Zoekresultaten 41-50 van de 6132 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122

    .

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:106 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-385/DB/OB

    Raadsbeslissing. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door haar stelbrief met verhinderdata niet zo spoedig mogelijk aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden toen zij wel bekend raakte met zijn naam. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:173 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-067/AL/OV

    Klacht over de eigen advocaat. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder niet gehandeld zoals van een zorgvuldig en bekwaam advocaat verwacht mag worden door zijn cliënten onvoldoende schriftelijk te informeren over zijn gewijzigde aanpak, over zijn ureninschatting voor de buitengerechtelijke werkzaamheden en over de risico’s en (proces)kosten. De raad ziet dat verweerder zich met goede intenties voor klaagster c.s. heeft ingezet maar ziet tegelijkertijd ook welke ernstige (financiële) gevolgen de negatieve uitspraak voor klaagster c.s. heeft gehad en nog heeft. De raad is uit de stukken echter niet gebleken dat verweerder daarvan tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt door het ontbreken van voldoende dossierkennis of deskundigheid. Gelet op deze omstandigheden, in combinatie met het blanco tuchtrechtelijk verleden van verweerder, is de raad van oordeel dat oplegging van een maatregel van waarschuwing passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3152

    De huisarts is medisch directeur van een huisartsenorganisatie. Klaagster stond als patiënt ingeschreven bij een huisartsenpraktijk die is aangesloten bij deze organisatie. Per 6 november 2023 heeft de huisarts de behandelingsovereenkomst tussen klaagster en de huisartsenpraktijk beëindigd. Klaagster klaagt over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en over de (opvolging van) zorg daarna. Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle heeft klaagster ontvankelijk verklaard in de klacht en de klacht vervolgens ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft klaagster beroep ingesteld en de huisarts vervolgens incidenteel beroep. Het Centraal Tuchtcollege komt tot dezelfde conclusies als het Regionaal Tuchtcollege en verwerpt de beroepen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2940

    Klacht tegen een cardioloog. De klacht gaat over de behandeling van de moeder van klaagster, die inmiddels is overleden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het heeft daartoe overwogen dat er onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn te vinden die aannemelijk maken dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:101 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-179/DB/ZWB

    herstelbeslissing

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:72 Accountantskamer Zwolle 25/2702 Wtra AK

    Klacht het handelen van betrokkene als executeur bij de afwikkeling van een nalatenschap. Betrokkene verleende ook dienstverlening als accountant aan de schoonmoeder, aan een vennootschap van de schoonzus van klaagster en aan een familiebedrijf opgericht door (wijlen) de schoonvader van klaagster. Klaagster meent dat betrokkene zich had moeten realiseren dat de verschillende rollen die hij vervulde ten opzichte van de familie een bedreiging vormden voor zijn objectiviteit. Ook verwijt klaagster betrokkene dat hij de door (wijlen) haar echtgenoot opgevraagde informatie niet heeft verstrekt. De klacht is geheel ongegrond. Betrokkene trad op als beheerder van de nalatenschap, waarvan (wijlen) de echtgenoot van klaagster was uitgesloten. Hij vertegenwoordigt de erfgenamen bij het afwikkelen van de erfenis. Als legitimaris is (wijlen) de echtgenoot daarentegen schuldeiser van de nalatenschap. Van een bedreiging van de objectiviteit waartegen betrokkene maatregelen had moeten nemen is onvoldoende gebleken. Betrokkene heeft zich laten bijstaan door een gespecialiseerde erfrechtjurist. Dat betrokkene een bepaald standpunt jegens klaagster heeft ingenomen is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, ook niet als (later) zou blijken dat het standpunt niet juist is

  • Voorzittersbeslissing; klacht over het optreden van verweerders in andere hoedanigheid. De klacht heeft betrekking op een geschil tussen klager en verweerders over hun opvattingen (en uitlatingen hierover in de sociale media) ten aanzien van het Israëlisch-Palestijns conflict en de oorlog in Gaza. De tuchtrechter gaat niet over dergelijke geschillen, tenzij kan worden vastgesteld dat verweerders in dit onderliggende geschil met hun handelen het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. Dat is de voorzitter niet gebleken. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:176 Raad van Discipline Amsterdam 26-620/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een derde over een advocaat. Geen opdrachtrelatie. Verwachtingspatroon van klaagster is niet reëel. Van verweerster kon, mede gelet op haar andere werkzaamheden, in redelijkheid niet worden verlangd dat zij direct en buiten haar kantoortijden verder op de berichten van klaagster zou reageren. In plaats van de volgende dag af te wachten om met verweerster te overleggen, heeft klaagster ervoor gekozen om meteen een klacht over verweerster in te dienen. Hierdoor was de basis voor een eventuele samenwerking tussen verweerster en klaagster verdwenen. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:200 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9174

    Kennelijk ongegronde klacht tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts was de superviserend arts van de arbo-arts die betrokken was bij de verzuimbegeleiding. De klacht ziet onder meer op de verzuimbegeleiding, schending beroepsgeheim en bejegening. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.