Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 11789 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:175 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3882

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een orthodontist. In de praktijk van de orthodontist heeft er een incident plaatsgevonden. Klaagster en haar partner verweten de orthodontist dat hij het behandelplan van klaagster zonder toestemming had aangepast. Nadat daarover discussie is ontstaan tussen de orthodontist en de partner van klaagster, zijn klaagster en haar partner verzocht om de praktijk te verlaten, is de behandelingsovereenkomst opgezegd door de orthodontist en heeft de orthodontist de tandarts van klaagster geïnformeerd over het stoppen van de behandeling en de reden daarvoor. Klaagster beklaagt zich over de eenzijdige aanpassing van het behandelplan, de opzegging van de behandelingsovereenkomst en het ongevraagd en onjuist informeren van de tandarts.  Het verwijt dat de orthodontist de behandelovereenkomst heeft opgezegd is gegrond. Het college kan niet vaststellen dat er sprake was een ernstig geval dat een onmiddellijke beëindiging rechtvaardigt. Wel staat vast dat er sprake was van verbale agressie. In zo’n geval kan de behandelingsovereenkomst worden beëindigd, maar dan moet in ieder geval wel aan concrete zorgvuldigheidseisen worden voldaan. Het college is van oordeel dat de orthodontist deze waarborgen niet in acht heeft genomen. Hij heeft de behandelingsovereenkomst per direct opgezegd, zonder enige waarschuwing of gesprek vooraf, zonder inachtneming van een opzegtermijn en zonder waarborgen met het oog op de continuïteit van de behandeling in te bouwen. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:176 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3883

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een orthodontist. In de praktijk van de orthodontist heeft er een incident plaatsgevonden. Klaagster en haar partner verweten de echtgenoot van de orthodontist (die ook werkzaam is als orthodontist en samen met de orthodontist de praktijk voert) dat hij het behandelplan van klaagster zonder toestemming had aangepast. Nadat daarover discussie is ontstaan tussen de echtgenoot van de orthodontist en de partner van klaagster, zijn klaagster en haar partner door de orthodontist verzocht om de praktijk te verlaten, is de behandelingsovereenkomst opgezegd door de echtgenoot van de orthodontist en heeft de echtgenoot van de orthodontist de tandarts van klaagster geïnformeerd over het stoppen van de behandeling en de reden daarvoor. Klaagster beklaagt zich over de eenzijdige aanpassing van het behandelplan, de opzegging van de behandelingsovereenkomst en het ongevraagd en onjuist informeren van de tandarts. De klacht over de beëindiging van de behandelingsovereenkomst is gegrond. Het college kan niet vaststellen dat er sprake was een ernstig geval dat een onmiddellijke beëindiging rechtvaardigt. Wel staat vast dat er sprake was van verbale agressie. In zo’n geval kan de behandelingsovereenkomst worden beëindigd, maar dan moet in ieder geval wel aan concrete zorgvuldigheidseisen worden voldaan. Het college is van oordeel dat de orthodontist deze waarborgen niet in acht heeft genomen. Zij heeft de behandelingsovereenkomst per direct opgezegd, zonder enige waarschuwing of gesprek vooraf, zonder inachtneming van een opzegtermijn en zonder waarborgen met het oog op de continuïteit van de behandeling in te bouwen. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:156 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4623

    Klacht tegen psychiater. Beklaagde heeft op verzoek van het UWV een rapport opgesteld in het kader van de beoordeling van klagers arbeids(on)geschiktheid. Klager klaagt er onder meer over dat het rapport niet zorgvuldig, begrijpelijk en inzichtelijk is. Daarnaast heeft de klacht betrekking op de gebruikte validatietest. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:157 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3401

    Klacht tegen arts over opgestelde verwijzing van de zoon van klager naar een jeugdhulpinstantie. Klager verwijt beklaagde dat zij een verwijsbrief heeft verstuurd die – zonder medeweten van klager – afwijkend was van de in overleg met klager opgestelde verwijsbrief, waarmee beklaagde het ouderlijk gezag van klager niet heeft gerespecteerd. Naar het oordeel van het college heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Beklaagde heeft wel met klager in de conceptfase overleg gevoerd. Maar het definitief vaststellen van de verwijsbrief behoort tot beklaagdes professionele verantwoordelijkheid. Daar hoeft klager het niet alle opzichten mee eens te zijn. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022-4239

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Verwijt dat de heupprothese niet goed is geplaatst. Bij second opinion bleek deze los te zitten, zodat heroperatie noodzakelijk was.Het college is van oordeel dat beklaagde adequaat heeft gehandeld. De noodzaak tot revisie komt met enige regelmaat voor. Beklaagde heeft haar goed in beeld gehouden, heeft oog gehad voor eventuele loslating en heeft telkens duidelijke vervolgafspraken gemaakt. Geen aanwijzingen dat de eerste operatie niet goed is gegaan.  De bevindingen van de second opinion waren in wezen niet anders dan die van beklaagde. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2022/4464

