Zoekresultaten 631-640 van de 5402 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7442
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:113
Kennelijk ongegronde klacht tegen orthopedisch chirurg. Het verwijt betreft onzorgvuldigheid in de nabehandeling van een heupoperatie (totale heupprothese) en in het ontslagtraject van patiënte uit het ziekenhuis, onvoldoende diagnostiek en onvoldoende regievoering. Normale protocollaire nabehandeling na plaatsing van andere cupmaat dan vooraf gepland. Medisch verantwoord ontslag. Geen verantwoordelijkheid voor de wijze waarop de thuiszorgorganisatie zorg verleent. Het regelen van de juiste zorg na ontslag was geen taak van de orthopedisch chirurg, ook niet in zijn hoedanigheid als regiebehandelaar. Geen aanleiding noch alarmsignalen die nader onderzoek vereisten. Het regiebehandelaarschap van de orthopedisch chirurg was geëindigd met het ontslag van de patiënte. Dat zij tijdens de afwezigheid van de orthopedisch chirurg wegens vakantie, wederom werd opgenomen, maakt niet dat hij opnieuw regiebehandelaar werd.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7718
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:114
Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerder heeft een medisch onderzoek verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerder dit onzorgvuldig gedaan, omdat hij heeft afgezien van noodzakelijk lichamelijk onderzoek, cruciale medische diagnoses niet (voldoende) heeft meewogen en zijn conclusie onvoldoende heeft onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7717
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:115
Klacht tegen een verzekeringsarts. Verweerster heeft een medisch onderzoek, inclusief lichamelijk onderzoek, verricht bij klager in het kader van een hoger beroepsprocedure over de beëindiging van de ziektewetuitkering van klager en daarover gerapporteerd. Volgens klager heeft verweerster dit onzorgvuldig gedaan, waardoor zijn aandoeningen niet adequaat zijn beoordeeld en gewogen en zijn beperkingen zijn onderschat. Klacht kennelijk ongegrond.”
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8125
- Datum publicatie: 22-10-2025
- Datum uitspraak: 22-10-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:116
Voorzittersbeslissing kennelijk ongegrond. Patiënte verwijt verweerster, neuroloog, dat verweerster bewust onjuistheden heeft vermeld in de verwijsbrief naar ziekenhuis B en dat verweerster de privacy van klaagster heeft geschonden door de medische gegevens van klaagster aan ziekenhuis B te sturen. Ook verwijt klaagster dat verweerster ziekenhuis B bij voorbaat heeft bedankt voor de overname van de behandeling.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:226 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-592/AL/OV
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:226
voorzittersbeslissing. De rechtsbijstandsverzekeraar van (de eenmanszaak van) klager heeft een zaak uitbesteed aan het (kantoor van) verweerster waarna het kantoor een voorschotnota inclusief btw aan de verzekeraar heeft gestuurd. Bij het eerste contact daarna heeft klager aan verweerster laten weten geen vertrouwen in haar deskundigheid en haar kantoor te hebben. Naar het oordeel van de raad is geen overeenkomst van opdracht tussen klager en verweerster tot stand gekomen. Dat de rechtsbijstandsverzekeraar de btw-kosten aan hun verzekerde heeft doorbelast, kan verweerster niet worden aangerekend. Haar kantoor heeft de voorschotnota gecrediteerd omdat geen werkzaamheden waren verricht. Kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk in het verwijt over het kantoor.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7951
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:250
Gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft een voorhoofdslift bij klaagster verricht. Zij verwijt de plastisch chirurg onder andere dat hij haar haargrens heeft verhoogd, terwijl zij hem expliciet heeft laten weten dit niet te wensen. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg de incisie te ver naar achteren heeft geplaatst. Door te kiezen voor een incisie áchter de haargrens heeft de plastisch chirurg ervoor gekozen om het voorhoofd van klaagster te verhogen, terwijl hem bekend was dat klaagster geen verhoogd voorhoofd wilde. Bovendien is in het (summiere) dossier niet genoteerd dat de plastisch chirurg met klaagster erover heeft gesproken dat haar voorhoofd als gevolg van de ingreep verhoogd zou gaan worden. Ook de twee andere klachtonderdelen zijn gegrond. Dat de plastisch chirurg op geen enkel moment tijdens de procedure heeft ingezien dat zijn handelswijze (op onderdelen) onjuist is geweest, acht het college zorgwekkend. Het college acht een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:200 Hof van Discipline 's Gravenhage 250018
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:200
Klacht over eigen advocaat. Klager is verdachte geweest in een strafzaak. Verweerder heeft hem bijgestaan. Klager verwijt verweerder dat hij niets heeft gedaan met het verzoek van klager om mediation met aangeefster (het slachtoffer) en dat hij geen hoger beroep in heeft gesteld, terwijl klager dat wel wilde. Het hof oordeelt dat gelet op het feit dat sprake was van een moeilijke relatie tussen klager en aangeefster die niet direct voorbij was, verweerder meer moeite had moeten doen om mediation tot stand te brengen en dat hij in ieder geval daarover voldoende met klager had moeten communiceren. Het behoort daarnaast tot de taak van een advocaat, die in een strafrechtelijke procedure in de eerste aanleg zijn cliënt bijstaat, om de termijn van het hoger te bewaken en te bespreken of er al dan niet hoger beroep dient te worden ingesteld. De onduidelijkheid die na de zitting tussen klager en verweerder over het instellen van hoger beroep is blijven bestaan, komt voor rekening van verweerder. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:227 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-199/AL/NN
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:227
Raadsbeslissing. De raad verklaart en klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:201 Hof van Discipline 's Gravenhage 240307
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:201
Klacht over eigen advocaat. Klaagster is ontevreden over de wijze waarop verweerder haar heeft bijgestaan in onder meer een bijstandszaak, een kinderbijslagzaak en een paspoortenzaak. De raad heeft geconcludeerd dat het werk dat verweerder voor klaagster heeft verricht in deze drie zaken op alle vlakken voldeed aan de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. De raad heeft de klacht van klaagster ongegrond verklaard. Het hof sluit zich – na toepassing van een ruimhartige uitleg van de beroepsgronden – bij dat oordeel aan. De klacht is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-211/AL/NN
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:228
De raad heeft geoordeeld dat verweerder zich onnodig grievend over de wederpartij van zijn cliënt heeft uitgelaten. Verweerder heeft zich daarmee niet gedragen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad houdt er rekening mee dat verweerder eerder voor vergelijkbaar handelen door de tuchtrechter is veroordeeld. Ook wordt in aanmerking genomen dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond. Gelet op de aard en de ernst van het handelen van verweerder en rekening houdend met de hierboven genoemde omstandigheden, is de oplegging van een berisping passend en geboden.