Zoekresultaten 1-10 van de 5871 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-648/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:308 Hof van Discipline 's Gravenhage 260182

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klaagster dient zich te realiseren dat de advocaat bij de behandeling van een zaak ‘dominus litis’ is. De advocaat heeft de leiding bij de behandeling van een zaak en een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt(e) het beste zijn gediend. Dat kan betekenen dat een advocaat niet (of nog niet) bereid is precies de stappen te nemen die een cliënt wenst. Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klaagster zal gaan voldoen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond is voor aanwijzing van een advocaat, nu klaagster nog steeds kan worden bijgestaan door de door de rechtsbijstandsverzekeraar aangezochte advocaat, mits zij meewerkt aan het door de betreffende advocaat ingezette traject. Aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet voor aanwijzing van een advocaat is door klaagster niet voldaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-660/AL/GLD

    voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster bij het partijdig optreden voor haar cliënte voldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van klager. Verweerster handelde in opdracht van haar cliënte. Die cliënte was kennelijk niet bereid om op alle voorstellen in te gaan, tegenvoorstellen te doen, of daarop telkens inhoudelijk te reageren. Verweerster heeft het standpunt van haar cliënte ook meermaals in duidelijke bewoordingen uiteengezet richting klager. Dat hij zich daarin niet kon vinden, maakt nog niet dat verweerster dat kan worden aangerekend. Het is de voorzitter uit de overgelegde correspondentie verder niet gebleken dat verweerster door haar optreden en met haar toonzetting bewust de onderhandelingen tussen klager en haar cliënte heeft gefrustreerd. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:309 Hof van Discipline 's Gravenhage 260175

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond. De deken kan alleen overgaan tot aanwijzing van een advocaat als de verzoeker de deken voldoende informatie geeft om te kunnen beoordelen wat voor procedure gevoerd moet worden en of zo’n procedure voldoende kans van slagen heeft. Dat betekent dat het op de weg van klager ligt om concreet, aan de hand van feiten, aan te geven wat de procedure is die hij wil voeren en de aanvullende informatie ter onderbouwing van die procedure, waarom de deken heeft verzocht, te verstrekken. Dat heeft klager niet gedaan. Verder is de aanwijzingsbevoegdheid van de deken een vangnetvoorziening, die pas in werking treedt als de rechtzoekende eerst zelf (aantoonbare) initiatieven heeft genomen om een advocaat te vinden. Uit het dossier blijkt niet dat klager voldoende inspanningen heeft verricht om zelf een advocaat te vinden. De deken heeft dan ook afwijzend mogen beslissen op het aanwijzingsverzoek van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:310 Hof van Discipline 's Gravenhage 260174

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. De mogelijkheid om de deken te verzoeken een advocaat aan te wijzen is een aanvullende voorziening, voor het geval de rechtzoekende niet op eigen initiatief een advocaat weet te vinden die bereid is hem bijstand te verlenen. In dat kader rust op de rechtzoekende een inspanningsverplichting om eerst zelf op zoek te gaan naar een advocaat. Anders dan klager aanvoert, lag het daarmee wel degelijk op de weg van klager in deze zaak om tegenover de deken concreet te onderbouwen welke stappen hij daartoe heeft gezet. Klager heeft niet aan zijn inspanningsverplichting voldaan. Daarnaast heeft de deken terecht geconcludeerd dat de door klager gewenste procedure tegen zijn bovenburen op basis van de bewijsstukken die klager tot op dat moment had aangeleverd geen redelijke kans van slagen heeft. Ten aanzien van een procedure tegen de woningbouwvereniging heeft de deken er terecht op gewezen dat huurgeschillen kunnen worden aangebracht bij de kantonrechter waarvoor bijstand van een advocaat niet vereist is. De mogelijkheid die artikel 13 Advocatenwet biedt om een advocaat aangewezen te krijgen, is in beginsel beperkt tot zaken, waarin de bijstand door een advocaat wel verplicht is gesteld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:191 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-606/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-618/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-629/AL/MN

    Tussen klaagster en verweerder is geen opdracht tot stand gekomen zodat van weigering om de zaak voor te zetten, feitelijk geen sprake is geweest. Uit de stukken is verder gebleken dat verweerder na het intakegesprek en zijn advisering duidelijk aan klaagster heeft gemeld dat en waarom hij haar zaak niet zou oppakken. In de daarna daarover met klaagster gevoerde correspondentie heeft verweerder naar het oordeel van de voorzitter op zorgvuldige wijze gereageerd op haar vragen over zijn advies. Dat klaagster zich daarin niet kon vinden, maakt het advies van verweerder nog niet ondermaats of anderszins onzorgvuldig of verwijtbaar. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:307 Hof van Discipline 's Gravenhage 260195

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Klaagster dient zich te realiseren dat de advocaat bij de behandeling van een zaak ‘dominus litis’ is. De advocaat heeft de leiding bij de behandeling van een zaak en een eigen verantwoordelijkheid om te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt(e) het beste zijn gediend. Dat kan betekenen dat een advocaat niet (of nog niet) bereid is precies de stappen te nemen die een cliënt wenst. Artikel 13 Advocatenwet is niet bedoeld om een advocaat aan te wijzen die in alle opzichten aan de wensen van klaagster zal gaan voldoen. Het hof onderschrijft het standpunt van de deken dat er geen grond is voor aanwijzing van een advocaat, nu klaagster nog steeds kan worden bijgestaan door de door de rechtsbijstandsverzekeraar aangezochte advocaat, mits zij meewerkt aan het door de betreffende advocaat ingezette traject. Aan de voorwaarden van artikel 13 Advocatenwet voor aanwijzing van een advocaat is door klaagster niet voldaan.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:185 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3136

    Klager is door de arts gekeurd in verband met de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart (hierna: GPK). De arts heeft geoordeeld dat er sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden voor het toekennen van een GPK en zij heeft haar sociaalmedisch advies aan de gemeente gezonden. Ongeveer een week later is het advies van de arts ingetrokken door de organisatie waarvoor de arts werkzaam is. Klager verwijt de arts dat zij hem niet de mogelijkheid heeft gegeven om gebruik te maken van het correctie/blokkeringsrecht, en dat zij geen reden en onderbouwing heeft gegeven voor het intrekken van het advies. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.