    Klacht tegen arts die de verzuimbegeleiding van klager deed toen klager zich ziekgemeld had voor zijn werk. Klager verwijt de arts dat klager - ondanks het negatieve advies hieromtrent van zijn behandelaar - mee moest werken aan belastende onderzoeken en dat beklaagde geen nulmeting heeft verricht en geen contact heeft gelegd met klagers behandelaar. Naar het oordeel van het college bestond er ten behoeve van het uitvoeren van het arbeidsdeskundigonderzoek geen noodzaak of verplichting contact op te nemen met de behandelaar van klager. Ook niet nadat klager daarom had verzocht. Het college komt tot dit oordeel op grond van het feit dat het eerste deskundigenoordeel dateerde uit november 2021. Het deskundigenoordeel – en de daarin opgenomen relevante informatie ten behoeve van de gezondheidssituatie van klager – was dus slechts enkele maanden oud en daarmee nog altijd relevant. Ook was de informatie van de behandelaar voor beklaagde bekend, namelijk diens advies om nog niet een paar keer in de week op locatie te gaan beginnen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3711

    Klacht tegen verpleegkundige in tbs-instelling. De klacht heeft onder andere betrekking op de aanvraag van een EVBG-status, een longstay-aanvraag en de plaatsing op een bepaalde afdeling. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:171 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3754

    Ongegronde klacht tegen een internist-nefroloog. De internist was één van de behandelaren van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Zij verwijten de internist onder andere dat zij de zoon van klaagster een noodzakelijke nierdialyse heeft onthouden en dat zij moeder en zoon onjuist heeft geïnformeerd over haar zorgen over de forse bloeddrukdaling. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat er in het dossier geen informatie te vinden is die erop wijst dat er een indicatie bestond voor (spoed)dialyse de dag nadat de internist de zoon van klaagster had gezien. Verder leidt het college uit een aantekening van de internist in het dossier af dat de internist de zoon van klaagster langer in het ziekenhuis had willen houden, omdat zij meer zekerheid wilde over de oorzaak van de lage bloeddruk. Daarbij heeft de internist aandacht geschonken aan het afbouwen van prednison. Ook volgt uit die aantekening voldoende dat de internist geprobeerd heeft dit aan klaagster en haar zoon duidelijk te maken. Kennelijk is dit niet gelukt. Het college kan achteraf niet vaststellen dat dit (uitsluitend) aan de internist heeft gelegen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3891

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een arts niet in opleiding tot specialist. De arts was betrokken bij de behandeling van de 19-jarige zoon van klaagster, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. Klagers verwijten de arts dat hij de urgentie van de situatie van de zoon niet goed heeft ingeschat en geen ambulance heeft gestuurd, en dat hij de gemeentelijke lijkschouwer onjuist of onvolledig heeft geïnformeerd. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat de informatie in het dossier de arts, in combinatie met de klachten die de triagiste tegenover hem noemde, aanleiding had moeten geven de situatie van de zoon ernstiger in te schatten dan hij heeft gedaan. Dit klachtonderdeel is gegrond. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond. Het college legt geen maatregel op omdat sprake is van een lichte mate van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Het college merkt nog op dat het in gevallen als deze aanbeveling zou verdienen om een gezamenlijke evaluatie van de gebeurtenissen in de hele keten uit te voeren. Daarnaast is het van belang dat aandacht wordt besteed aan de vraag hoe opleidingstechnisch geïnvesteerd wordt in jonge artsen die niet in opleiding zijn tot specialist, en hoe hun supervisie is geregeld. Publicatie.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3889

    Gegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster is de moeder van een 19-jarige zoon, die plotseling is overleden. De zoon was bekend met een steroïdresistent nefrotisch syndroom. De huisarts had nachtdienst op de HAP waar klaagster naartoe belde. Klaagster heeft samen met de stiefvader, zussen en broers de klacht ingediend. De klacht luidt in het kort dat de huisarts zich onvoldoende heeft geïnformeerd over de toestand van de zoon, waardoor hij de situatie niet juist heeft beoordeeld. Het college merkt de moeder als klaagster aan, omdat zij de meest aangewezen persoon is om de wil van haar zoon te vertegenwoordigen. Voor ontvankelijkheid van de andere familieleden is dan geen plaats meer en zij zijn dan ook niet-ontvankelijk. Het college overweegt dat de huisarts ten minste bij de triagiste had moeten doorvragen naar de aard en ernst van de benauwdheid van de zoon. Het college is zich ervan bewust dat in deze situatie sprake is van een keten van samenwerking en verantwoordelijkheden, waarin de triagiste, de huisarts en de dienstdoende arts in het ziekenhuis allen een eigen rol vervullen. De beoordeling van de ene zorgverlener binnen de keten beïnvloedt echter de besluitvorming van de andere ketenzorgverlener(s). Ieder moet in zijn eigen positie in beginsel op de ander(en) kunnen vertrouwen, maar dit ontslaat – in dit geval – de huisarts niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om zich goed te (laten) informeren. Het college legt geen maatregel op omdat sprake is van een lichte mate van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid. Publicatie.