Zoekresultaten 1-10 van de 6481 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2991

    Klager is na verwijzing in psychiatrische behandeling geweest van 2000 tot 2018. Klager heeft op 21 mei 2025 een klacht tegen de huisarts ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege. Klager verwijt de huisarts dat hij naar een psychiater is verwezen zonder daarbij een concrete hulpvraag in de verwijsbrief te formuleren, dat de huisarts in de jaren daarna verlengingen van de verwijzing heeft afgegeven en dat de huisarts niet heeft gereageerd of gehandeld op verslagen van de psychiater. Deze klachten gaan over de periode 2000 tot en met 2013. Daarnaast verwijt klager de huisarts meer in het algemeen een nalatigheid gedurende de 18-jarige psychiatrische behandeling van klager, door gedurende deze behandeling zich niet op de hoogte te laten stellen van het verloop van de behandeling en deze te beoordelen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht, deels vanwege verjaring en deels omdat de klacht onvoldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege volgt het Regionaal Tuchtcollege in het oordeel over de verjaring. Voor het overige verklaart het Centraal Tuchtcollege klager wél ontvankelijk in de klacht, omdat de klacht naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende duidelijk is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3051

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager had pijn- en zwellingsklachten aan zijn rechterscheenbeen, hij vermoedde dat dit kwam door een breuk in zijn scheenbeen en hij wilde dat de huisarts hem naar een orthopeed zou verwijzen. Klager is ontevreden over de behandeling van zijn klachten door de huisarts en de beslissing om hem zonder lichamelijk onderzoek te verrichten te verwijzen naar een fysiotherapeut in plaats van naar een orthopeed. Klager zegt dat de huisarts de breuk in zijn scheenbeen niet heeft opgemerkt en dat later bij een MRI-scan in een ziekenhuis in Litouwen alsnog een breek in zijn scheenbeen is vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep van klager verwerpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3072

    De moeder van klager was ongeneeslijk ziek. Volgens klager heeft de arts, destijds huisarts, een blaasontsteking van zijn moeder niet herkend en niet behandeld waardoor zij sepsis heeft gekregen. Voor klager is ook onduidelijk waarom de arts bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. Tot slot verwijt klager de arts dat zij moeder niet heeft bezocht in het weekend voor het overlijden van moeder. Het Regionaal Tuchtcollege heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen die beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:99 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-555/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Klaagster verwijt verweerster dat zij in rechte in strijd met de waarheid heeft gesteld dat er geen afspraak was gemaakt over de kinderalimentatie en zich ten onrechte heeft verzet tegen het (door klaagsters advocaat) overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Dat verweerster haar cliënt heeft geadviseerd om in te stemmen met het door klaagsters advocaat voorgestelde alimentatiebedrag van € 337,00 per maand, betekent naar het oordeel van de voorzitter niet dat het verweerster niet vrij stond om te stellen dat er geen bindende alimentatieregeling tot stand was gekomen. Naar het oordeel van de voorzitter kan evenmin tuchtrechtelijk worden verweten dat zij zich heeft verzet tegen het overleggen van correspondentie tussen haar en klaagsters advocaat en haar en haar cliënt. Verweerster heeft genoegzaam gemotiveerd toegelicht dat en waarom zij namens haar cliënt tegen het in het geding brengen van de correspondentie bezwaar heeft gemaakt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:100 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-562/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter stelt vast dat de klacht ziet op – vermeend - nalaten van verweerster op of rond 18 oktober 2016. Klager heeft zich op 26 januari 2026, derhalve ruimschoots na het verstrijken van de in artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet bedoelde termijn, met een klacht over verweerster tot de deken gewend. Niet is gebleken dat klager niet eerder dan op 26 januari 2026 heeft kunnen klagen. Dat klager naar eigen zeggen pas in januari 2026 nadere informatie heeft verkregen over het medicijngebruik van zijn moeder en dat notaris G in 2014 uit zijn ambt is gezet, maakt dit niet anders. De voorzitter oordeelt daarom dat van een verschoonbare termijnoverschrijding geen sprake is. Dat sprake zou zijn van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie is voorts evenmin gebleken. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9148

    Kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. Klacht betreft met name onvoldoende hulp- en zorgverlening rondom incestproblematiek. Beperkte rol van psychiater. Omdat de verpleegkundig specialist GGZ de regiebehandelaar was, was de psychiater niet verantwoordelijkheid voor het volledige proces van klager. Geen zorg aan klager onthouden als gevolg van het bereiken van een zorgplafond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:270 Hof van Discipline 's Gravenhage 250437 250438

    Het betreft een klacht over de curator (verweerster) en over de advocaat van de curator (verweerder). De raad van discipline heeft geoordeeld dat verweerders niet actief bij de toenmalige advocaten van klagers of bij klagers om toestemming hadden hoeven vragen om een factuur met een specificatie van de toenmalige advocaten van klagers te mogen gebruiken in de procedure tegen klagers. De raad heeft de klacht daarom ongegrond verklaard. Klagers zijn in beroep gekomen. Het hof is -anders dan de raad- van oordeel dat verweerders in strijd met de kernwaarde vertrouwelijkheid hebben gehandeld door de declaratie met specificatie die onder het beroepsgeheim valt in een procedure tegen klagers te gebruiken. Het hof is daarom van oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan verweerders de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-9203

    Gedeeltelijke gegronde klacht tegen huisarts. Maatregel berisping. De dochter van patiënte verwijt verweerder dat hij geen gesprek heeft gevoerd met patiënte en klaagster over het proces van palliatieve sedatie en de morfinepomp niet tegelijk met de sedatie heeft gestart waardoor patiënte ontwenningsverschijnselen kreeg. Daarnaast heeft verweerder geen overdracht geregeld voor wanneer verweerder niet bereikbaar was. Ook wordt verweerder verweten dat hij zijn app-berichten onprofessioneel heeft afgesloten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-864/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025-8896

    Kennelijk ongegronde klacht tegen huisarts. Klaagster, dochter van patiënt, is kennelijk niet ontvankelijk in haar klacht over de medische behandeling van wijlen patiënt vanwege de bijzondere omstandigheid. Klaagster verwijt de huisarts geen ambulance te hebben opgeroepen bij het consult met patiënt. Patiënt is de volgende dag overleden. Ook wordt de huisarts verweten de kinderen van patiënt niet te hebben gewaarschuwd. Patiënt kwam nooit met klaagster op consult bij de huisarts. College: huisarts heeft eerste contactpersoon en patiënt adequaat geïnformeerd. Verweerster kende klaagster niet ten tijde van het genoemde consult en had geen contactgegevens van klaagster.