Zoekresultaten 151-160 van de 2547 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:135 Hof van Discipline 's Gravenhage 260009
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:135
Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. De deken heeft op goede gronden geweigerd aan klaagsters herhaalde verzoek te voldoen, omdat klaagster niet in de positie verkeert dat zij geen advocaat bereid kan vinden om haar bij te staan. Dat klaagster het kennelijk niet eens is met de wijze waarop haar advocaat de zaak aanpakt(e) is geen reden voor aanwijzing van een (nieuwe) advocaat. Klaagster miskent dat de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening is, die pas in werking treedt als de rechtzoekende zelf geen advocaat kan vinden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:129 Hof van Discipline 's Gravenhage 250221
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:129
Klacht tegen advocaat wederpartij. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan eigen belang. Verwijt dat verweerder vertrouwelijke stukken uit de mediation in procedures heeft overgelegd, gegrond. De raad heeft de overige klachtonderdelen ongegrond verklaard, omdat de raad vanwege het geslaagde beroep van verweerder op zijn verschoningsrecht niet heeft kunnen vaststellen of verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder tegenover klaagster - de wederpartij - een beroep mag doen op zijn geheimhoudingsplicht jegens zijn oud-cliënten. Dat betekent echter niet dat de klachtonderdelen, waarvoor verweerder zich op zijn geheimhoudingsplicht beroept, ongegrond moeten worden verklaard vanwege het enkele feit dat verweerder zich daartegen niet heeft verweerd of kunnen verweren. Of die klachtonderdelen al dan niet gegrond moeten worden verklaard, hangt af van de feiten die, in dit geval met name aan de hand van de verschillende uitspraken van gerechtelijke instanties, ook zonder kennisneming van eventuele verweren van verweerder kunnen worden vastgesteld. Het hof verklaart deze klachtonderdelen voor het overgrote deel alsnog gegrond. Het had in deze specifieke zaak op de weg van verweerder gelegen om nader onderzoek te doen naar de informatie die hem door zijn cliënten werd aangereikt. Dat verweerder dit heeft gedaan is niet gebleken. Hij meegewerkt aan een opzetje om de executie van dwangsommen door klaagster te frustreren op basis van een vage, niet onderbouwde vordering, wat bovendien praktisch volledig buiten de beweerdelijke schuldeiser is omgegaan. Verweerder is meegegaan in het leggen van beslag op basis van ernstige beschuldigingen jegens klaagster, die mede gebaseerd bleken te zijn op gemanipuleerde beelden, die verweerder had kunnen en moeten controleren. Bijzonder kwalijk is dat verweerder aantoonbaar (en in rechte vastgesteld) in meerdere procedures - bewust - onjuiste en/of misleidende informatie aan de rechter heeft verstrekt, relevante feiten heeft verzwegen en betrokken is geweest bij acties om klaagster via publicaties in een kwaad daglicht te stellen. Verweerder heeft de kernwaarde onafhankelijkheid volledig uit het oog verloren. Onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:136 Hof van Discipline 's Gravenhage 250452
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:136
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. Hoewel verweerster een processtuk van de wederpartij van klaagster niet direct na ontvangst heeft doorgestuurd naar klaagster, heeft verweerster – toen zij dit ontdekte – adequaat en zoals van een betamelijk handelend advocaat verwacht mag worden gehandeld. Ook overigens is niet gebleken dat verweerster in haar werkzaamheden voor klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Evenals de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden acht ook het hof de klacht in al zijn onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:130 Hof van Discipline 's Gravenhage 250211D
- Datum publicatie: 04-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:130
Dekenbezwaar. Er bestaan voldoende aanknopingspunten tussen het beroep van verweerder als advocaat en zijn doen en laten als bestuurder van onder meer een stichting voor een tuchtrechtelijke beoordeling. Verweerder had een persoonlijk belang bij zijn optreden als advocaat voor de stichting en deze “dubbele pet” heeft de onafhankelijkheid verweerder als advocaat aangetast. De belangen van de stichting kwamen niet (steeds) overeen met de belangen van verweerder als bestuurder en in privé. Door het aangaan van een A-B-C-transactie heeft verweerder zijn persoonlijke belang laten prevaleren boven het belang van de stichting. Ook uit een uitspraak van het gerechtshof blijkt dat verweerder zichzelf met die transactie financieel heeft willen bevoordelen. Verweerder heeft ook niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen als bestuurder door geen deugdelijke administratie te voeren. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad. Nu verweerder niet of nauwelijks inzicht heeft getoond in de ernst van zijn handelen en ook overigens geen blijk heeft gegeven van enige zelfreflectie, verzwaart het hof de door de raad opgelegde maatregel tot een onvoorwaardelijke schorsing van 13 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:107 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-847/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:107
