Zoekresultaten 11-20 van de 14424 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8735

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster was in therapie bij een collega van de psychotherapeut. Bij een gesprek dat plaatsvond toen de collega de behandeling met klaagster wilde beëindigen, was de psychotherapeut als toehoorder aanwezig. Klaagster verwijt de psychotherapeut (onder meer) dat zij het handelen van haar collega niet ter discussie heeft gesteld. Eerste en tweede tuchtnorm zijn hier niet van toepassing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8561

    Klacht tegen GZ-psycholoog deels kennelijk-niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Klager was in behandeling bij een GGZ-instelling waarvan de GZ-psycholoog bestuurder was. Klager verwijt de GZ-psycholoog dat hij a) zich onjuist heeft opgesteld in zijn rol als bestuurder, b) heeft nagelaten om instructies en adviezen richting de zorgverleners te geven en c) zich schuldig heeft gemaakt aan declaratiefraude, oplichting en valsheid in geschrifte. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen a) en b): deze klachtonderdelen hebben betrekking op de organisatie van zorg en de samenhang met individuele gezondheidszorg ontbreekt. Voor het overige is de klacht ongegrond. Niet gebleken is van declaratiefraude, oplichting of valsheid in geschrifte.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8562

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog was als regiebehandelaar bij de behandeling van klager betrokken. De feitelijke uitvoering werd door een masterpsycholoog gedaan. Klager verwijt de GZ-psycholoog onder meer onjuiste dossiervoering, het toepassen van een onjuiste behandelmethode, onterechte en onzorgvuldige beëindiging van de behandeling en onvoldoende regievoering. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8529

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klager is geopereerd vanwege een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie zijn twee zenuwen doorgenomen. Sinds de operatie heeft klager slikpassageklachten. Klager verwijt de KNO-arts onder andere dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en dat hij klager voorafgaande aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college oordeelt dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen. Ook hoefde hij het risico op de klachten die klager heeft niet te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8773

    Gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Klager is de IGJ. De fysiotherapeut heeft zich schuldig gemaakt aan het betasten van intieme delen van een cliënt die hij op dat moment behandelde. De wijze waarop de fysiotherapeut de kwetsbare en van hem afhankelijke cliënt heeft behandeld is onaanvaardbaar. Meer in het bijzonder verwijt het college de fysiotherapeut dat hij, ondanks dat hij gedurende zijn loopbaan meerdere meldingen heeft gekregen van seksueel grensoverschrijdend gedrag, zijn gedrag niet heeft gebeterd. Het college beveelt de doorhaling van de inschrijving van de fysiotherapeut in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2616 Verzet

    Voorzittersbeslissing in een klacht tegen een huisarts. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat het handelen van de huisarts ten opzichte van klager niet valt onder één van de tuchtnormen. Ten aanzien van het handelen van de huisarts als zorgondernemer en het handelen ten aanzien van patiënten is klager geen rechtstreeks belanghebbende is. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/7961

    Klacht tegen een bedrijfsarts gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping met bekendmaking in het BIG-register. De klacht gaat over een bedrijfsarts die klaagster heeft begeleid in het kader van ziekteverzuim. Klaagster maakt de bedrijfsarts verschillende verwijten over een consult en het naar aanleiding daarvan door hem opgestelde advies. Zo vindt klaagster onder meer dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen, zij onheus is bejegend, de dossiervoering onvoldoende is en onjuistheden bevat, en dat het stappenplan voor een second opinion en de richtlijnen niet zijn gevolgd. Het college overweegt dat de bedrijfsarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door onvoldoende diagnostiek te verrichten, een onzorgvuldig advies aan de werkgever uit te brengen, zich niet in te zetten voor het realiseren van de gevraagde second opinion en de richtlijnen van de NVAB niet of onvoldoende te volgen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8747

    Klacht tegen huisarts. Klagers hebben zich tot (de praktijk van) de huisarts gewend in verband met toegenomen gedragsproblemen bij hun minderjarige zoon en met het verzoek om herhaling van een in het buitenland voorgeschreven antipsychoticum aan hun zoon. Klagers maken de huisarts uiteenlopende verwijten over onder meer de wijze waarop zij heeft gehandeld naar aanleiding van de hulpvraag voor hun zoon, haar dossiervoering, communicatie, klachtafhandeling en een door haar gedane melding bij Veilig Thuis. Het college verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8628

    Klager is door de huisarts gezien in verband met een plek op zijn knie. De huisarts heeft de diagnose verruca seborroica (ouderdomswratje) gesteld en het plekje weggekrabd. Een aantal maanden later heeft de huisarts besloten een excisie te doen en het weefsel op te sturen. Nadien bleek dat sprake was van een melanoom. Klager maakt de huisarts onder meer verwijten over de gestelde diagnose, het wegkrabben en het niet opsturen van weefsel voor nader onderzoek. De huisarts heeft aangevoerd dat hij het betreurt dat achteraf sprake was van een melanoom maar dat hij op basis van de kennis die hij op dat moment had zorgvuldig heeft gehandeld. Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8675

    Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. De verpleegkundige werkte bij een bemoeizorg-team. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek. Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.