Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 16097 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:70 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200284

    Artikel 13 beklag. Naar het oordeel van het hof heeft de deken terecht de conclusie getrokken dat de door klaagster gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft. De beschikking waar klaagster het niet mee eens is dateert van 3 december 2009 en de gebeurtenissen waar klaagster aan refereert hebben ook in die periode plaatsgevonden. Op het moment dat klaagster een verzoek tot aanwijzing advocaat op grond van artikel 13 Advocatenwet bij de deken indiende waren inmiddels 10 jaren verstreken. De wettelijke verjaringstermijn is ruimschoots verstreken. Het beklag wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:71 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200285

    Artikel 13 beklag. Nu klager reeds een advocaat heeft gevonden is het hof van oordeel dat klager geen belang (meer) heeft bij de behandeling van zijn aanwijzingsverzoek. Het beklag zal om die reden reeds ongegrond worden verklaard. Ook overigens zou het hof het beklag ongegrond hebben verklaard. De deken heeft namelijk terecht de conclusie getrokken dat een door klager gewenste procedure tot herroeping van het arrest van 10 maart 2020 niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:72 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210028

    Artikel 13 beklag. Klaagster heeft haar beklag 7 weken na het verstrijken van de termijn ingediend. Het Hof is van oordeel dat klaagster onvoldoende heeft onderbouwd dat en waarom de door haar genoemde medische redenen haar hebben belet om tijdig het beklag bij het Hof in te dienen. Ook overigens is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die de lange termijnoverschrijding rechtvaardigen. De klacht wordt niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:66 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190175H

    Herzieningsverzoek. In de kern bevat het herzieningsverzoek twee gronden. Verzoekster stelt dat het hof het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden door in hoger beroep stukken te accepteren die niet in eerste aanleg zijn ingediend en door niet in te gaan op de bezwaren van verzoekster tegen de indiening van een geluidsfragment waarvan de wederpartij slechts een deel schriftelijk had uitgewerkt. Deze herzieningsgrond slaagt niet. Verweerster heeft in hoger beroep ruimschoots de mogelijkheid te reageren op de ingediende stukken en daar gebruik van gemaakt. Daarbij is door het hof expliciet aangegeven dat het geluidsfragment in de beoordeling is betrokken voor zover partijen zich daarop hebben beroepen. Geen schending van het beginsel van hoor en wederhoor. De tweede herzieningsgrond betreft de inhoud van de beslissing, de feitenvaststelling en de motivering van de beslissing. Motiveringsklachten leveren naar vaste jurisprudentie geen schending van een fundamenteel rechtsbeginsel op. Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar herzieningsverzoek.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:73 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210044

    Artikel 13 beklag. Klager wil een advocaat om een procedure bij de Rechtbank Noord Holland te starten om het gezag over en omgang met zijn kinderen te krijgen dan wel nakoming te vorderen van de omgangsregeling en een procedure bij het Gerechtshof Amsterdam tot benoeming van een bijzondere curator op grond van artikel 32 Rv. De deken heeft, onder verwijzing naar adviezen van advocaten die eerder de zaak van klager hebben bestudeerd, terecht mogen concluderen dat een dergelijke procedure bij de Rechtbank Noord Holland geen redelijke kans van slagen heeft. Verder begrijpt het hof uit het beklag van klager dat het doel van klager is gezag over en omgang met zijn kinderen te krijgen. Dat resultaat wordt niet bereikt met een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. Het beklag wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:67 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200110

    Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening in een familierechtelijke zaak. Het eerste klachtonderdeel houdt in dat verweerster bij de aanvraag van de toevoeging fouten heeft gemaakt, waardoor die eerst werd geweigerd en pas na zeven maanden werd toegewezen. Verweerster heeft voldoende toegelicht dat dit het gevolg is van een verkeerde interpretatie van het diagnosedocument van het juridisch loket door de Raad voor Rechtsbijstand. Verweerster heeft vervolgens een bezwaar ingediend, dat gegrond is verklaard. Dat zij niet naar de zitting van de Raad voor Rechtsbijstand kon en klager zelf zijn zaak daar heeft moeten toelichten, heeft zij vooraf voldoende met hem besproken. Dit klachtonderdeel is dus ongegrond. De klachtonderdelen twee en vier zijn gezamenlijk behandeld en houden in dat verweerster de verkeerde werkzaamheden heeft verricht en halverwege de zaak heeft neergelegd waardoor klager nog steeds niet het gewenste resultaat heeft en een andere advocaat heeft moeten zoeken. Het hof oordeelt net als de raad dat verweerster voldoende uitleg heeft gegeven waarom zij bepaalde stappen in het dossier heeft genomen en dat zij daarna tot de conclusie kon komen dat de zaak geen redelijke kans van slagen had. Een advocaat kan niet verplicht worden een zaak te behandelen. Beide onderdelen zijn daarom ongegrond. Klachtonderdeel drie houdt in dat verweerster niet goed bereikbaar was en vaak afspraken met klager heeft afgezegd. Dit klachtonderdeel is onvoldoende onderbouwd met stukken en dus ook ongegrond verklaard. Volledige bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:74 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210081

    Kennelijk niet-ontvankelijk hoger beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:68 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200239 en 200240

    Klacht over advocaat wederpartij. De klacht houdt in dat verweerders de betaling van hun facturen door hun cliënte uit de vof accepteerden, terwijl zij hadden moeten weten dat hun cliënte niet bevoegd was die betalingen uit de vof te verrichten. De klacht tegen verweerder in 200239 is ongegrond, omdat voldoende aannemelijk is dat hij als advocaat-stagiair geen inzicht had in het betalingsverkeer van het advocatenkantoor. De klacht tegen verweerster in 200240 is ongegrond, omdat gezien de inhoud van het geschil tussen de vennoten kennelijk een rekening courantverhouding heeft bestaan waarbij de privé uitgaven van de vennoten achteraf verrekend werden. Ook na het protest in kort geding van klagers tegen die betalingen, mocht verweerster vertrouwen op de mededeling van haar cliënte dat verrekening zou volgen en zij gerechtigd was tot betaling vanuit de vof. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad: klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:69 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200250W

     Voor zover de aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden dateren van voor de mondelinge behandeling in de beroepszaak (zaaknummer 200250) op 22 januari 2021, of betrekking hebben op hetgeen tijdens die mondelinge behandeling is gezegd of gebeurd, is het wrakingsverzoek te laat ingediend. Voor zover het wrakingsverzoek is gebaseerd op de brief van 9 februari 2021 is dit wel tijdig ingediend. Dit betekent dat enkel de brief van 9 februari 2021 als grondslag van het wrakingsverzoek heeft te gelden. De brief van 9 februari 2021 is door mr. A.M. van Amsterdam, als lid van het presidium, geschreven en ondertekend namens het voltallige presidium. De wrakingskamer is van oordeel dat er geen objectieve reden is voor vrees bij verzoekers dat sprake zal zijn van (een schijn van) vooringenomenheid bij verweerder bij de behandeling van voornoemd hoger beroep. Daarvoor staat de brief van 9 februari 2021 in een te ver verwijderd verband met de beroepszaak. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:57 Raad van Discipline Amsterdam 20-882/A/NH 20-883/A/NH/D

    Klacht en dekenbezwaar gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de geheimhoudingsplicht uit de mediationovereenkomst te schenden. Hij heeft hiermee de kernwaarde integriteit geschonden. De raad legt in zowel de gegrond verklaarde klacht als het gegrond verklaarde dekenbezwaar één maatregel op, te weten een berisping.