Zoekresultaten 181-190 van de 4871 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:163 Raad van Discipline Amsterdam 26-139/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:163
Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster is een onderneming, gerund door B. Een oud kantoorgenoot van verweerder heeft B bijgestaan bij zijn echtscheiding. Verweerder staat een medewerker bij van klaagster. Na een eerste bericht aan klaagster meldt B de mogelijke belangenverstrengeling. Verweerder trekt zich daarop terug. De klacht ziet op de gang van zaken rondom de terugtrekking en inspanningen van verweerder om voor de medewerker een nieuwe advocaat te vinden. De raad is van oordeel dat verweerder heeft gehandeld zoals dat mag worden verwacht in een situatie als deze. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2932
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:154
Klacht tegen anesthesioloog kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest en uiteindelijk geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de anesthesioloog. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de anesthesioloog onvoldoende invulling heeft gegeven aan zijn rol als eindverantwoordelijke voor het pijnbeleid van klager. Dit had gelet op de complexe pijnproblematiek en de ernstige pijnklachten van klager, wel op zijn weg gelegen. Van de anesthesioloog had verwacht mogen worden dat hij zich er persoonlijk van had vergewist of het pijnbeleid toereikend en in gesprek was gegaan met klager, hetgeen niet is gebeurd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart daarom de klacht gegrond en legt aan de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:157 Raad van Discipline Amsterdam 26-065/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:157
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:233 Hof van Discipline 's Gravenhage 260285
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 23-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:233
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46 c lid 5 Advocatenwet. De klacht tegen de deken Zeeland-West-Brabant betreft de werkwijze van de deken en het verzoek om informatie naar aanleiding van de klacht van klager over mr. Van K. Klager kan het dekenonderzoek desgewenst bij de behandeling van de klacht door de raad van discipline aan de orde stellen als hij daar ontevreden over is. Dit rechtvaardigt geen nieuwe klacht. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:164 Raad van Discipline Amsterdam 26-157/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:164
Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerster heeft klager gedurende enkele jaren bijgestaan in een familierechtkwestie. Verweerster heeft klager enkele maanden bijgestaan bij een kwestie rondom zijn verblijfsvergunning. Klager verwijt verweerster dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om een onafhankelijke verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen. De raad oordeelt dat verweerster klager voldoende heeft voorgelicht. Zij heeft dit echter onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Hoewel zij klager niet meer bijstond in verband met zijn verblijfsstatus, had zij dit toch moeten doen, omdat zij het belang van klager bij een onafhankelijke verblijfsvergunning kenden en op de hoogte was van zijn situatie. De raad acht de klacht gegrond, maar legt geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:155 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2934
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:155
Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest, waar hij door de chirurg is geopereerd. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. De chirurg zag klager voor het eerst op de operatiekamer. Hoewel het beter was geweest als de chirurg eerder met klager had gesproken, is dit onvoldoende om hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:158 Raad van Discipline Amsterdam 26-094/A/A
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:158
Raadsbeslissing; klacht (deels) gegrond. Verweerder heeft een marktplaatsaccount aangemaakt onder een valse naam, met als doel aankopen te doen bij verkopers die mogelijk inbreuk maakten op het merkrecht van zijn cliënte zonder bekend te maken dat hij de advocaat van deze cliënte was. Daarmee heeft verweerder onbetamelijk gehandeld. Op het moment dat de feiten waar de klacht op ziet zich voordeden was verweerder pas vier maanden advocaat en werkte hij onder verantwoordelijkheid van zijn patroon. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de aan hem verweten werkwijze gangbare praktijk is binnen zijn kantoor en zijn patroon heeft dat bevestigd. Hoewel verweerder in beginsel zelf verantwoordelijk is voor zijn handelen ziet de raad in deze specifieke omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:234 Hof van Discipline 's Gravenhage 260270
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 23-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:234
Verzoek om verwijzing klacht op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet afgewezen. De voorzitter constateert dat de klachten van klager betrekking hebben op procedurele voorschriften van de deken die bedoeld zijn om het klachtonderzoek door de deken op zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het klachtrecht is niet bedoeld om dergelijke voorschriften/beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een lopend klachtonderzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn klacht over bedoelde advocaten na afronding van het onderzoek door de deken, en na betaling van het griffierecht, door de deken ter kennis laten brengen van de Raad van Discipline en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klager desgewenst ook naar voren brengen waarom het onderzoek door de deken naar de mening van klager niet deugt. Daarom zal de voorzitter de klachten over de deken niet verwijzen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:152 Raad van Discipline Amsterdam 26-464/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:152
Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat van de wederpartij. Klager verwijt verweerster dat zij hem bij de rechtbank onterecht heeft beschuldigd van het uiten van bedreigingen richting haar cliënte. Klacht is kennelijk ongegrond. Alhoewel van een familierechtadvocaat een zekere terughoudendheid mag worden verwacht in het doen van uitlatingen, stond het verweerster in de omstandigheden van dit geval vrij om dit standpunt in het belang van haar cliënte naar voren te brengen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:165 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH
- Datum publicatie: 23-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:165
Beslissing op verzet. Klaagster is lid van een VvE. Verweerster staat de VvE bij, maar ook de twee andere leden van de VvE. Klaagster heeft erover geklaagd dat dat niet kan. De voorzitter heeft de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. De raad acht het verzet gegrond. Uit de beslissing van de voorzitter blijkt niet dat hij heeft getoetst aan het kader dat door het hof van discipline is gegeven in ECLI:NL:TAHVD:2022:16. De raad verwijst de zaak naar een zitting voor de verdere behandeling van de klacht.