Zoekresultaten 1-10 van de 4138 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8233

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. Klaagster verwijt de dermatoloog dat zij niet goed geholpen is bij de behandeling van een schimmelnagel (onychomycose). Het college stelt vast dat sprake is geweest van een behandeling volgens gebruikelijke wijze, met daarvoor geschikte medicatie. Dat klaagster te maken heeft gekregen met bijwerkingen is vervelend, maar kan de dermatoloog niet worden verweten. Na het optreden van de bijwerkingen is de behandeling vroegtijdig gestopt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8463

    Klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat zij zonder het bespreken van alternatieven een spoedige excisie heeft geadviseerd voor een papel in zijn gezicht, wat achteraf onnodig bleek en heeft geleid tot een blijvend litteken. Het college is van oordeel dat de dermatoloog zonder goede reden is afgeweken van de richtlijn basaalcelcarcinoom van de NVDV. Aanvullend diagnostisch onderzoek was geïndiceerd en de dermatoloog heeft haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de informatievoorziening aan klager miskend. Het college vindt het zorgwekkend dat de dermatoloog ter zitting blijk heeft gegeven dat zij nog altijd van oordeel is dat haar handelwijze de enige en juiste weg was, in plaats van de handelwijze die de richtlijn voorschrijft. Het college legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8700

    Herstelbeslissing van 16 januari 2026 van de beslissing van 6 januari 2026.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285

    Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-895/DH/DH/D

    Verzoek 60ab en 60b Advocatenwet. De raad is van oordeel dat in beginsel sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 60ab Advocatenwet. De raad acht het momenteel niet verantwoord om (veelal kwetsbare) rechtszoekenden (nog verder) bloot te stellen aan de wijze waarop verweerder zijn praktijk voert. De raad stelt echter ook vast dat een schorsing met onmiddellijke ingang op grond van artikel 60ab, eerste lid, Advocatenwet niet kan samengaan met het treffen van een voorlopige voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad acht het treffen van een voorziening ook aangewezen. Gelet daarop is de raad van oordeel dat het primaire verzoek van de deken niet voor toewijzing in aanmerking komt en dat de raad kiest voor toewijzing van het subsidiaire verzoek op grond van artikel 60b Advocatenwet, dat wél de mogelijkheid biedt om een schorsing te laten samengaan met het treffen van een voorziening met betrekking tot de praktijkuitoefening. De raad wijst daarom het subsidiaire verzoek van de deken (op grond van artikel 60ab Advocatenwet) toe en schorst verweerder voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk. De raad treft daarnaast een voorziening: verweerder moet een coachingstraject doorlopen om zijn praktijk op orde en de bijstand aan cliënten op het vereiste niveau te krijgen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-755/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat, waaronder over het niet indienen van stukken en het niet inschakelen van een (geschikte) tolk. Klaagster heeft haar klachten niet (met stukken onderbouwd) en verweerder heeft de klachten gemotiveerd betwist. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8042

    Deels gegronde klacht tegen arts. Geen maatregel. Vader van overleden patiënte verwijt de arts dat de arts zonder supervisor de schouw heeft verricht en dat sprake is van een onverklaarbare onzorgvuldigheid in het schouwverslag. De arts, die in opleiding tot forensisch arts was, meende dat een andere arts, die bij de schouw aanwezig was, als zijn supervisor optrad. Vaststaat dat dit niet het geval was. In zoverre gegrond. Onjuiste vermelding van de lichaamstemperatuur is een evidente schrijffout. Het meten van de omgevingstemperatuur is in een forensische setting niet gebruikelijk en levert, gezien de vele factoren die van invloed zijn, geen relevante informatie op. Het geschatte tijdstip van overlijden is aannemelijk. Geen opmerkingen op het schouwrapport als zodanig.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:4 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-770/DH/DH

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak. De klacht is gedeeltelijk niet-ontvankelijk vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding en voor het overige kennelijk ongegrond. Verweerster heeft bij haar juridische aanpak van de zaak en de wijze waarop zij hierover namens haar cliënten met klager en zijn advocaat heeft gecommuniceerd de grenzen van het betamelijke niet overschreden.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8044

    Ongegronde klacht tegen huisarts in PI. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts het voorschrijven van gevaarlijke combinaties van medicijnen, het voorschrijven van morfine terwijl patiënte morfineverslaafd was en het doen van onvoldoende onderzoek naar oedeem. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput. Geen absolute contra-indicaties. Voorschrijven medicatie is te billijken. Het volgen van het reeds ingezette beleid voor oedeemvorming, was niet onjuist.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:5 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-807/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiegeschil. Niet gebleken dat verweerster zich onjuist of onnodig grievend heeft uitgelaten. Een assistent van verweersters kantoor heeft per abuis een e-mail aan klager gestuurd. Dit is niet de bedoeling, maar er is niet direct sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Verweerster mocht verder afgaan op de tussen partijen gemaakte afspraken zoals die zijn opgenomen in het proces-verbaal van de zitting. Klacht in alle onderdelen ongegrond.