We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1-10 van de 5305 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8905

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager verwijt de psychiater onjuiste diagnosestelling, een onterechte aanvraag voor een LFPZ‑status en ernstige overtredingen zoals valsheid in geschrifte, smaad, laster, psychische mishandeling en schending van EVRM‑rechten. Het college vindt hiervoor geen enkele aanwijzing. De psychiater was niet betrokken bij de diagnosestelling, en voor zover hij betrokken was bij de LFPZ‑aanvraag, blijkt daaruit geen tuchtrechtelijk verwijt. Het college concludeert dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:20 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/65

    De ouders van de klaagster hebben hun (levens)testamenten gewijzigd. De kandidaat-notaris heeft deze (levens)testamenten gepasseerd. De klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat hij:1) onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de wilsbekwaamheid en onafhankelijke wilsvorming van de ouders;2) haar niet wil uitleggen op welke manier hij de wilsbekwaamheid van de ouders heeft beoordeeld. Volgens de klaagster beroept de kandidaat-notaris zich daarbij ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht.De kamer heeft klachtonderdeel 1 ongegrond verklaard en klachtonderdeel 2 gegrond. De kandidaat-notaris heeft de vragen van de klaagster over de gang van zaken rondom de totstandkoming van de (levens)testamenten van de ouders en over de wijze waarop hij zich een oordeel heeft gevormd over de wilsbekwaamheid van de ouders, niet beantwoord. Daarmee heeft de kandidaat-notaris de klaagster, die een redelijk belang heeft bij de beantwoording van die vragen, gedwongen deze klacht in te dienen om hem tot spreken te bewegen. Aan de kandidaat-notaris wordt een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:169 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9739

    Voorzittersbeslissing. Klaagschrift voldoet niet aan de eisen. Ook naar aanleiding van de door de secretaris gestelde vragen heeft klaagster onvoldoende duidelijkheid gegeven. Het is aan klaagster om te stellen en toe te lichten over welk concreet handelen of nalaten van verweerder zij een klacht heeft. Voor verweerder moet het voldoende duidelijk zijn waar de klacht over gaat, zodat hij daarop kan reageren. Dit is ook telefonisch aan klaagster toegelicht. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:170 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9647

    Voorzittersbeslissing. De GZ-psycholoog heeft de vader van klager in behandeling gehad. Bij één van de consulten is klager aanwezig geweest. Verder heeft klager een e-mail naar de GZ-psycholoog gestuurd met vragen, waar de GZ-psycholoog niet op gereageerd heeft. Klager maakt de GZ-psycholoog meerdere verwijten, zowel betreffende de behandeling als met betrekking tot uitlatingen die de GZ-psycholoog over klager zou hebben gedaan en over het niet reageren op zijn e-mail. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen die zien op de behandeling. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:210 Hof van Discipline 's Gravenhage 260229

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet de geëigende weg om onvrede te uiten over de behandeling van een aanwijzingsverzoek door de deken op grond van artikel 13 Advocatenwet omdat het hof niet kan interveniëren in de behandeling daarvan door de deken. Om dezelfde reden kan niet bij het hof worden geklaagd over procedurele beslissingen die de deken in die behandelfase neemt. Klager zal de beslissing van de deken op zijn aanwijzingsverzoek dienen af te wachten. Klager kan – bij afwijzing van zijn verzoek om aanwijzing van een advocaat – beklag instellen bij het hof van discipline op grond van artikel 13 lid 3 Advocatenwet. In het beklagschrift kan klager uiteenzetten waarom de deken volgens klager onjuist heeft gehandeld en wat er – in de ogen van klager – niet juist is aan de door de deken genomen procedurele beslissingen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8313

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in het kader van een strafrechtelijke vervolging van klager een Pro Justitia onderzoek uitgevoerd. Een paar jaar later heeft de toenmalig directeur van de psychiatrische observatiekliniek waar klager toen verbleef, tijdens een procedure bij het tuchtcollege in Zwolle onderdelen van het medisch dossier van klager overgelegd. Klager verwijt de psychiater dat zij toestemming heeft gegeven om de informatie uit het medisch dossier te verstrekken, dat zij hiertegen onvoldoende is opgetreden en dat zij onvoldoende waarborg heeft geboden voor de vertrouwelijkheid en veiligheid van het medisch dossier. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:211 Hof van Discipline 's Gravenhage 260230

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om beslissingen van procedurele aard van de deken in het kader van een op artikel 13 Advocatenwet gestoeld aanwijzingsverzoek ter discussie te stellen. Klager kan zijn aanwijzingsverzoek – zoals ook door de deken is aangegeven – opnieuw indienen bij de deken van de orde van Advocaten Noord-Nederland. Klager heeft zijn klacht over de deken, behoudens het voorgaande, niet nader onderbouwd. Hierdoor is het voor de deken niet duidelijk waartegen zij zich dient te verweren.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8845

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster vindt dat de psychiater haar rondom de crisismaatregel niet heeft onderzocht of gehoord, dat zonder medische grondslag tijdelijk verplichte zorg is toegepast, dat de verslaglegging daarvan onvolledig en onjuist is, dat de professionele standaard en zorgvuldigheidsplicht zijn geschonden en dat onjuiste en tegenstrijdige verklaringen zijn afgelegd over de medicatie. Het college is van oordeel dat de psychiater voldoende zorgvuldig heeft gehandeld, ook gelet op zijn relatief beperkte rol bij de casus van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:212 Hof van Discipline 's Gravenhage 260233bis

    Vervallenverklaring van een op 2 juli 2026 door de plaatsvervangend voorzitter van het hof genomen afwijzende beslissing tot verwijzing omdat die beslissing is gebaseerd op een onjuiste lezing van het verzoek tot verwijzing (ECLI:NL:TAHVD:2026:197). Het verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46aa lid 5 Advocatenwet wordt alsnog toegewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/33

    Klacht van fiscalist/executeur over de afwikkeling van de beëindiging van haar samenwerking met de notaris, waarover zij een geschil hebben. De civiele rechter heeft de notaris veroordeeld om mee te werken aan het accountantsonderzoek dat in hun samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd, maar de notaris weigert (volledige) medewerking met een beroep op zijn geheimhoudingsplicht. Het ontvankelijkheidsverweer dat de klacht geen (voldoende) verband houdt met de notariële hoedanigheid wordt verworpen omdat de geheimhoudingsplicht per definitie verband houdt met de hoedanigheid van notaris. In verband met de afgeleide geheimhoudingsplicht van een accountant oordeelt de kamer dat de notaris zich ten onrechte op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen. Van een notaris mag worden verwacht dat hij zich bewust is van de omvang van zijn geheimhoudingsplicht. De kamer rekent het de notaris aan dat hij voorafgaand aan de samenwerking met de klaagster een afspraak heeft gemaakt over de accountantscontrole en dat hij zich na de verbreking van de samenwerking bij nader inzien alsnog jarenlang op zijn geheimhoudingsplicht heeft beroepen zonder vervolgens (aantoonbaar) te verifiëren of dit terecht was en/of zich voldoende in te spannen om naar mogelijkheden te zoeken om op een andere wijze invulling te geven aan de gemaakte afspraak. Door de in de beslissing omschreven gang van zaken en met name het herhaaldelijk niet nakomen van gedane toezeggingen, heeft de notaris het vertrouwen geschaad dat de klaagster in hem als notaris had. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.