Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 10584 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-168

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Beklaagde is binnen de kaders van haar bevoegdheid gebleven. Niet is gebleken dat zij oneigenlijke druk heeft uitgeoefend of haar onafhankelijkheid heeft geschonden. Zij heeft, rekening houdend met de spierziekte van klager, de werkgever geadviseerd om klager te ontheffen van arbeid tot december 2020. Na de uitslagen van de nadere onderzoeken zou de situatie van klager opnieuw worden geëvalueerd. Dat beklaagde in september 2020 nog over werkhervatting heeft gesproken is reeds daarom niet verwijtbaar. Het bespreken van de verschillende opties betekent ook niet dat beklaagde oneigenlijke druk heeft uitgeoefend. Het is juist de taak van beklaagde om klager zo volledig mogelijk te informeren over zijn mogelijkheden. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-151

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Beklaagde heeft, zonder zich te verdiepen in de multidisciplinaire richtlijn (‘Mensen met migraine…. aan het werk!’) en zonder deugdelijke motivering, de medische conclusies van de verzekeringsartsen van het UWV en van de neuroloog naast zich neergelegd. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Nu migraine of migraineachtige hoofdpijn wel degelijk frequent verzuim kan verklaren, is beklaagde tot een onjuist, althans tot een onvoldoende gemotiveerd oordeel over de arbeidsgeschiktheid van klager gekomen. Naar het oordeel van het College kon beklaagde op basis van de informatie die beschikbaar was en beklaagde bij een actievere houding bekend had kunnen zijn, in redelijkheid niet tot zijn conclusie komen dat klager volledig geschikt was voor zijn eigen werk. Voorts is naar het oordeel van het College gebleken dat beklaagde stelselmatig informatie over klager die hem niet welgevallig was, ongemotiveerd ter zijde heeft geschoven. Daarmee heeft beklaagde klager en zijn klachten onvoldoende serieus genomen. Ten slotte heeft beklaagde niet aannemelijk heeft kunnen maken dat hij het expertiserapport op goede gronden buiten beschouwing heeft gelaten. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Berisping

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:45 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 149/2020

    Klacht tegen gynaecoloog. Bij een laparoscopische baarmoederverwijdering is ureterletsel ontstaan. Complicatie, geen verwijtbar fout. Geen verwijt betreffend informed consent. Klacht ongegrond  

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 148/2020

    klacht tegen collega-tandarts. Het college acht klager geen belanghebbende voor zover de klacht ziet op de diagnostiek bij en informatieverschaffing aan een individuele patiënt van beklaagde. Datzelfde geldt voor de klacht dat beklaagde geen zelfinzicht toont en dat hij een gewoonte zou maken van het misleiden van patiënten voor parodontologie. In zoverre is de klacht niet-ontvankelijk. Het college acht de klacht ongegrond voor zover deze betrekking heeft op het vermeende bedrog dat beklaagde zou hebben gepleegd door een patiënt een valse verklaring te laten opstellen en deze in te brengen in een tuchtrechtelijke procedure tegen klager. Bedrog of valsheid is niet aannemelijk geworden en beklaagde mocht in een tuchtprocedure bewijs inbrengen van zijn stellingen.  

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2412-2020-083

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een kno-arts. Het college is van oordeel dat inzichtelijk is gemaakt dat beklaagde een indicatie had om de oordruppels voor te schrijven. Er was sprake van korstvorming op het trommelvlies en klaagster was bekend met recidiverende oorklachten en bovenste luchtweginfecties. Het dichtklappen van het oor na het plaatsen van een buisje kan erop duiden dat er nog sprake is van een actieve reactie (lees: ontsteking) van het middenoorslijmvlies. Verder is het bekend dat een trommelvliesbuisje een afstotingsreactie dan wel ontsteking teweeg kan brengen, dus zonder dat sprake is van een infectie, en kan leiden tot korstvorming. Gebruik van de oordruppels kan, gelet op het mogelijk langdurige karakter van herstel van de slijmvliesfunctie door de recidiverende luchtweginfecties, van toegevoegde waarde zijn en is een veelvoorkomende behandeling in de KNO-praktijk. Ook het verwijt dat beklaagde het risico op gehoorschade niet had mogen nemen omdat er geen indicatie bestond, treft geen doel. Voorts is het college van oordeel dat beklaagde geen verwijt kan worden gemaakt ter zake van de informatieplicht. De kans op gehoorschade door medicatie (ototoxiciteit) is, ook blijkens de bijsluiter, zeer gering, wordt in de dagelijkse KNO-praktijk zelden waargenomen en daarom meestal niet apart benoemd. De oordruppels worden beschouwd als de meest veilige en in combinatie met het gegeven dat klaagster bij eerder gebruik van de oordruppels geen bijwerkingen had, is er geen grond om van verwijtbaar medisch nalaten door beklaagde te kunnen spreken, hoe spijtig het ook is dat klaagster de zeldzame complicatie van gehoorschade ondervindt. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 224/2020

