Zoekresultaten 11-20 van de 13007 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:111 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2255 en C2023/2256

    Klacht tegen een tandarts. Klaagster had begin december 2020 een consult bij de tandarts. Vijf dagen later onderging klaagster bij de tandarts een wortelkanaalbehandeling. De dochter van klaagster nam daarna herhaaldelijk contact op met de tandartsenpraktijk, onder andere vanwege aanhoudende pijn. Halverwege december 2020 kwam klaagster terug bij de tandarts, maar zij weigerde plaats te nemen in de behandelstoel. De tandarts mocht ook niet in de mond van klaagster kijken. De reeds geplande vervolgafspraken werden door klaagster afgezegd. Een week later ontving klaagster een brief van de tandartsenpraktijk waarin aan klaagster en haar dochter werd gevraagd om naar een andere praktijk uit te kijken. Klaagster verwijt de tandarts dat zij de behandeling éénzijdig beëindigde, zonder gewichtige reden en de zorgvuldigheidseisen in acht te nemen. Ook verwijt klaagster de tandarts dat zij haar onvoldoende informeerde tijdens het consult begin december 2020 en niet de klinische bevindingen tijdens de wortelkanaalbehandeling noteerde. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen a), b) en c) gegrond verklaard, klachtonderdeel d) ongegrond en aan de tandarts de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Klaagster en de tandarts zijn allebei in beroep gekomen tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster, en verklaart het beroep van de tandarts gegrond ten aanzien van klachtonderdelen a) en b) en verklaart deze alsnog ongegrond. De maatregel van waarschuwing blijft in stand.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2024:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6574

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klaagster kwam met oorklachten bij de KNO-arts. Klaagster verwijt de kno-arts onder andere dat zij in het eerste consult geen gehoortest heeft afgenomen en de gehoortest pas in het derde consult voorstelde. Het college overweegt het volgende. Dat de kno-arts pas na drie maanden – op het derde consult, waar klaagster met verergerde klachten terugkwam – een audiogram voorstelde, is bij gehoorverlies en een otologische voorgeschiedenis aan de late kant. Uit het verweerschrift en het overgelegde medische dossier blijkt echter dat de kno-arts tijdens het eerste consult klaagsters oor wel zorgvuldig heeft onderzocht, de anamnese heeft afgenomen en naar aanleiding van haar bevindingen eerst een aantal mogelijke oorzaken, zoals een allergie en/of kaakproblemen, heeft willen uitsluiten. Toen de allergietest negatief bleek, dacht de kno-arts aan problemen met het kaakgewricht. Ook voor die mogelijkheid bevat het dossier voldoende aanwijzingen. Door de kaakfysiotherapie verminderde ook de spanning in de kaakgewrichten van klaagster. Het college is dan ook van oordeel dat, hoewel de kno-arts lang heeft gewacht met een gehoortest, de werkwijze om eerst andere oorzaken uit te sluiten van voldoende zorgvuldigheid getuigt en niet verwijtbaar is. De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6733

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager is door de psychiater onderzocht en daar is een rapport van opgemaakt. Klager verwijt de psychiater, samengevat, dat er geen, althans onvoldoende onderzoek is gedaan voor het vaststellen van een diagnose en dat de psychiater informatie in zijn rapport heeft verwerkt waarvoor klager geen toestemming heeft gegeven. Daarnaast stelt klager dat de psychiater ten onrechte geen nader onderzoek heeft aangeboden en geen opheldering heeft verschaft. De psychiater voert gemotiveerd verweer.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6731

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager is door de psychiater onderzocht en daar is een rapport van opgemaakt. Klager verwijt de psychiater, samengevat, dat er geen, althans onvoldoende onderzoek is gedaan voor het vaststellen van een diagnose. Daarnaast stelt klager dat de psychiater ten onrechte geen nader onderzoek heeft aangeboden en geen opheldering heeft verschaft. De psychiater voert gemotiveerd verweer.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2024:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2023/6711

