Zoekresultaten 111-120 van de 20031 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:376 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-604/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Klager is door zijn werkgever op staande voet ontslagen. De kantonrechter heeft dit ontslag als rechtsgeldig gegeven beoordeeld. In hoger beroep heeft het gerechtshof beslist dat het aan klager gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven. Verder heeft het gerechtshof de financiële gevolgen van een en ander in de uitspraak vermeld, daarbij ook verwijzend naar de uitspraak van de kantonrechter. De advocaat van klager en die van de wederpartij interpreteren de uitspraak van het hof ten aanzien van de financiële gevolgen anders. De advocaat van de werkgever stuurt de advocaat van klager een uitgebreide berekening van hoe een en ander per saldo zal uitpakken. Daarop komt geen inhoudelijke reactie van de advocaat van klager, waarop de advocaat van de werkgever de eerder aangezegde executie in gang zet en een deurwaarder inschakelt. Hierop ziet de klacht van klager, nu hij van oordeel is dat de uitspraak van het gerechtshof duidelijk was en hij juist geld van de werkgever zou moeten krijgen. De raad verklaart de klacht ongegrond, omdat de handelswijze van de advocaat van de werkgever gelet op de omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:377 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-167/AL/OV 23-168/AL/OV

    Raadsbeslissing. Op grond van de stukken staat vast dat verweerder 2. - net als klaagster - actief is in de beddenbranche. Klaagster vreest dat hierdoor de onafhankelijkheid van verweerders in gevaar komt en dat er sprake is van belangenverstrengeling. De raad is van oordeel dat de in de klacht genoemde normen geen normen zijn die in de eerste plaats klaagster, de wederpartij, beogen te beschermen. Dat klaagster door de betrokkenheid van verweerster 2. in de beddenbranche, dan wel door zijn handelen in de procedure tegen klaagster, rechtstreeks in haar belangen is getroffen, is gelet op de onderbouwing van de klacht niet gebleken. Voor zover er vanwege de gestelde onregelmatigheden in het algemeen belang een tuchtrechtelijke procedure zou zijn vereist, heeft op grond van artikel 46f Advocatenwet alleen de deken de bevoegdheid deze tegen een advocaat gerezen bezwaren ter kennis van de raad te brengen. De raad verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar klachten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:378 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-232/AL/MN

