Zoekresultaten 31-40 van de 4289 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:266 Hof van Discipline 's Gravenhage 260321
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:266
Beklag artikel 13 ongegrond. Klaagster wenst aanwijzing van een advocaat om alsnog correct cassatieberoep in te stellen tegen een beslissing van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 31 maart 2026. Uit de stukken blijkt dat klaagster een advocaat heeft benaderd om haar bij te staan bij het instellen van cassatie, maar dat deze advocaat op 25 juni 2026 een negatief cassatie-advies heeft uitgebracht. Vervolgens heeft klaagster zelf een procesinleiding opgesteld en die op 1 juli 2026 bij de Hoge Raad aangebracht. Klaagster is er op 24 juli 2026 door de Hoge Raad op gewezen dat zij uiterlijk op 21 augustus 2026 moet laten weten of zij haar cassatieberoep wil intrekken, of dat zij het eventueel wil doorzetten. Ook is zij er daarbij op gewezen dat haar procesinleiding op 30 juni 2026 zonder tussenkomst van een cassatieadvocaat en te laat is ingediend en dat zij er rekening mee moet houden dat zij niet-ontvankelijk zal worden verklaard (als zij het beroep doorzet). Het hof overweegt dat de deken zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat klaagster haar verzoek om aanwijzing te laat heeft ingediend. Van uitzonderlijke omstandigheden die tot de conclusie zouden moeten leiden dat klaagster alsnog ontvankelijk zou zijn bij het doorzetten van het cassatieberoep door een cassatieadvocaat is niet gebleken. Een cassatieadvocaat kan het gebrek aan het door klaagster zelf buiten de termijn ingediende cassatieberoep niet herstellen. Het aanwijzen van een cassatieadvocaat dient dan ook geen redelijk doel meer.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:260 Hof van Discipline 's Gravenhage 260269
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:260
Klacht over de deken wordt niet verwezen. Klager heeft naast de klacht over de deken ook een nagenoeg gelijkluidend beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ingediend tegen de beslissing van de deken van 24 juni 2026, waarin de deken het verzoek van klager om de beslissing waarbij een advocaat is aangewezen, te heroverwegen heeft afgewezen. Het hof heeft dit beklag geregistreerd onder nummer 260312. Klager kan (en heeft) zijn bezwaren naar voren brengen (gebracht) in de beklagprocedure die bij het hof loopt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:261 Hof van Discipline 's Gravenhage 260301
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:261
Klacht over deken niet verwezen. De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om een in een tuchtprocedure door die deken ingenomen standpunt ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om vooruitlopend op de beslissing van de Raad van Discipline alvast een nieuwe klacht in te dienen. Klager kan zijn klacht tegen de deken, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Klager heeft, zo begrijpt het hof, van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:262 Hof van Discipline 's Gravenhage 260311
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:262
Klacht over de deken niet verwezen. Op basis van het dossier heeft het hof vastgesteld dat klager zijn klacht tegen mr. B in 2019, na kennisneming van het dekenstandpunt, heeft ingetrokken. Klager heeft op 8 april 2020 opnieuw/ een nieuwe klacht ingediend. De deken heeft die klacht toen onderzocht en aan de raad van discipline aangeboden. De raad heeft de klacht op 23 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:TADRARL:2021:184). Het door klager daartegen ingestelde beroep is door het hof van discipline behandeld, waarbij de uitspraak van de raad van discipline is bekrachtigd (uitspraak 30 mei 2022, ECLI:NL:TAHVD:2022:117). De voorzitter overweegt dat een klacht tegen een deken geen middel is om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen. Evenmin is het de bedoeling om, nadat de tuchtrechter op een klacht tegen een advocaat definitief heeft beslist, met een klacht tegen de betrokken deken(s) de discussie opnieuw te openen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:263 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060H
- Datum publicatie: 18-08-2026
- Datum uitspraak: 13-08-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:263
Tweede verzoek om herziening afgewezen. De voorzitter stelt voorop dat het gestelde bedrog geen grond oplevert voor herziening. Ook overigens is er naar het oordeel van de voorzitter geen sprake van een nieuw feit of omstandigheid dat verzoeker niet eerder redelijkerwijs naar voren had kunnen brengen. De uitspraak waar verzoeker op doelt is van 16 oktober 2024 en wordt genoemd in de uitspraak van 19 maart 2025, die weer wordt genoemd in de op 26 maart 2026 gepubliceerde uitspraak van 18 maart 2026, en dateert dus van vóór de zitting van 20 april 2026. Dat verzoeker pas na de zitting bij het hof op 20 april 2026 op onderzoek is uitgegaan komt voor zijn rekening en risico.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3351
- Datum publicatie: 17-08-2026
- Datum uitspraak: 14-08-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:167
Voorzittersbeslissing. Verjaring. Klacht tegen een klinisch psycholoog tevens psychotherapeut. Klager is eind 2013 door zijn huisarts verwezen naar de instelling voor geestelijke gezondheidszorg waar verweerster werkzaam was. Verweerster was de hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt verweerster dat zij de diagnose narcisme op hem heeft geplakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in de klacht vanwege overschrijding van de tienjaarstermijn. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van de voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:199 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9118
- Datum publicatie: 17-08-2026
- Datum uitspraak: 17-08-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:199
Kennelijk ongegronde klacht tegen een oogarts. Klager kampt al lange tijd met glaucoom. Klager vindt dat de oogarts een te lange termijn voor de controle heeft aangehouden toen zij hem doorverwees, waardoor een tijdige behandeling uitbleef. Klager is tijdens zijn vakantie blind geworden. Het college is van oordeel dat de oogarts in de situatie van klager in redelijkheid heeft kunnen besluiten aan de doorverwijzing een termijn van drie maanden te verbinden. Het college beoordeelt niet of er een causaal verband bestaat tussen de door de oogarts bepaalde termijn en de bij klager plotseling opgetreden blindheid.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7693
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:145
Klager is door de arts in opleiding tot neurochirurg (aios) aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de aios de operatie heeft uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en zijn supervisor achtte hem bekwaam om de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9242
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:143
Een kleinzoon van een overleden patiënt klaagt erover dat de cardioloog een medische verklaring over de geestelijke gesteldheid van zijn grootvader heeft afgegeven, welke verklaring door familieleden in een erfrechtprocedure is gebruikt. Het tuchtcollege oordeelt dat de cardioloog, als voormalig behandelend arts, geen geneeskundige verklaring had mogen afgeven, het beroepsgeheim heeft geschonden en buiten zijn deskundigheid is getreden. Als maatregel wordt een voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een proeftijd van twee jaar opgelegd met als bijzondere voorwaarde dat de cardioloog een cursus over omgaan met medische gegevens moet volgen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7924
- Datum publicatie: 12-08-2026
- Datum uitspraak: 12-08-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:144
Verweerder, neurochirurg, was supervisor van een arts in opleiding tot neurochirurg (aios). De aios heeft klager aan zijn rug geopereerd. Na de operatie bleek klager een dwarslaesie te hebben. Klager klaagt erover dat er zonder zijn instemming op de verkeerde positie is geopereerd. Het college oordeelt dat de supervisor geen verwijt treft. De aios heeft de operatie uitgevoerd volgens het operatieadvies van de behandelend neurochirurg en het multidisciplinair overleg. De aios mocht ervan uitgaan dat sprake was van informed consent en de supervisor heeft onderbouwd dat de aios bekwaamt de operatie uit te voeren. Ondanks de zeer ernstige complicatie, is de ingreep uitgevoerd op de voorgeschreven wijze. Klacht ongegrond.