Zoekresultaten 1-10 van de 143 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:96 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-467/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-366/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Tijdens de behandeling van een eerdere klacht van klager over verweerder heeft de gemachtigde van verweerder tijdens de behandeling van die klacht bij het Hof van Discipline WhatsApp-gesprekken tussen klager en mr. X, kantoorgenoot van verweerder , in het geding gebracht. Klager heeft daarvoor geen toestemming gegeven. Het staat een advocaat vrij om zijn standpunt over een klacht kenbaar te maken en zich daartegen te verdedigen op een wijze die hem goeddunkt. Deze vrijheid is niet onbeperkt. De grenzen van de betamelijkheid mogen niet worden overschreden. Daarvan is de voorzitter niet gebleken. Verweerder heeft uitgelegd waarom die stukken relevant waren in de tuchtprocedure. Van ontoelaatbare inbreuk op de privacy van klager is, gelet op de inhoud van die WhatsApp-gesprekken, evenmin sprake terwijl die stukken alleen zijn gebruikt in de beslotenheid van de tuchtrechtelijke procedure. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-367/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. Klager verwijt verweerder dat hij WhatsApp-gesprekken tussen verweerder en klager aan (de gemachtigde van) mr. V, zijn kantoorgenoot, ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van de verdediging van mr. V tegen een tuchtklacht van klager. De voorzitter overweegt dat het de voorkeur zou hebben verdiend om slechts de voor die tuchtzaak relevante gedeelten van de Whatsapp-gesprekken in het geding te brengen. Wat hier ook van zij: dit is echter niet door verweerder, maar door de gemachtigde van mr. V gedaan. Bovendien zijn deze WhatsApp-gesprekken alleen in de beslotenheid van de tuchtrechtelijke procedure overgelegd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-640/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-733/AL/OV

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:95 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-531/DB/LI

    Tussenbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad verwijst de zaak opnieuw terug naar de deken. Met de eerdere tussenbeslissing was het niet de bedoeling dat de geheimhoudingsplicht van verweerder of de deken zou worden geschonden. Verweerder zou de deken volledig informeren en volledig verweer kunnen voeren tegen de klachtonderdelen zonder zijn geheimhoudingsplicht te schenden. Van dit (inhoudelijk) onderzoek door de deken zouden derden, waaronder klaagster en de raad, geen kennis nemen. De raad verzoekt de deken dit onderzoek te verrichten. Vervolgens wenst de raad van de deken te vernemen of het zo is dat de geheimhoudingsplicht van verweerder inderdaad in de weg staat aan het voeren van verweer. De raad houdt de verdere behandeling van de zaak en iedere verdere beslissing aan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:199 Hof van Discipline 's Gravenhage 230023

    Klager was het niet eens met een door de Raad voor de Kinderbescherming opgemaakt rapport. De rechtbank heeft geen zitting gelast, maar een datum voor beschikking gegeven. De raad oordeelde dat verweerster bij de rechtbank om een zitting had moeten vragen en verklaarde de klacht gegrond met waarschuwing. Het hof vernietigt de uitspraak van de raad en verklaart de klacht ongegrond. Zonder mandaat van haar cliënt kon verweerster bij de rechtbank niet om een zitting vragen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 230295

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij over onjuiste en onnodige mededelingen in een verweerschrift ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.    

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 230305

    Klacht over optreden eigen advocaat bij ontbinding arbeidsovereenkomst. De raad verklaarde de klacht grotendeels gegrond met voorwaardelijke schorsing van vier weken. De termijn voor indiening verweerschrift was al verstreken toen verweerder de oproepbrief ontving, in zoverre verklaart het hof de klacht alsnog ongegrond. Verweerder is tekort geschoten in de zorg voor de cliënt: geen opdrachtbevestiging en vastlegging afspraken, ontbreken regie, indienen verweerschrift zonder voorafgaande goedkeuring van de cliënt. Maatregel wordt gematigd tot berisping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:94 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-300/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder heeft gelogen over de kantoorspecialisaties. Verweerder had de vrijheid om klagers zaak niet aan te nemen. Klacht kennelijk ongegrond.