Zoekresultaten 21-30 van de 3772 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-869/AL/MN
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:141
Verweerder is als advocaat van de wederpartij van klager opgetreden in een arbeidsgeschil. De raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerder de geheimhoudingsverplichting heeft geschonden waar het feiten en omstandigheden betreft die in de mediation tussen klager en de cliënte van verweerder (zonder advocaten) aan de orde zijn geweest en die relevant zouden kunnen zijn voor de inhoudelijke beoordeling van de ontslagaanvraag. Alhoewel verweerder de specifieke informatie over wie de mediation had beëindigd en de omstandigheden waaronder beter niet in zijn e-mail aan het UWV had kunnen vermelden, en daarmee reeds de geheimhouding heeft geschonden, meent de raad dat verweerder in genoemde e-mail geen ontoelaatbare mededelingen over de mediation aan het UWV heeft gemeld. Verweerder moest verweer voeren namens de werkgever op door klager ingenomen stellingen. Ook heeft verweerder zijn excuses gemaakt. Gelet op al deze omstandigheden is de geconstateerde onzorgvuldigheid naar het oordeel van de raad van onvoldoende gewicht om verweerder daarover een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Verweerder heeft ten aanzien van de andere verwijten niet de grenzen overtreden van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij van klager. Verweerder mocht de jurist van klager benaderen zoals gedaan. Niet is komen vast te staan dat verweerder zich in een telefoongesprek met de belastingadviseur van klager als diens advocaat heeft voorgedaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:126 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3179 VZ
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:126
Voorzittersbeslissing. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat niet kan worden vastgesteld dat de persoon tegen wie de klacht is gericht, staat ingeschreven in het BIG-register. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:142 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-068/AL/OV
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:142
Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in een procedure als advocaat voor zijn zus (klaagster) en andere familieleden tegen een derde opgetreden en daarna als advocaat namens twee broers in een procedure - zonder haar instemming - tegen klaagster opgetreden. Door verweerder is niet voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van lid 3 van regel 15. Verweerder heeft zich op advies van de deken daarna alsnog onttrokken aan die procedure tegen klaagster, maar had naar het oordeel van de raad de zaak van de twee broers tegen klaagster nooit moeten aannemen. Hij had toen al moeten inzien dat de familieverhoudingen en zijn optreden in de jaren daarvoor, onder meer bij de afwikkeling van de nalatenschap, daaraan in de weg stonden. Verweerder heeft hierdoor niet alleen gedragsregel 15 overtreden, maar ook anderszins onvoldoende inzicht getoond in het belang van de kernwaarde partijdigheid. Ook heeft verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden. Omdat verweerder zichzelf heeft uitgeschreven als advocaat en door het Hof van Discipline in februari 2026 is geschrapt, volstaat de raad met de maatregel van berisping. Het gewenste effect van een anders opgelegde maatregel van (voorwaardelijke) schorsing is in dit geval afwezig.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:180 Hof van Discipline 's Gravenhage 260060
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:180
Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat. De Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in één klachtonderdeel en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager komt hiertegen in beroep. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) is van oordeel dat klager wel kan worden ontvangen in klachtonderdeel c), waarin klager verweerder verwijt dat hij heeft gesjoemeld met zijn declaraties en excessief heeft gedeclareerd, maar verklaart dat klachtonderdeel ongegrond. Het hof verklaart één klachtonderdeel alsnog gegrond, te weten klachtonderdeel e), waarin klager verweerder verwijt dat hij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Verweerder heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende regie gevoerd; hij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar wie de onrechtmatige daad heeft gepleegd en teveel reactief gehandeld. Het hof legt verweerder de maatregel van een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:127 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3233 VZ
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:127
Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de kern van de door klaagster ingediende klacht gelijk is aan hetgeen klaagster de orthopedisch chirurg verweet in klachtonderdeel g) in een eerdere tuchtprocedure. Ne bis in idem. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep van klaagster af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:143 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-082/AL/NN
- Datum publicatie: 16-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:143
Verweerster heeft als opvolgend advocaat voor klager tijdig hoger beroep ingesteld. De raad is niet gebleken dat verweerster haar bijstand voor klagers op onzorgvuldige wijze heeft neergelegd of daarmee ten onrechte zou hebben gedreigd. Het kantoor van verweerster heeft de door klagers verschuldigde griffierechten op 18 februari 2025 aan het gerechtshof betaald. Op 14 april 2025 heeft verweerster zowel voor het verschuldigde griffierecht als voor haar werkzaamheden een factuur aan klagers gestuurd. Dat klagers op dat moment in betalingsonmacht verkeerden door beslaglegging kan verweerster niet worden verweten. Verweerster heeft klagers in haar e-mail van 13 november 2024 verzocht om haar te informeren zodra zij iets zouden horen van de eisende partij, met name over de tenuitvoerlegging van het vonnis van 30 oktober 2024. Niet is gebleken dat klagers daarvan melding bij verweerster hebben gedaan. Nadat klagers verweerster over hun betalingsonmacht hebben ingelicht, heeft verweerster voorstellen gedaan, ook in overleg met de klachtenfunctionaris, over een betalingsregeling. Klagers hebben daarmee en met het werkvoorstel ingestemd, waarna verweerster de afgesproken werkzaamheden heeft verricht. Wegens opnieuw uitblijven van betaling, kon verweerster niet anders dan zich als advocaat te onttrekken. Dat heeft zij op meer dan zorgvuldige wijze gedaan. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:116 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3123
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:116
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:117 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3124
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:117
.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:118 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3125
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 15-06-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:118
.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:11 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-74
- Datum publicatie: 15-06-2026
- Datum uitspraak: 20-05-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:11
Klacht over de afwikkeling van een nalatenschap. Klager verwijt de notaris onvoldoende regie en dossiervorming bij een afvullegaat, schending van de waarschuwingsplicht, onzorgvuldig handelen met betrekking tot het huwelijksvermogensregime en het koppelen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding aan betaling van een declaratie. De kamer verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.