    Klacht over weigering tot afgifte van het hele dossier aan de door klaagster aangezochte advocaat voor een second opinion, is ongegrond. Verweerster heeft in de omstandigheden van dit geval gedaan wat redelijkerwijs van haar verwacht mocht worden. Ook de klacht over de voorlichting over pensioenverevening is ongegrond. Uit de stukken en de verklaringen tijdens de zitting is de raad gebleken dat verweerster over haar pensioen heeft gesproken vanaf het begin van de rechtsbijstand. Dat klaagster later, tijdens de schorsingsonderhandelingen tijdens een zitting waarbij klaagster niet aanwezig was, telefonisch door verweerster onder druk zou zijn gezet om in het kader van een schikking afstand te doen van haar aanspraak op pensioenverevening, kan de raad tegenover de betwisting daarvan door verweerster, niet vaststellen. Vast staat dat verweerster toen met instemming van klaagster heeft geschikt. Dat klaagster ervoor heeft gekozen om de na de zitting door de wederpartij toegezonden vaststellingsovereenkomst, met daarin een aanvullende bepaling over het afstand doen van haar pensioenaanspraken, niet met verweerster te willen bespreken maar op eigen houtje te ondertekenen, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden verweten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:372 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-529/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over andere advocaat. De klacht ziet erop dat verweerder klager niet vooraf op de hoogte heeft gesteld dat hij een dagvaarding zou uitbrengen en dat in die dagvaarding uit een e-mail van klager is geciteerd betreffende schikkingsonderhandelingen. De dagvaarding is volgens klager in strijd met gedragsregel 25 ook niet aan klager gezonden. De raad overweegt dat verweerder aan klager enkele maanden voor het uitbrengen van de dagvaarding al een voorstel had gedaan en dat daarbij was vermeld dat, zo dat voorstel zou worden afgewezen, verweerder zou overgaan tot verdere maatregelen ter bewaring en effectuering van de rechten van zijn cliënte. Nu het voorstel door klager was afgewezen kon het daarom niet als een verrassing komen dat verweerder de eerder aangekondigde rechtsmaatregelen nam. Verder wijst de raad op een eerdere uitspraak van de raad van 1 maart  2021 (ECLI:NL:TADRARL:2021:23) waarin is geoordeeld dat een dagvaarding een procesinleiding is waarvan de aanzegging met bijzondere wettelijke waarborgen is omgeven en dat om die reden gedragsregel 25 lid 1 niet geldt voor het uitbrengen van dagvaardingen. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. De raad oordeelt dat het klachtonderdeel over het zonder toestemming van de wederpartij delen van schikkingsonderhandelingen wel gegrond is. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:15 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-843/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de medeverdachte grotendeels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan rechtstreeks belang. Klacht verder kennelijk ongegrond. Dat verweerder klager als getuige heeft laten oproepen is niet klachtwaardig.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:373 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-550/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Na de opdrachtbevestiging heeft klager aan verweerster de haar verzochte stukken gezonden, maar daarna heeft hij niets meer van verweerster vernomen. Klager heeft verweerster op verschillende manieren proberen te bereiken, maar kreeg geen contact met haar en hij werd ook niet teruggebeld. Verweerster erkent dat ze is tekortgeschoten. Onder meer door ziekte is zij handelingsverlegen geraakt. De raad oordeelt dat op het moment dat verweerster bemerkte dat zij door omstandigheden de zaak niet meer kon doen actie had moeten ondernemen door bijvoorbeeld een vervanger te zoeken of een hulpvraag bij de deken neer te leggen. Zij heeft echter niets gedaan en daarmee haar cliënt in de steek en in het ongewisse gelaten. Dat valt haar tuchtrechtelijk te verwijten. Dat verweerster zich inmiddels als advocaat heeft uitgeschreven staat er niet aan in de weg om de maatregel van berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:16 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-849/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:374 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-363/AL/GLD

    Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht bestaat uit een aantal klachtonderdelen, waarvan een aantal door de deken in de aanbiedingsbrief is samengevoegd. Anders dan klager stelt, wordt zijn gehele klacht omvat in die aanbiedingsbrief. Inhoudelijk ziet de klacht erop dat verweerder zich zonder toestemming van klager tot de rechter heeft gewend. Dat ging echter om een verzoek tot aanpassing/aanvulling van het proces-verbaal van de zitting. Toestemming van de wederpartij is daarvoor in beginsel niet nodig. Dat klachtonderdeel is ongegrond. Dat verweerder grievende en kwetsende uitspraken zou hebben gedaan in diverse stukken is de raad niet gebleken. De betreffende bewoordingen vallen binnen de vrijheid die een advocaat van een wederpartij heeft om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Dit klachtonderdeel is ongegrond en ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond. Ten aanzien van het klachtonderdeel dat verweerder de onderlinge verhoudingen tussen de advocaten zou hebben verstoord wordt klager niet ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:17 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-816/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:375 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-364/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De klacht bestaat uit een achttal klachtonderdelen, waarvan een aantal door de deken in de aanbiedingsbrief is samengevoegd. Anders dan klager stelt, wordt zijn gehele klacht omvat in die aanbiedingsbrief. Inhoudelijk ziet de klacht er onder meer op dat verweerder zich zonder toestemming van klager tot de rechter heeft gewend. Dat ging echter om een verzoek tot aanpassing/aanvulling van het proces-verbaal van de zitting. Toestemming van de wederpartij is daarvoor in beginsel niet nodig. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Dat verweerder grievende en kwetsende uitspraken zou hebben gedaan in diverse stukken is de raad niet gebleken. De betreffende bewoordingen vallen binnen de vrijheid die een advocaat van een wederpartij heeft om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Dit klachtonderdeel is ongegrond en ook de andere klachtonderdelen zijn ongegrond. Ten aanzien van het klachtonderdeel dat verweerder de onderlinge verhoudingen tussen de advocaten zou hebben verstoord wordt klager niet-ontvankelijk verklaard.