangemerkt als 'rechtstreeks belanghebbende' als bedoeld in artikel 65 eerste lid, sub a Wet BIG. De klachtonderdelen zien alle op de behandelrelatie tussen verweerder en de zoon. Gesteld noch gebleken is dat haar meerderjarige zoon met het indienen van de klacht heeft ingestemd . Evenmin is gebleken dat de zoon van klaagster wilsonbekwaam is en niet in staat zou zijn om te beslissen over klachten over zijn behandeling. De omstandigheid dat de zoon van klaagster ontoerekeningsvatbaar is verklaard en onder curatele is gesteld, betekent niet zonder meer dat hij niet in staat zou zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen in deze. Bovendien kan niet worden afgeleid dat klaagster de (wettelijk) vertegenwoordiger van E is. Niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/455

    Klager, gedetineerd, verwijt verweerster, verpleegkundige bij de Penitentiaire Inrichting, dat zij hem ten onrechte een consult bij de huisarts heeft geweigerd en dat zij via een bewaker zijn klachten heeft uitgevraagd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/109

    Verweerder is verzekeringsarts en heeft in het kader van een procedure tegen het UWV voor klager een verzekeringsgeneeskundig rapport opgesteld. Klager verwijt verweerder dat het rapport onzorgvuldig is opgesteld. Het is ondeugdelijk, niet voldoende onderbouwd en bevat tegenstrijdige conclusies.  Deels gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2109/440

    Klaagster verwijt verweerder dat hij klaagster sinds de operatie aan haar enkel slecht heeft begeleid, haar onvoldoende heeft geïnformeerd en niet naar haar heeft geluisterd. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het college de tegen hem ingediende klacht als (kennelijk) ongegrond af te wijzen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/439

    Klaagster was via de chirurg verwezen naar verweerster (neuroloog). Klaagster verwijt verweerster dat zij onvoldoende zorg heeft verleend door na het 2e consult geen vervolgafspraak meer te maken en klaagster niet verder te verwijzen. Daarnaast verwijt klaagster dat er sprake is van een gebrek aan transparantie over de behandeling. Verweerster heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/055

    Klaagster verwijt verweerder, GZ-psycholoog, ten onrechte te hebben gesteld dat klaagster leidt aan paranoïde wanen, alsmede dat hij telefonsich negatieve informatie over haar zou hebben verstrekt. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2019-216

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het College stelt voorop dat hij niet kan vaststellen hoe de behandelingen zijn verlopen met betrekking tot de door klager aangegeven pijn en de kracht waarmee door beklaagde is gemobiliseerd. Dit betekent niet dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van beklaagde, maar voor een oordeel of een bepaalde verweten gedraging onzorgvuldig (en dus tuchtrechtelijk verwijtbaar) is, moet worden vastgesteld welke feiten daaraan ten grondslag gelegd kunnen worden. Deze feiten kan het College hier niet vaststellen, omdat de lezingen van klager en beklaagde op dit punt lijnrecht tegenover elkaar staan. Het College is van oordeel dat beklaagde, met de kennis van het moment van de behandeling, geen contra-indicatie had om tot de door hem gekozen behandeling over te gaan. Het dossier biedt het College evenmin aanknopingspunten voor de conclusie dat het proces van de hernia door de behandeling van beklaagde negatief is beïnvloed. Klacht ongegrond verklaard.    

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-005

    Ongegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Partijen verschillen nadrukkelijk van mening over de vraag of er tussen klaagster en beklaagde in de periode 2011-2017 sprake is geweest van een seksuele relatie. Het College moet vaststellen dat klaagster geen bewijs ten grondslag heeft gelegd aan deze klacht. Wegens gebrek aan enige vorm van bewijs, kan het College daarom het bestaan van een seksuele relatie op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet vaststellen. De klacht kan daarom niet gegrond worden verklaard. Dit berust niet op de omstandigheid dat aan het woord van klaagster minder geloof dient te worden gehecht dan aan het woord van de beklaagde, maar op de omstandigheid dat voor een oordeel dat bepaalde gedragingen van een fysiotherapeut hem tuchtrechtelijk worden verweten, eerst moet worden vastgesteld dat de feitelijke grondslag voor dat oordeel aanwezig is, dat wil zeggen dat aannemelijk is geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. Dat is hier niet het geval. Dit vermoeden ontstaat evenmin uit de relatief lange duur van de behandelrelatie of de gebrekkige administratie van beklaagde, al dringt het College er bij beklaagde op aan kritischer te letten op de noodzaak een behandelrelatie in stand te houden en zijn administratie beter bij te houden. Klacht ongegrond verklaard.      

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/406

    Klager dient een klacht in tegen verweerster, werkzaam als huisarts, met het verwijt dat zij onder meer verkeerde dingen heeft geadviseerd voor zijn buikklachten en diaree. Volgens klager adviseerde verweerster hem cola te drinken tegen de diarree, terwijl klager diabetes heeft. Verweerster voert verweer. Ongegrond