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. De psychiater heeft klager onderzocht in het kader van een psychiatrische expertise. Klager verwijt de psychiater dat zij zich niet professioneel en onafhankelijk heeft opgesteld. De psychiater voert gemotiveerd verweer.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5591

    Klaagster beweert op jonge leeftijd hersenletsel te hebben opgelopen, wat haar leven belemmert. Ze zoekt erkenning en een operatie, maar medische scans tonen geen letsel. Ze beschuldigt de psychiater ervan dat deze haar negeert en een onjuiste diagnose van een psychose heeft gesteld. Het college concludeert dat verweerster heel goed naar klaagster heeft geluisterd, haar alle gelegenheid heeft geboden haar verhaal te doen en uitgebreid onderzoek heeft gedaan voordat zij tot haar conclusie is gekomen. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5813

    Klager is aangehouden met een alcoholpromillage van 2,369‰. De psychiater, die in opdracht van het CBR onderzoek doet naar alcoholmisbruik, stelt na een kort onderzoek de diagnose alcoholmisbruik. Klager klaagt erover dat de diagnose te snel en zonder voldoende vragen is gesteld. Het college oordeelt dat de klacht gegrond is, omdat de psychiater niet zorgvuldig genoeg te werk is gegaan en onvoldoende heeft doorgevraagd naar klagers drinkpatroon. Hierdoor was de diagnose niet goed onderbouwd. Het college legt de maatregel van berisping op vanwege gebrek aan zorgvuldigheid en professionele interesse.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5853

    Verweerder (longarts) wordt verweten dat hij klaagster heeft beschuldigd van blowen. Verweerder heeft aangevoerd dat hij klaagster nergens van heeft beschuldigd maar heeft gevraagd naar cannabisgebruik om een goede diagnose te kunnen stellen.Oordeel college: Het stellen van een dergelijke vraag in het kader van een anamnese voor het stellen van een diagnose, is geen beschuldiging. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5663

    De psychiater heeft een derde deskundigenrapport opgesteld in een langlopende letselschadeprocedure na een ongeval. Zij concludeert dat klager vermoedelijk een paranoïde persoonlijkheidsstoornis heeft die niet het gevolg is van het ongeval. De klager betwist de werkwijze en de conclusies van de psychiater. Het college verklaart de klacht gegrond. De psychiater had een goede onderzoeksopzet en methode, maar zij verwoordde haar bevindingen op een manier die niet objectief was en de feiten vervormde. Dit heeft geleid tot de schijn van vooringenomenheid en onzorgvuldigheid, wat in strijd is met de beroepsnormen. Daarnaast maakt de psychiater in haar rapportage een niet onderbouwde stap van een ‘vermoedelijke persoonlijkheidsstoornis’ naar een diagnostische conclusie “persoonlijkheidsstoornis,” waarbij deze diagnostische conclusie een bepalende rol heeft ten aanzien van het doel waarvoor het onderzoek is aangevraagd. Juist binnen de complexe context van deze zeer specifieke zaak heeft zij als rapporterend psychiater niet voldaan aan de kernwaarden zorgvuldigheid in formulering en onpartijdigheid. Zij heeft zich ook onvoldoende reflectief en leerbaar opgesteld. Daarom legt het college de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2024:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2023/5878

    Verweerder (longarts) wordt door klagers (patiënt en zoon van patiënt) verweten dat verweerder een verkeerde diagnose heeft gesteld en/of een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd. Daardoor zou mogelijk schade zijn ontstaan. Verweerder heeft zich onprofessioneel gedragen richting de familie van patiënt door de familie aan te geven dat patiënt ongeneeslijk ziek zou zijn.Oordeel college: zoon van patiënt is voor enkele klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk omdat hij geen rechtstreeks belanghebbende is en daarom niet klachtgerechtigd is. Het college behandelt geen gevolgen van het handelen van verweerder. De klacht is kennelijk ongegrond.