ECLI:NL:TADRARL:2026:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-803/AL/NN

ECLI: ECLI:NL:TADRARL:2026:182
Datum uitspraak: 07-09-2026
Datum publicatie: 08-09-2026
Zaaknummer(s): 25-803/AL/NN
Onderwerp: Grenzen van het tuchtrecht, subonderwerp: Advocaat in hoedanigheid van deken of tuchtrechter
Beslissingen: Beslissing op verzet
Inhoudsindicatie: Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 7 september 2026

in de zaak 25-803/AL/NN

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 19 januari 2026 op de klacht van:

klager

gemachtigde:

over

mr. I. Aardoom-Fuchs

in haar hoedanigheid van deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag

verweerster

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 31 mei 2025 heeft klager bij het Hof van Discipline een klacht ingediend over verweerster in haar hoedanigheid van deken. In een beslissing van 19 juni 2025 heeft de voorzitter van het Hof van Discipline die klacht voor onderzoek en afhandeling verwezen naar de deken in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken).

1.2 Op 19 november 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2025 KNN059 / 2499240 van de deken ontvangen.

1.3 In een beslissing van 19 januari 2026 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Klager heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 29 juni 2026 . Daarbij waren klager met zijn gemachtigde, en verweerster aanwezig.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift .

2 VERZET

De gronden van het verzet heeft klager in zijn verzetschrift genoemd en nader toegelicht op de zitting van 29 juni 2026.

3 FEITEN EN KLACHT

Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

4 BEOORDELING

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De voorzitter heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond verklaard.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline:

- verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. F.M.C. Boesberg , voorzitter, mrs.  M. Lont en G.W. Roest , leden, bijgestaan door mr.  W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026.

Griffier                                                                              Voorzitter

Verzonden op: 7 september 2026