Zoekresultaten 1-10 van de 4801 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:74 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/782939 / DW RK 26/74 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder heeft verzuimd de (door haar overgenomen) executie voort te zetten. De voorzitter heeft de klacht van klaagster als kennelijk ongegrond afgewezen. Het verzet is gegrond voor zover het is gericht tegen de ontoereikende motivering van de voorzitter, maar de klacht is bij deze nadere beoordeling nog steeds ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:75 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/755964 / DW RK 24/313 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er samengevat over dat de gerechtsdeurwaarder beslag op de auto van klager heeft gelegd zonder rechterlijke uitspraak. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt; het verzet dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:76 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778121 / DW RK 25/443 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er – onder meer – over dat de gerechtsdeurwaarder zich niet onafhankelijk en onpartijdig heeft opgesteld. De voorzitter heeft de klacht van klaagster als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. Het door klaagster ter zitting aangevoerde maken dit niet anders. Het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:285 Hof van Discipline 's Gravenhage 260344

    Beklag op grond van artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Het hof is van oordeel dat de deken in redelijkheid tot haar standpunt kon komen dat een cassatieberoep in deze zaak geen redelijke kans van slagen heeft, gelet op de feitelijkheid en begrijpelijkheid van het door het gerechtshof gegeven oordeel. In de beklagprocedure heeft klaagster geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht die tot de conclusie zouden moeten leiden dat het standpunt van deken onjuist is en het zinvol zouden maken een advocaat aan te wijzen voor het uitbrengen van een cassatieadvies. Volgens vaste rechtspraak van het hof levert de omstandigheid dat een procedure geen redelijke kans van slagen heeft een gegronde reden op als bedoeld in artikel 13 lid 2 Advocatenwet om een verzoek tot aanwijzing van een advocaat af te wijzen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2026/9688 en H2026/9689

    Wrakingsverzoek. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid, omdat de secretaris tijdens het mondeling vooronderzoek 519 foto’s en 6 films niet aan het dossier had toegevoegd en het college desondanks akkoord is gegaan met behandeling van de tuchtklachten in de raadkamer. Daarnaast wees verzoeker op een eerder ingediende klacht. Het wrakingsverzoek is afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:77 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778620 / DW RK 25/464 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat zij verkeerde informatie ontvangen over te ontvangen gelden. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt, ook al onderkend de kamer dat de berichtgeving van de gerechtsdeurwaarder op een (door de gerechtsdeurwaarder erkende) fout berustte. Daartoe overweegt de kamer dat niet elke vergissing of fout van een gerechtsdeurwaarder leidt tot een tuchtrechtelijk laakbaar verwijt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens; het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:286 Hof van Discipline 's Gravenhage 260077

    Klaagster verwijt verweerder zich onnodig grievend jegens haar in haar functie van politieambtenaar te hebben gedragen. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder komt daartegen in beroep. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:78 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/778945 / DW RK 24/485 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich er – onder meer – over dat er beslag is gelegd op zijn voertuigen met als gevolg dat hij deze niet meer kan verkopen en/of gebruiken. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:287 Hof van Discipline 's Gravenhage 260062

    Bekrachtiging. Waarschuwing. Klaagster heeft een klacht ingediend over de kwaliteit van de dienstverlening door haar eigen advocaat, die haar bijstond in een huurgeschil. De klacht komt er in de kern op neer dat verweerder bij het beëindigen van zijn werkzaamheden voor klaagster in het kader van dat huurgeschil, te stellig aan klaagster heeft meegedeeld dat zij geen problemen meer zou kunnen krijgen met haar huurder over de huurprijs. Klaagster heeft er ook over geklaagd dat de klacht die zij hierover bij verweerder heeft ingediend door hem niet voortvarend is opgepakt. En zij vindt dat verweerder zijn verantwoordelijkheid niet neemt. De raad heeft de klachten deels gegrond verklaard, maar oordeelt niet dat klager zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen. De raad heeft aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Zowel klaagster als verweerder hebben hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad. Het hof bekrachtigt - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - de beslissing van de raad. Het hof herhaalt dat de omvang van de rechtsstrijd in hoger beroep op grond van artikel 56 lid 3 Advocatenwet wordt bepaald door de beroepsgronden die tegen de beslissing van de raad binnen de beroepstermijn zijn aangedragen. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/779265 / DW RK 25/496 MK/SM

    Beslissing op verzet. Klager heeft zich er – onder meer – over beklaagt dat de beslagvrije voet te laag is vastgesteld en dat bij de restitutie van teveel ingehouden bedragen geen is gehouden met toepassing van de 5% regeling. De voorzitter heeft de klacht van klager als kennelijk ongegrond afgewezen. De gronden van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter leveren geen nieuwe gezichtspunten op die maken dat de kamer tot een andere beslissing komt. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en het verzet dient dan ook ongegrond te worden verklaard.