Zoekresultaten 41-50 van de 4999 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:124 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-277/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in de hoedanigheid van hulppersoon van een curator. Verweerder is aanwezig geweest bij een taxatie van een woning. Van actieve betrokkenheid bij het taxatieproces, anders dan verweerders enkele fysieke aanwezigheid, is niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8937

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klaagsters, moeder en dochter, verwijten verweerster dat het rapport dat verweerster op heeft opgemaakt in het kader van een hernieuwde beoordeling van de aanvraag voor een Wajonguitkering van dochter, ernstige onjuistheden bevat, niet zorgvuldig is opgemaakt en dat verweerster zich over moeder heeft uitgelaten op een wijze die niet correct is. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-641/DH/RO

    Gegrond verzet: in de voorzittersbeslissing is het juiste toetsingskader opgenomen, maar dit is niet juist toegepast. Anders dan de voorzitter, is de raad van oordeel dat klager in december 2021 weliswaar het volledige dossier heeft ontvangen, maar dat niet van hem verwacht wordt dat hij dat volledig nakijkt. Pas in mei 2022 is klager bekend geworden met de e-mailwisseling van september 2021. De klacht is dan ook ontvankelijk. Verweerder was echter niet gehouden de betreffende mailwisseling met klager te delen, omdat deze gen belangrijke c.q. relevante informatie bevatte. De mailwisseling zag namelijk op een heel andere situatie. Klacht daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2026:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/762492 / DW RK 25/8 BB/WdJ

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een tweetal arbitrale vonnissen ten uitvoer te leggen. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9173

    Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij als zijn ex-schoonzus en als psychiatrisch verpleegkundige een verklaring over (de psychische gesteldheid van) hem heeft opgesteld. Het college oordeelt dat de verpleegkundige verwijtbaar gehandeld door in haar hoedanigheid van verpleegkundige een verklaring op te stellen zonder ooit een behandelrelatie met klager te hebben gehad en in de wetenschap dat deze verklaring in een gerechtelijke procedure zou worden gebruikt. Bovendien is de inhoud van haar verklaring niet objectief en is deze niet uitsluitend op feiten gebaseerd. Berisping opgelegd vanwege ernst verwijt, daarbij weegt mee dat inzicht in onjuistheid handelen onvoldoende is gebleken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9560

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundige, werkzaam als doktersassistente. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij heeft verboden om het alarmnummer 112 te bellen en dat de verpleegkundige de triageprotocollen niet (goed) heeft gevolgd waardoor vertraging is opgetreden in de (spoed)zorg voor klaagster. Klacht is ontvankelijk: de feitelijk werkzaamheden (triage) behoren tot de taken van een verpleegkundige. De klachtonderdelen zijn ongegrond: uit niets blijkt dat de verpleegkundige zou hebben verboden om het alarmnummer te bellen. Op basis van de NHG-Triagewijzer zijn de noodzakelijke vragen gesteld en in het huisartsenjournaal genoteerd. Er waren geen aanwijzingen dat klaagster instabiel was en de urgentie is terecht ingeschat als U3.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:109 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2756

    .

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:106 Raad van Discipline Amsterdam 25-709/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening en excessief declareren. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur geschaad door te handelen in strijd met de in de advocatuur belangrijke kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. In dat verband rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij op geen enkel moment schriftelijk aan klager heeft bevestigd welk risico er kleeft aan de processtrategie om de verklaring van klager te wijzigen, terwijl er al een andersluidende verklaring van klager in het strafdossier zat. Door deze processtrategie wordt de in zedenzaken zo belangrijke betrouwbaarheid van (de verklaring van) de verdachte, klager, aangetast. Verder rekent de raad het verweerder zwaar aan dat hij excessief voor de verrichte werkzaamheden heeft gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang en dat hij klager voorafgaand aan zijn werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de totale kosten. Ook het niet maandelijks verstrekken van overzichten, zoals door het kantoor van verweerder toegezegd, en de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties, waardoor ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald, is ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:110 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2944

    .

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:107 Raad van Discipline Amsterdam 25-710/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door excessief te declareren, vooraf geen kosteninschatting te geven, geen transparante opdrachtbevestiging en declaraties te verstrekken en door geen maandelijkse overzichten te verstrekken. Dit raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. De aard en ernst daarvan rechtvaardigen de oplegging van een maatregel. Daarbij weegt de raad mee dat excessief is gedeclareerd in een relatief eenvoudig strafdossier van beperkte omvang. Ook weegt de raad mee dat verweerster voorafgaand aan de werkzaamheden geen inschatting heeft gegeven van de werkzaamheden en bijbehorende totale kosten en dat er door de onoverzichtelijke en niet transparante opdrachtbevestiging en declaraties ook ter zitting onduidelijkheid bestond over wat er in totaal is gedeclareerd en welke declaraties klager heeft betaald. Tot slot weegt de raad mee dat verweerster ter zitting heeft erkend dat er geen maandelijkse urenoverzichten zijn gestuurd, dat verweerster feitelijk niet de behandelend advocaat in de strafzaak van klager is geweest en dat aan verweerster niet eerder een tuchtrechtelijke maatregel is opgelegd. Berisping.