Zoekresultaten 31-40 van de 4943 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:303 Hof van Discipline 's Gravenhage 260256

    Klacht wordt niet verwezen. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over (procedurele) beslissingen die een deken tijdens de beoordeling van het verzoek om toewijzing van een advocaat neemt (zoals het opvragen van stukken).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:202 Raad van Discipline Amsterdam 26-640/A/A 26-642/A/A

    Voorzittersbeslissing; klachten over wijze van beoordeling, declareren en klachtafwikkeling kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:203 Raad van Discipline Amsterdam 26-669/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder is met zijn sommatiebrief en beslaglegging binnen de grenzen van het betamelijke gebleven. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:204 Raad van Discipline Amsterdam 26-654/A/A 26-655/A/A 26-656/A/A 26-657/A/A 26-658/A/A

    Voorzittersbeslissing. Achttien gelijkluidende klachten over de advocaat van de wederpartij die is verwikkeld in een juridisch conflict met klaagster, over drie kantoorgenoten die hem daarbij hebben geadviseerd en/of anderszins ondersteund en over het advocatenkantoor waar deze vier advocaten aan verbonden zijn. De klachtonderdelen zijn deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond. Ten aanzien van twee klachtonderdelen geldt dat klaagster te laat heeft geklaagd over handelen dan wel nalaten van (één van) verweerders in 2015/2016. Bij zes klachtonderdelen wordt klaagster niet rechtstreeks in haar belang geraakt. In die onderdelen klaagt klaagster over belangenverstrengeling tussen verweerders en hun cliënt, over de wijze van declareren van verweerders aan hun cliënt en over het handelen van (één van) verweerders in een andere procedure met een andere wederpartij. Tien klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond, te weten het verwijt dat op de website van het advocatenkantoor niet is vermeld dat één van verweerders rechter-plaatsvervanger is (geweest), verwijten over de wijze van betekening van een dagvaarding aan klaagster en verwijten over procesrechtelijk handelen en nalaten van (één van) verweerders in de procedure tussen klaagster en de cliënt van verweerders en over de wijze waarop de vordering van hun cliënt in de procedure is onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3102

    Klacht tegen een arts die werkzaam is op een consultatiebureau. Klagers zijn de ouders van een baby die twee maanden na zijn geboorte is overleden. De arts heeft de baby tweemaal op het spreekuur gezien. Klagers verwijten de arts dat zij hun kind niet met spoed naar een kinderarts heeft verwezen. Zij stellen dat adequate herkenning van alarmerende symptomen en daarbij passend tijdig handelen van de arts zou hebben geleid tot een eerdere diagnose en een effectiever behandeltraject. Zij klagen er voorts over dat het shared decision making heeft gemaakt dat zij onvoldoende geïnformeerd medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor medische beslissingen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:205 Raad van Discipline Amsterdam 26-659/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klagers hebben een klacht ingediend over een accountant. Verweerder heeft deze accountant bijgestaan in die klachtzaak. Het gaat aldus om een klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Deze is kennelijk ongegrond. Verweerder had de vrijheid om te doen wat in het belang van de accountant was.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2026:9 Kamer voor het notariaat Amsterdam 781947 / NT 26-2

    De bestuurders van klaagster (de B.V.) zijn voormalig echtgenoten. De man heeft ten tijde van de scheiding, zonder medeweten van zijn medebestuurder (de vrouw), een hypotheekrecht gevestigd op vijf registergoederen in eigendom van klaagster. Klaagster, vertegenwoordigd door de vrouw, vindt dat de notaris in de kern heeft nagelaten zich ervan te vergewissen dat de vestiging van een hypotheekrecht berustte op volledige en juiste informatie, en onvoldoende zorg betracht voor de positie van klaagster, terwijl hij wist dat zij zich in een kwetsbare positie bevond. Gelet op de omvang van de financiering, in combinatie van een intern bestuursconflict en een lopende echtscheiding had de notaris daar volgens klaagster meer oog voor moeten hebben. De notaris is bij de vertegenwoordigingsbevoegdheid uitgegaan van de gegevens uit het Handelsregister. Daaruit bleek dat de man zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd was om klaagster te vertegenwoordigen. Van een conflictsituatie is de notaris niet gebleken. De kamer verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:206 Raad van Discipline Amsterdam 26-673/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft een klacht ingediend over verweerder als onzijdig persoon. De klacht gaat over het doorstorten van gelden. Deze is kennelijk ongegrond. Verweerder heeft geen tuchtrechtelijke normen overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9591

    Klacht tegen een dermatoloog. Klager maakt de dermatoloog een groot aantal verwijten, waaronder dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over een proctoscopie, het onderzoek zonder verdoving heeft uitgevoerd, onvoldoende verslag heeft gedaan, geen nader onderzoek heeft verricht naar de oorzaak van zijn klachten en schade heeft veroorzaakt. Het college oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is, omdat de dermatoloog op basis van de destijds beschikbare informatie mocht uitgaan van perianaal eczeem, de proctoscopie een passende onderzoeksmethode was en de later vastgestelde zeldzame auto-immuunziekte ten tijde van de behandeling niet hoefde te worden vermoed. Ook kan de dermatoloog geen persoonlijk verwijt worden gemaakt van de gestelde vertraging bij de afgifte van het medisch dossier.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-617/AL/MN

    Voorzittersbeslissing over advocaat wederpartij. Verweerster mocht afgaan op de juistheid van de van haar cliënt ontvangen persoonsgegevens van klaagster zonder nader onderzoek. Niet is gebleken dat verweerster gedragsregel 3 en de AVG heeft geschonden. Verweerster heeft bij het partijdig optreden voor haar cliënt voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klaagster. Verweerster handelde daarbij in opdracht van haar cliënt. Het sommeren van klaagster was niet nodeloos, gezien het eerder door klaagster ingenomen standpunt. Kennelijk ongegrond.