Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 11641 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1142

    Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. De zoon van klager heeft zich voor behandeling bij de praktijk waar beklaagde werkzaam is aangemeld. Enkele weken na het eerste intakegesprek heeft beklaagde in verband met zijn vakantie de zorg overgedragen aan een collega-psycholoog. Kort voordat het tweede gesprek met deze collega zou plaatsvinden is de zoon door suïcide overleden. De verwijten van klager betreffen de behandeling van de zoon, de overdracht aan de collega voor de waarneming tijdens vakantie, het niet informeren van de nabestaanden over het onderzoek naar het incident, het niet voldoen aan de KNMG-richtlijn over inzagerecht nabestaanden en de aan de nabestaanden geboden nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de geboden nazorg gegrond, legt aan de beklaagde een berisping op en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. Het incidenteel beroep van beklaagde wordt wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard. 

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1134

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager heeft een klacht ingediend over de Pro Justitia rapportage die over hem is opgesteld in het kader van een strafzaak. Klager heeft een tuchtklacht ingediend tegen de gz-psycholoog die volgens klager in de conceptfase van het Pro Justitia rapport aan de rapporterende psycholoog feedback heeft gegeven op de rapportage, maar klager heeft deze gz-psycholoog niet bij naam (kunnen) noemen. Het NIPF heeft de naam van de gz-psycholoog feedbackgever niet willen vrijgeven, omdat de feedback uitsluitend bedoeld is voor intern overleg en beraad. Deze klacht is door het Regionaal Tuchtcollege behandeld met vermelding van de beklaagde gz-psycholoog als N.N. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing overwogen dat het standpunt van het NIFP correct is, dat de klacht geen kans van slagen heeft en heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard met publicatie in geanonimiseerde vorm. In beroep heeft klager de beklaagde gz-psycholoog voor het eerst gekoppeld aan een met naam genoemde gz-psycholoog verbonden aan het NIFP. Het Centraal Tuchtcollege gaat ervan uit dat klager in beroep de verkeerde persoon als beklaagde heeft aangewezen, doet de zaak in beroep zelf af en verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht omdat het klaagschrift niet aan de eisen voldoet.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2022/3818

    Huisarts. Horen getuigen. Herzieningsverzoek.CTG heeft herzieningsverzoek huisarts toegewezen, omdat door de huisarts meegebrachte getuige niet is gehoord. Verwijzing naar RTG voor nieuwe behandeling en horen getuige.Zitting gepland. Aangekondigd ter zitting gelegenheid om de door partijen meegebrachte getuigen te horen.Ter zitting is gemachtigde van huisarts zonder getuige verschenen. Gemachtigde: niet duidelijk of getuige zou worden gehoord, college had getuige moeten oproepen en getuige had tijdens mondeling vooronderzoek moeten worden gehoord.College: zitting bij uitstek de gelegenheid om getuige te horen. Het had de huisarts duidelijk moeten zijn dat getuige zou worden gehoord. Dat huisarts heeft afgezien van (laten) horen getuige ter zitting komt voor haar rekening en risico. Het college handhaaft de oorspronkelijke beslissing van het CTG van 15 januari 2021.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.103

    Klacht tegen een arts, destijds werkzaam bij het UWV. De arts heeft klager in mei 2016 beoordeeld in het kader van een aanvraag voor een WIA-uitkering en hiervan een rapportage opgesteld. Klager verwijt de arts dat hij a. ten aanzien van de rapportage niet zorgvuldig heeft gehandeld, b. ongemotiveerd en onzorgvuldig stukken van behandelend specialisten en medisch informatie heeft genegeerd en c. ten tijde van het handelen geen verzekeringsarts was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beroep, omdat het beroepschrift niet de gronden bevat waarop het beroep berust.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1143 en C2021/1178

    Klacht tegen gz-psycholoog. De zoon van klager heeft zich voor behandeling bij de praktijk waar beklaagde werkzaam is aangemeld. Klager heeft daar eerst een aantal gesprekken met een collega van beklaagde gevoerd. Na enkele weken heeft deze collega in verband met zijn vakantie de zorg overgedragen aan beklaagde. Kort voordat het tweede gesprek met beklaagde zou plaatsvinden is de zoon door suïcide overleden. De verwijten van klager betreffen onder meer de behandeling van de zoon, de overdracht door de collega aan beklaagde voor de waarneming tijdens vakantie, het niet informeren van de nabestaanden over het onderzoek naar het incident, het niet voldoen aan de KNMG-richtlijn over inzagerecht nabestaanden en de aan de nabestaanden geboden nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de geboden nazorg gegrond, legt aan de beklaagde een berisping op en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en dat van beklaagde tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3455