    Klacht tegen een medisch adviseur van een verzekeraar. De klacht is ontvankelijk. Klacht kennelijk ongegrond. Geen rapportage als bedoeld in van artikel 464 lid 2 onder b BW.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 100/2020

    Klacht van een zorgverzekeraar over onjuist declareren door beklaagde, tandarts (destijds met specialisme kaakchirurgie). Klacht gegrond, doorhaling en schorsing bij wijze van voorlopige voorziening.    

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 102-2021

       Klacht van een zorgverzekeraar over onjuist declareren door beklaagde, tandarts (destijds met specialisme kaakchirurgie en het niet meewerken aan een (fraude-)onderzoek van de verzekeraar. Klacht gegrond, doorhaling en schorsing bij wijze van voorlopige voorziening.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 131/2020

    Klacht over verloskundige. Klaagster verwijt beklaagde o.a. dat zij haar geen goede zorg heeft geboden en haar niet met respect heeft behandeld. Klaagster, op het moment van het eerste contact met de praktijk van beklaagde 27 weken zwanger, werd tot dan toe niet begeleid door een verloskundige. Zij had een afwijkende zorgbehoefte. Beklaagde maakte zich zorgen omdat de zwangerschap tot dan toe onbegeleid was verlopen. Zij had bij een eerdere zwangerschap een keizersnee gekregen, zonder dat beklaagde bekend was waarom. Klaagster was terughoudend informatie te geven en wilde eerder gemaakte echo’s niet geven. Er vindt één thuisbezoek plaats waar geen bijzonderheden worden vastgesteld. Klaagster zegt een vervolgafspraak af en laat weten niet verder te willen met de praktijk van beklaagde. Beklaagde legt de casus geanonimiseerd ter advies voor aan Veilig Thuis (VT). Vervolgens mailt zij klaagster met de boodschap dat zij zich verplicht acht melding te doen bij VT als klaagster niet vertelt wie de opvolgend verloskundige is. Het college oordeelt dat beklaagde onvoldoende oog heeft gehad voor de wensen van klaagster bij zwangerschapsbegeleiding. Het thuisconsult gaf geen aanleiding tot zorgen. Ze had klaagster moeten spreken i.p.v. mailen. Meldcode kindermishandeling niet goed gevolgd. Geen plicht tot melding. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2091

    Klacht tegen een verweerster die een registratie heeft als verpleegkundige, die als zodanig werkzaam is binnen de instelling en tevens werkzaam als systemisch - en psychosociaal therapeut. In de relatie met klaagster is verweerster opgetreden in de hoedanigheid van therapeut. Het college is van oordeel dat klaagster ontvankelijk is in haar klacht. Verweerster wordt onder meer verweten dat: 1)          zij haar (privé)gevoelens met klaagster, als cliënt, heeft gedeeld, terwijl klaagster nog bezig was met relatietherapie. Klaagster had nooit willen weten dat verweerster liefdesgevoelens voor haar ex-partner had gekregen. Klaagster vindt dat erg onprofessioneel en er is geen rekening gehouden met haar kwetsbare psychische staat van zijn op 26 juni 2020; 2)          zij na het ontdekken van haar gevoelens niet meteen de behandeling met klaagster heeft stopgezet, maar zeker nog één therapie aan klaagster heeft gegeven; Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels ongegrond.