Zoekresultaten 201-210 van de 6492 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:165 Raad van Discipline Amsterdam 25-848/A/NH

    Beslissing op verzet. Klaagster is lid van een VvE. Verweerster staat de VvE bij, maar ook de twee andere leden van de VvE. Klaagster heeft erover geklaagd dat dat niet kan. De voorzitter heeft de klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en gedeeltelijk kennelijk ongegrond. De raad acht het verzet gegrond. Uit de beslissing van de voorzitter blijkt niet dat hij heeft getoetst aan het kader dat door het hof van discipline is gegeven in ECLI:NL:TAHVD:2022:16. De raad verwijst de zaak naar een zitting voor de verdere behandeling van de klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:156 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3263

    .

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:159 Raad van Discipline Amsterdam 26-114/A/A

    Raadbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager rechtstreeks te benaderen, terwijl zij wist dat hij werd bijgestaan door een advocaat. Daarnaast heeft zij zich in haar sommatiebrief ongepast en dreigend uitgelaten. Bij de bepaling van de maatregel heeft de raad meegewogen dat verweerster haar fout ten aanzien van het rechtstreeks aanschrijven van klager zelf heeft ingezien en na ontdekking heeft rechtgezet. Gelet daarop en mede in aanmerking nemend dat verweerster niet eerder met de tuchtrechter in aanraking is gekomen, acht de raad de maatregel van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:235 Hof van Discipline 's Gravenhage 260257 260258

    Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is niet bedoeld om te klagen over procedurele beslissingen die een deken tijdens het klachtonderzoek neemt (zoals het toelaten van stukken). Klager kan, na afronding van het klachtonderzoek door de deken en na betaling van het griffierecht, zijn klacht over mr. S laten toetsen door de raad van discipline. Binnen de kaders van die procedure kan klager al zijn bezwaren over het klachtonderzoek door de deken en de daarin door de deken genomen procedurele beslissingen onder de aandacht van de raad van discipline brengen. Daarom zal de voorzitter de klacht over de deken niet verwijzen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:153 Raad van Discipline Amsterdam 26-459/A/A 26-462/A/A

    Voorzittersbeslissing; Twee opvolgende klachten over de advocaat wederpartij (van klagers ex-partner) in een familierechtszaak kennelijk ongegrond met waarschuwing misbruik van recht. Klager heeft inmiddels drie klachten ingediend over verweerder. De klachten betreffen stuk voor stuk de bijstand van verweerder aan de ex-partner van klager. De voorzitter is er ambtshalve mee bekend dat klager over de voormalig advocaat van zijn ex-partner ook vier klachten heeft ingediend. Klager is erop gewezen dat het tuchtrecht er niet voor is bedoeld om onbeperkt ruimte te geven aan klagers om hun onvrede over advocaten telkens opnieuw, in iets andere vorm, maar met op hoofdlijnen dezelfde soort klachten, aan de orde te stellen. Klager moet er daarom ernstig rekening mee houden dat een volgende klacht die op enigerlei wijze samenhangt met de eerder ingediende klachten, niet meer (inhoudelijk) in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:157 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2935

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:160 Raad van Discipline Amsterdam 25-898/A/A

    Raadsbeslissing; zeer uitgebreide klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:154 Raad van Discipline Amsterdam 26-088/A/A 26-103/A/A

    Raadsbeslissing. De raad is van oordeel dat verweerders in ieder geval tot en met 30 april 2025 feitelijk de advocaten waren van meerdere vennootschappen. Er bestond een risico op een belangenconflict. De raad is in deze zaak van oordeel dat klaagsters voldoende rechtstreeks belang hebben bij hun klacht en dat verweerders bij het verlenen van hun rechtsbijstand duidelijker hadden moeten zijn over de positie van de onderlinge vennootschappen en de gevolgen van een eventueel tegenstrijdig belang tussen de partijen. Toen dat tegenstrijdig belang zich eenmaal had geopenbaard hadden verweerders dit op tafel moeten leggen en hierover in openheid met L. B.V. en de vennootschappen moeten overleggen. Door daar onvoldoende oog voor te hebben, hebben verweerders gehandeld op een wijze die botst met de kernwaardes van de advocatuur. De klacht is daarom gegrond. De raad legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:158 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2933

    Klacht tegen chirurg kennelijk ongegrond. Klager, die al sinds lange tijd bekend is met een partiële dwarslaesie, heeft na een val in huis zijn onderbeen gebroken. In verband hiermee is hij in het ziekenhuis opgenomen geweest. Over de opname vanwege zijn beenbreuk heeft klager klachten ingediend tegen verschillende artsen die bij zijn behandeling waren betrokken, onder wie de chirurg. Het Centraal Tuchtcollege laakt het gebrek aan regie tijdens de opname van klager, maar dient voor iedere arts afzonderlijk te beoordelen of al dan niet sprake is van persoonlijke verwijtbaarheid. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:161 Raad van Discipline Amsterdam 26-074/A/A

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening. Verweerder heeft klager bijgestaan bij een familierechtelijke kwestie. Verweerder heeft afgewacht met het indienen van een verzoek tot een voorlopige voorziening met toewijzing van de woning aan klager als doel. Verweerder heeft de reden van het afwachten gedeeld met klager, maar niet schriftelijk vastgelegd. Verweerder is daarmee tekortgeschoten. Waarschuwing.