    Klacht naar aanleiding van een door beklaagde bij klager uitgevoerde neuscorrectie waarbij – achteraf gezien – te veel weefsel is verwijderd. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het risico hierop is namelijk inherent aan een neuscorrectie waarbij pas achteraf – na de genezing – blijkt of het gewenste (subjectieve) resultaat is behaald. Beklaagde heeft voldoende onderbouwd dat de neuscorrectie op een zorgvuldige wijze is uitgevoerd conform de geldende medische standaard. Klacht ongegrond.  

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3520

    Klacht tegen radioloog, inhoudende dat beklaagde een onjuiste diagnose heeft gesteld. Het college is van oordeel dat op grond van een conventioneel röntgenonderzoek kraakbeenverlies niet vastgesteld kan worden. Het verwijt van klaagster dat 50% van het kraakbeen was verdwenen en dat beklaagde dit op basis van de röntgenfoto had moeten waarnemen kan dus ook niet slagen. Van een onjuiste diagnose is geen sprake. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0050

    Klacht tegen GZ-psycholoog kennelijk ongegrond. Klager kwam in aanmerking voor resocialisatie, maar is na signalen die op mogelijke risico’s duidden, weer teruggeplaatst van de resocialisatie afdeling naar de behandelafdeling. Het college kan zich voorstellen dat dit voor klager teleurstellend is geweest. Daar staat tegenover dat het de taak van een behandelaar - zoals beklaagde – is om gebleken risico’s die in de weg staan aan resocialisatie bespreekbaar te maken, om cliënten inzicht daarin te bieden en om deze handvatten te geven om met risico’s om te gaan.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0051

    Klacht tegen GZ-psycholoog kennelijk ongegrond. Klager kwam in aanmerking voor resocialisatie, maar is na signalen die op mogelijke risico’s duidden, weer teruggeplaatst van de resocialisatie afdeling naar de behandelafdeling. Dat de terugplaatsing het gevolg is van een verwijtbaar falende behandeling kan het college aan de hand van de feiten en het dossier niet vaststellen. Het college ziet daarin geen grond voor de door klager gemaakte verwijten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3850

    Klacht tegen huisarts. Ongegrond. Klacht over behandeling van gehandicapte (inmiddels overleden) oom van klager, waarvan klager de mentor was. Klager verwijt verweerder, die klager als waarnemend huisarts tijdens een visite heeft bezocht, (onder meer) dat hij zijn toestand niet goed heeft ingeschat en hem ten onrechte niet heeft doorgestuurd naar de SEH. Het college overweegt dat uit het dossier en de toelichting ter zitting van zowel klager als van verweerder volgt dat de toestand van de oom sinds de eerdere visite was verslechterd, en enkele dagen daarna tijdens de avondvisite zorgelijk was. Dat blijkt ook uit de aantekeningen van verweerder. Daar staat tegenover dat de oom (in ieder geval) al vanaf begin van dat jaar in een slechte gezondheidstoestand verkeerde, en het in de avond per ambulance verplaatsen naar de SEH ook belastend zou zijn geweest in de conditie waarin de oom zich op dat moment bevond. Het college acht voorts van belang dat verweerder (al dan niet terecht) in de veronderstelling was dat de oom nog kon eten en dus het reeds voorgeschreven antibioticum kon innemen. Verweerder stond voor de afweging om de oom in zijn eigen omgeving de nacht door te laten brengen na het starten van de antibiotica en de volgende ochtend (door zijn eigen huisarts) verder te laten onderzoeken en, indien nodig, verder beleid te bepalen. Onder deze omstandigheden kan volgens het college van de beslissing van verweerder om het nog even aan te zien (en dus die avond nog niet in te sturen naar de SEH) niet worden gezegd dat dit zodanig onbegrijpelijk of onjuist was, dat verweerder daarvan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Veeleer moet worden geconcludeerd dat verweerder uit twee ‘kwaden’ een keuze heeft gemaakt waarbij niet op voorhand kon worden gezegd welke de minst slechte was.