ECLI:NL:TADRSGR:2025:49 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-380/DH/DH
ECLI: | ECLI:NL:TADRSGR:2025:49 |
---|---|
Datum uitspraak: | 17-03-2025 |
Datum publicatie: | 02-04-2025 |
Zaaknummer(s): | 24-380/DH/DH |
Onderwerp: | Tuchtprocesrecht, subonderwerp: Hoger beroep niet mogelijk |
Beslissingen: | Beslissing op verzet |
Inhoudsindicatie: | Verzet ongegrond. Misbruik van recht |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 17 maart 2025 in
de zaak 24-380/DH/DH
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter
van de raad van discipline van 7 augustus 2024 op de klacht van:
klager
over:
verweerder
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 12 januari 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.
1.2 Op 23 mei 2024 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K015 2024 van
de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 7 augustus 2024 heeft de plaatsvervangend voorzitter van
de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze
beslissing is diezelfde dag verzonden aan partijen.
1.4 Op 23 augustus 2024 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van
de voorzitter.
1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 3 februari 2025. Daarbij
zijn partijen – hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschenen.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen
het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd
en van het verzetschrift.
2 VERZET
2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager zich
met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust, niet kan verenigen.
2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet
niet op.
3 FEITEN EN KLACHT
3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad
naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van
een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld
of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als
de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing
heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet
slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft
rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De voorzitter
heeft de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe
gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De
raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
Misbruik van recht
4.4 De raad constateert dat dit de derde klacht van klager tegen verweerder is.
Alle klachten zien op hetzelfde geschil en verweerders handelen daarin namens de wederpartij.
Alle drie de klachten zijn bij voorzittersbeslissing afgedaan (22-108/DH/DH op 13
april 2022, 23-094/DH/DH op 19 april 2023 en in deze zaak op 7 augustus 2024). Het
verzet tegen de voorzittersbeslissingen is in alle gevallen ongegrond verklaard.
4.5 Bij de mondelinge behandeling van het verzet in zaak 23-094/DH/DH heeft verweerder
de raad verzocht om te overwegen dat klager misbruik van zijn klachtrecht maakt, onder
meer omdat het de tweede klacht was en klager niet ter zitting verscheen. De raad
zag op dat moment geen grond om aan te nemen dat sprake was van misbruik van klachtrecht.
De raad ziet daar nu wel grond voor, omdat klager een derde klacht heeft ingediend
die (weer) kennelijk ongegrond is verklaard, klager in zijn verzet niet de feiten
en overwegingen in de voorzittersbeslissing betwist en klager vervolgens bij de mondelinge
behandeling weer niet verschijnt. De raad overweegt daarom dat klager er rekening
mee dient te houden dat nieuwe klachten over (ongeveer) dezelfde feiten en gedragingen
niet meer in behandeling zullen worden genomen door de deken en/of de raad vanwege
misbruik van recht.
BESLISSING
De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. H.C.A. de Groot, voorzitter, mrs. D.G.M. van den Hoogen en M. van Eck, leden, bijgestaan door mr. C.M. van de Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 17 maart 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 17 maart 2025