ECLI:NL:TAHVD:2026:293 Hof van Discipline 's Gravenhage 260368
| ECLI: | ECLI:NL:TAHVD:2026:293 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-09-2026 |
| Datum publicatie: | 10-09-2026 |
| Zaaknummer(s): | 260368 |
| Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Verwijzing |
| Beslissingen: |
|
| Inhoudsindicatie: | Afwijzing verzoek tot verwijzing (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Klaagster heeft op 20 augustus 2026 bij de deken een klacht ingediend over een gedraging van mevrouw mr. P op 14 augustus 2026. De deken kan de klacht van klaagster over mr. P uitsluitend in behandeling nemen als mr. P op 14 augustus 2026 heeft gehandeld als advocaat of als advocaat in een andere hoedanigheid. Nu daarvan geen sprake is, mist de deken de wettelijke bevoegdheid om de klacht van klaagster over mr. P in behandeling te nemen. Dit volgt uit artikel 46c lid 1 Advocatenwet. De deken kon klaagster dan ook geen ander bericht sturen dan hij op 21 augustus 2026 heeft gedaan (niet in behandeling nemen van de klacht). |
Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline
van 10 september 2026
in de zaak 260368
naar aanleiding van de klacht van:
klaagster
tegen:
mr. M.A.R.C. Padberg
advocaat en deken van de Orde van Advocaten Rotterdam
de deken
1 HET VERZOEK
De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van klaagster van 21 augustus
2026 waarin klaagster een klacht indient over de deken. Volgens klaagster weigert
de deken haar klacht over
mr. P. in behandeling te nemen.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Klaagster heeft op 20 augustus 2026 een klacht ingediend over een gedraging van mevrouw mr. P op 14 augustus 2026. De deken heeft klaagster op 21 augustus 2026 laten weten dat mr. P op de datum waarop zij volgens klaagster klachtwaardig zou hebben gehandeld (14 augustus 2026), niet (meer) als advocaat op het tableau stond ingeschreven. De deken kan de klacht van klaagster over mr. P uitsluitend in behandeling nemen als mr. P op 14 augustus 2026 heeft gehandeld als advocaat of als advocaat in een andere hoedanigheid. Nu daarvan geen sprake is, mist de deken de wettelijke bevoegdheid om de klacht van klaagster over mr. P in behandeling te nemen. Dit volgt uit artikel 46c lid 1 Advocatenwet.
2.3 Het hof heeft vastgesteld dat mr. P. sinds 31 december 2022 niet langer als advocaat staat ingeschreven. De deken kon klaagster dan ook geen ander bericht sturen dan hij op 21 augustus 2026 heeft gedaan. Dit betekent dat het verzoek tot verwijzing zal worden afgewezen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
-wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is genomen op 10 september 2026 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend
voorzitter.
Plaatsvervangend voorzitter
De beslissing is verzonden op 10 september 2026.