Zoekresultaten 1-10 van de 14337 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8537

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klagers zijn respectievelijk echtgenoot en nicht van patiënte. Patiënte is op 84-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker overleden. Klagers vinden dat de huisarts patiënte passende medische zorg heeft onthouden en in de laatste fase van haar leven te weinig steun en aandacht heeft gegeven. Het college overweegt dat tussen het moment van diagnose en het overlijden van patiënte - een ruim jaar later - er zeker 30 contactmomenten zijn geweest, telefonisch, met een consult of visite. Niet duidelijk is waar en op welk moment patiënte passende zorg is onthouden. Evenmin blijkt uit het dossier dat de huisarts patiënte in de laatste fase van haar leven te weinig aandacht en steun zou hebben gegeven. Uit het dossier spreekt eerder een grote betrokkenheid van de huisarts bij de patiënte en een proactieve houding.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8593

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij ondanks meerdere verzoeken het medisch dossier van haar minderjarige dochter niet van de huisarts heeft ontvangen. Het college oordeelt dat het beter was geweest als het dossier direct naar klaagster zou zijn gestuurd nadat duidelijk werd dat klaagster niet op een gesprek zou komen en dat het niet de schoonheidsprijs verdient dat het verzoek van klaagster in de vergetelheid is geraakt. Maar het college oordeelt dat het van zorgvuldigheid getuigt dat de huisarts direct op het verzoek van klaagster heeft gereageerd door haar – gelet op de blijkbaar complexe huiselijke situatie, verschillende misverstanden en klaagsters recente onvrede over de verleende zorg – voor een gesprek uit te nodigen, en haar uiteindelijk het dossier onder vermelding van uitgebreide excuses en uitleg op te sturen. De klacht is hiermee kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8436

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Na terugkeer van vakantie in het buitenland krijgt klaagster ernstige buikklachten. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij niet de juiste diagnose heeft gesteld en niet adequaat heeft gehandeld naar aanleiding van haar klachten. Het college overweegt dat klaagster in een periode van ruim een half jaar meerdere malen is beoordeeld door verweerster en collega’s van verweerster. Er is op meerdere momenten aanvullend (specialistisch) onderzoek gedaan, wat blijkens het medisch dossier geen verdere aanknopingspunten gaf. De enkele omstandigheid dat later een Helicobacter pylori-bacterie infectie is vastgesteld, maakt niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Zij had klaagster al eerder op deze bacterie laten testen en de uitslag was toen negatief. Verweerster had naar het oordeel van het college geen redenen om te twijfelen aan de juistheid van het testresultaat. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8496

    Klacht tegen een fysiotherapeut gedeeltelijk gegrond. Klaagster kwam wegens nek-, schouder- en rugklachten bij de fysiotherapeut. Zij verwijt de fysiotherapeut grensoverschrijdend gedrag, door haar tijdens de twee behandelingen te betasten en ongepaste vragen te stellen. De fysiotherapeut ontkent dat hij klaagster tijdens de behandelrelatie op een niet professionele manier heeft aangeraakt. Hij erkent wel dat de gesprekken tijdens de behandelingen te intiem waren. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut geen onprofessionele gesprekken had mogen hebben met klaagster. Dat de fysiotherapeut zich met zijn handelingen ook seksueel grensoverschrijdend naar klaagster toe heeft gedragen, kan het college niet vaststellen. Als maatregel legt het college een berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8335

    Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Klager is door verweerster gezien in het kader van een arbeidsmedische keuring. Klager maakt verweerster meerdere verwijten over onder meer het verrichte onderzoek, de informatieverstrekking en het door haar opgestelde verslag. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig onderzoek heeft verricht en niet gehouden was de door klager genoemde kwalen in het verslag op te nemen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8430

    Gegronde klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij zijn beroepsgeheim en het informed consent heeft geschonden. Verder verwijt klaagster de fysiotherapeut dat hij haar medisch dossier per onbeveiligde e-mail heeft verzonden. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut onvoldoende zorgvuldig gehandeld heeft. Daar tegenover staat dat het college ervan overtuigd is dat de fysiotherapeut zich heeft ingespannen om klaagster goede zorg te leveren en gedurende de behandelperiode steeds voor klaagster heeft klaargestaan. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8731

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij op discriminatoire gronden klager heeft geweigerd in te schrijven in haar huisartsenpraktijk. Daarnaast heeft zij zonder toestemming van klager het dossier van klager van een andere huisartsenpraktijk ontvangen. Het college heeft geen redenen om aan te nemen dat er sprake is van een afwijzing op discriminatoire gronden. Het college is verder van oordeel dat de huisarts op het moment van de digitale overdracht van het dossier, niet hoefde na te gaan of klager hier toestemming voor had gegeven. Er was voor de huisarts geen reden om te twijfelen aan de toestemming voor de gegevensoverdracht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:13 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle z2025/8533

    Klacht over schenden van het beroepsgeheim en de privacy tegen een verloskundige deels gegrond. Maatregel: waarschuwing. Klaagster plaatste na de zwangerschapsbegeleiding online een recensie over de praktijk en het handelen van de verloskundige. De verloskundige reageerde door middel van een openbare reactie en deelde daarbij ook medisch inhoudelijke informatie van klaagster. Het college oordeelt dat de verloskundige haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden en onbevoegd informatie heeft opgevraagd. De klachtonderdelen over schending van de privacy door het opnemen van een telefoongesprek en het delen van gegevens in het kader van een overdracht zijn ongegrond. De verloskundige was onervaren, heeft uiteindelijk spijt betuigd en verbetermaatregelen genomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:9 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8064

    Klacht tegen een verloskundige kennelijk ongegrond. De verloskundige is betrokken geweest bij de bevalling van klaagster en heeft daarbij ook een vaginaal toucher uitgevoerd. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij dit vaginaal toucher heeft gedaan zonder een daaraan voorafgaand gegeven voldoende informed consent van klaagster. Ook verwijt klaagster de verloskundige een onvoldoende rapportage in het partusverslag en van een na de bevalling gevoerd afsluitend gesprek. Het college oordeelt dat klaagster in voldoende mate was geïnformeerd en toestemming heeft gegeven voor het vaginaal toucher. Daarnaast heeft de verloskundige alles genoteerd wat zij moest noteren in de verslagen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7792

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster, een jonge vrouw met borstkanker in de voorgeschiedenis, presenteert zich met rugklachten bij de huisarts. Na onderzoek stelt de huisarts haar gerust en raadt haar fysiotherapie aan. Enkele maanden later worden bij haar meerdere botmetastasen vastgesteld. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen en haar niet tijdig heeft doorverwezen. Volgens de NHG-richtlijn Aspecifieke lagerugpijn komt lage rugpijn frequent voor en is er daarbij in de overgrote meerderheid geen specifieke lichamelijke oorzaak aanwijsbaar. Bij het ontstaan van een chronisch beloop kunnen psychologische en sociale factoren een rol spelen. Daarvoor heeft de huisarts oog gehad en in die zin heeft hij gehandeld conform de richtlijn. Hoewel naar het oordeel van het college een tweesporenbeleid de voorkeur had verdiend (aandacht voor zowel de lichamelijke als de psychosociale kant), is het college van oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.