Zoekresultaten 1-10 van de 4370 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:54 Hof van Discipline 's Gravenhage 250416

    Klager heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van Discipline waarbij het verzet van klager tegen een voorzittersbeslissing ongegrond is verklaard. De door klager aangevoerde gronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Klager kan dan ook niet in hoger beroep worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:21 Raad van Discipline Amsterdam 25-526/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht over een advocaat in een strafzaak. De raad kan op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting door en namens klaagster afgelegde verklaring echter niet vaststellen dat sprake is van een evident en voorzienbaar (potentieel) tegenstrijdig belang of van de overdracht van vertrouwelijke informatie over klaagster door de kantoorgenoot van verweerder aan verweerder. De raad begrijpt dat klaagster dat wel zo heeft ervaren en dat zij er een probleem mee heeft dat de kantoorgenoot van verweerder behalve haar ook twee medeverdachten bijstand heeft verleend op het politiebureau, maar van concrete aanwijzingen dat informatie in het strafdossier terecht is gekomen door het delen daarvan door de kantoorgenoot met verweerder is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:28 Raad van Discipline Amsterdam 25-880/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak gedeeltelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet vanwege een niet-verschoonbare termijnoverschrijding en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk op grond van het ne bis in idem beginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:55 Hof van Discipline 's Gravenhage 240295

    Ongegrond verzet tegen voorzittersbeslissing om een klacht tegen de deken niet te verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:22 Raad van Discipline Amsterdam 25-527/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Van onnodig grievende uitlatingen is geen sprake. De woordkeuze van verweerder past in de context van het geschil tussen partijen en is een reactie op standpunten die door en/of namens klaagster 2 zijn ingenomen over de cliënten van verweerder. Daarbij worden in processtukken en correspondentie over en weer stevige bewoordingen gebruikt en beschuldigingen geuit. Ook geen sprake van mededelingen over onderhandelingen. Aan de rechter mag worden meegedeeld dat schikkingsonderhandelingen zijn gevoerd zolang maar niets over de inhoud daarvan wordt gezegd. Klager 1 en verweerder hebben door hun opstelling ten opzichte van elkaar de toon gezet voor hun onderlinge verhoudingen en daarmee ook voor het geschil tussen hun cliënten. Geen van tweeën lijkt in staat te zijn daaroverheen te stappen. Klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:46 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-700/AL/OV/D

    Dekenbezwaar. Schrapping. Bezwaar tegen een afhechtingsadvocaat. De raad heeft vastgesteld dat verweerder in een zeer groot aantal zaken en gedurende een lange periode ernstig tekort is geschoten in zijn bijstand en daarbij heeft gehandeld in strijd met de kernwaarden partijdigheid, deskundigheid en integriteit. Verweerder heeft ten opzichte van zijn cliënten niet die zorg in acht genomen, die van een behoorlijk handelend advocaat verwacht mag worden en hierdoor kan zeker niet worden uitgesloten dat zij in hun belangen zijn geschaad. De raad rekent dit verweerder zwaar aan. De aard en de ernst van deze feiten rechtvaardigen zonder meer een zeer zware maatregel. Bij de oplegging van de maatregel acht de raad van belang dat (tijdens het onderzoek van de deken en op de zitting van de raad) niet is gebleken dat verweerder beseft dat hij onbetamelijk heeft gehandeld. Verweerder toont geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen en hij kiest bewust voor een manier van handelen dat haaks staat op de voor de advocatuur elementaire beginselen en regelgeving. Dit beeld van verweerder wordt nog versterkt door het signaal van de rechtbank. Verweerder heeft zijn onjuiste werkwijze in dit soort zaken - waaruit zijn praktijk geheel of in hoofdzaak bestaat - naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek en het dekenbezwaar niet aangepast en ook uit de opstelling van verweerder op de zitting van de raad leidt de raad af dat verweerder deze werkwijze niet wenst te veranderen. 6.4 Op grond van de ernst van de verwijten en het feit dat verweerder ter zitting geen, althans onvoldoende, inzicht heeft getoond in zijn eigen handelen, is de raad van oordeel dat het niet verantwoord is dat verweerder de praktijk als advocaat in de toekomst nog uitoefent. Daarom wordt de maatregel van schrapping opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:29 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht over de advocaten van de wederpartij. Het toezicht op de naleving van de Wwft en de Voda wordt uitgeoefend door de deken. Aan klagers komt geen klachtrecht toe over schending van deze wet- en regelgeving. Klacht in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond. Niet gebleken van misbruik executierecht. Het inhoudelijke debat over de hoogte van de vordering en wie wel of niet gelijk heeft kan in deze tuchtrechtelijke procedure niet aan de orde komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:23 Raad van Discipline Amsterdam 25-528/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Hoewel verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klagers 2 tot en met 8 rechtstreeks aan te schrijven, terwijl hij redelijkerwijs had kunnen weten dat klagers 2 tot en met 8 werden bijgestaan door een advocaat, klager 1, ziet de raad in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. Verweerder heeft zowel in zijn schriftelijke verweer als ter zitting erkend dat hij de brief achteraf gezien eerst alleen aan klager 1 had moeten sturen om op dit punt navraag te doen. Verder weegt de raad mee dat beide partijen in hun geschillen over en weer stevige bewoordingen gebruiken en beschuldigingen uiten die de onderlinge verhoudingen alleen maar meer op scherp zetten. De beide advocaten, klager 1 en verweerder, lijken daarbij niet in staat om een professionelere en zakelijkere toon aan te slaan. Wanneer de een ervoor kiest om ferme taal te gebruiken, kan het de ander tuchtrechtelijk niet worden verweten wanneer hij dezelfde keuze maakt. De aard en ernst van de verwijtbaarheid van verweerder rechtvaardigen in dit geval dan ook geen maatregel. Gegrond zonder maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:47 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-448/AL/GLD

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:24 Raad van Discipline Amsterdam 25-901/A/A

    Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g, eerste lid en onder a, van de Advocatenwet vanwege een niet verschoonbare termijnoverschrijding van drie jaar.