Klagers zijn als eigenaren van een appartement verenigd in een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klagers verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klagers onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - waaronder klagers - tegen de VvE hadden aangespannen. Verder is de raad van oordeel dat verweerder met de gewraakte uitlatingen niet de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Hij heeft die uitlatingen gedaan namens de VvE. Dat klagers de door verweerder gebruikte bewoordingen als kwetsend en intimiderend hebben ervaren, is onvoldoende om daarvan aan verweerder tuchtrechtelijk een verwijt te maken. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-849/AL/GLD
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:108
Klaagster is als eigenaar van een appartement in een complex lid van een vereniging van eigenaren. Verweerder is sinds 2019 de advocaat van de VvE. Dat door de gang van zaken rondom onder meer de instemming met een vaststellingsovereenkomst na mediation bij klaagster als toenmalig bestuurslid verwarring is ontstaan over de hoedanigheid van verweerder, betekent nog niet dat hem daarvan ook tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Uit de stukken is de raad namelijk niet gebleken dat verweerder klaagster onjuist heeft geadviseerd over zijn rol of hoedanigheid of dat verweerder daarin op enigerlei andere wijze is tekortgeschoten. Verweerder heeft als advocaat in opdracht van (het daartoe bevoegde bestuur van) de VvE gehandeld en kon in die hoedanigheid ook de VvE vertegenwoordigen in een procedure die een aantal leden - niet klaagster - tegen de VvE hadden aangespannen. Niet is gebleken dat verweerder uitlatingen tegen klaagster heeft gedaan waarmee hij de grens van het toelaatbare heeft opgezocht of overschreden. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-894/AL/OV
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:109
Klacht over eigen advocaat. De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klaagster, zijn cliënte, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al (meermaals) eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:128 Hof van Discipline 's Gravenhage 250346D
- Datum publicatie: 01-05-2026
- Datum uitspraak: 01-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:128
Dekenbezwaar betreffende een praktijkvoering in strijd met de kernwaarden kwaliteit (deskundigheid) en integriteit. Naast het dekenbezwaar zijn bij de raad en het hof gelijktijdig twee klachten van oud-cliënten behandeld (250343 en 250344). De raad heeft de klachten en het dekenbezwaar gegrond verklaard en verweerder de maatregel van schrapping van het tableau opgelegd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:124 Hof van Discipline 's Gravenhage 250427
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:124
Deze zaak betreft een klacht van een advocaat tegen een andere advocaat. Volgens klager was verweerster zijn advocaat en heeft zij haar geheimhoudingsplicht geschonden door in een procedure tussen klager en de deken informatie aan de deken te verstrekken. Daarnaast zou verweerster een belofte niet zijn nagekomen, zich onnodig grievend over klager hebben uitgelaten en hebben gehandeld in strijd met gedragsregel 15 lid 1 onder b. Het hof verklaart -net als de raad- de klacht op alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:125 Hof van Discipline 's Gravenhage 250311D
- Datum publicatie: 30-04-2026
- Datum uitspraak: 24-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:125
De deken heeft een dekenbezwaar ingediend tegen verweerster. De raad heeft bij tussenbeslissing een vooronderzoek gelast. De raad verklaart het dekenbezwaar gegrond en legt aan verweerster de maatregel van schrapping op. In hoger beroep oordeelt het hof dat de resultaten van het vooronderzoek deels niet als juist kunnen worden aanvaard, omdat deze niet berusten op een deugdelijke grondslag. Een deel van bevindingen van het vooronderzoek zijn slechts summier vastgelegd en een deel in het geheel niet. Van verweerster kan niet worden verlangd bevindingen die summier zijn onderbouwd met bewijs en bevindingen die in het geheel niet zijn vastgelegd te weerleggen. Het hof komt tot het oordeel dat het dossierbeheer en de dossieradministratie van verweerster tekortschieten en dat er tekortkomingen zijn ten aanzien van de waarneming, de naamgeving, de klachtenregeling en de privacyverklaring. Mede gelet op het tuchtrechtelijke verleden acht het hof een onvoorwaardelijke schorsing van 26 weken passend en geboden.