Zoekresultaten 11-20 van de 7332 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:184 Raad van Discipline Amsterdam 26-408/A/NH
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:184
Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij. De klacht is gegrond voor zover verweerder in zijn pleitnota onjuiste informatie heeft verkondigd (gedragsregel 8) en zich onnodig grievend over klaagster heeft uitgelaten (gedragsregel 7). De raad ziet af van het opleggen van een maatregel. Klaagster heeft immers op de zitting in de onderliggende procedure op deze informatie kunnen reageren waardoor de schade voor klaagster beperkt is gebleven. Bovendien heeft verweerder op de zitting van de raad inzicht getoond in zijn handelen en kent verweerder geen tuchtrechtelijk verleden.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:185 Raad van Discipline Amsterdam 26-029/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:185
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:198 Raad van Discipline Amsterdam 25-877/A/A 25-879/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:198
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:192 Raad van Discipline Amsterdam 26-189/A/A/D
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:192
Raadsbeslissing; gegrond dekenbezwaar. Verweerster heeft ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in haar processtukken te vereenzelvigen met haar cliënten en daarmee de vereiste professionele deskundigheid niet in acht te nemen. Hiermee heeft verweerster in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Daarnaast vertonen de processtukken van verweerster een ernstig gebreken in kwaliteit. Dit heeft niet alleen geleid tot afwijzing of niet-ontvankelijkverklaring van verzoeken, maar heeft de procedure van haar cliënten bovendien vertraagd. Behalve onbetamelijk vindt de raad de gedragingen van verweerster ook zorgelijk, omdat verweerster geen inzicht in de laakbaarheid van haar handelen heeft getoond. Verweerster heeft de adviezen en instructies van de deken niet opgevolgd. Ook op het concept van het dekenbezwaar heeft verweerster geen inhoudelijke reactie gegeven. Evenmin is verweerster op de zitting van de raad verschenen, zodat de raad niet bekend is met het verweer van verweerster. Gelet op deze omstandigheden, is de raad - ondanks het feit dat verweerster niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld is - van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke schorsing van acht weken passend en geboden is. De raad ziet gelet op de ernst van de verweten gedragingen aanleiding om naast de algemene voorwaarde aan deze voorwaardelijke schorsing een bijzondere voorwaarde te verbinden, namelijk een op kosten van verweerster te volgen coachingstraject met een coach, gespecialiseerd in het personen- en familierecht.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:186 Raad van Discipline Amsterdam 26-600/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:186
Voorzittersbeslissing; klacht kennelijk ongegrond. In het kader van zijn verweer stond het verweerder vrij om collegiaal overleg te voeren met andere betrokken advocaten en de deken te informeren over geconstateerde patronen in de tuchtklachten. Het stond verweerder eveneens vrij om de president van de rechtbank over klagers handelen te informeren.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:294 Hof van Discipline 's Gravenhage 250013
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 11-09-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:294
Klaagster heeft een klacht ingediend over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. De klacht is door de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de raad) gedeeltelijk gegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad op twee klachtonderdelen. De eigen overtuigingen van verweerster in haar processtukken over het gedrag van klaagster missen een objectief verifieerbare onderbouwing. Verweerster had daarom terughoudender behoren te zijn in de stelligheid van haar uitlatingen door duidelijk(er) aan te geven dat wat zij naar voren bracht de mening/visie van haar cliënt was in plaats van die stellingen te poneren als feiten. Het hof is verder van oordeel dat verweerster onvoldoende professionele distantie heeft betracht en met haar cliënt is gaan meeprocederen. Verweerster gaf naast het standpunt van haar cliënt namelijk ook haar eigen visie op de zaak en zij steunde expliciet het standpunt van haar cliënt. Verweerster heeft daarmee in strijd gehandeld met de kernwaarde onafhankelijkheid. Het hof heeft de maatregel verzwaard door het opleggen van een berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:180 Raad van Discipline Amsterdam 26-052/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:180
Raadsbeslissing; verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:193 Raad van Discipline Amsterdam 26-180/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 31-08-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:193
Raadsbeslissing; ongegronde klacht over de eigen advocaat in een strafzaak. Hoewel het beter was geweest als verweerster een telefoonnotitie van het gesprek tussen haar en klager had gemaakt over het instellen van hoger beroep, biedt het klachtdossier in dit geval voldoende bevestiging voor het standpunt van verweerster dat klager bij zijn eerste keuze bleef om geen hoger beroep in te stellen. Verder bestaat er geen regel die advocaat-stagiaires verplicht om zonder dat daarnaar gevraagd wordt te melden dat hij of zij nog advocaat-stagiaire is en de praktijk onder toezicht van een patroon uitoefent.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:187 Raad van Discipline Amsterdam 26-525/A/A
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 07-09-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:187
Voorzittersbeslissing; klacht niet-ontvankelijk. De klacht is ingediend buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a) Advocatenwet, waardoor klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen. Niet is gebleken dat klaagster gedurende de driejaarstermijn niet heeft kunnen klagen of dat er sprake is van de in artikel 46g lid 2 Advocatenwet bedoelde situatie. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden waardoor termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9378
- Datum publicatie: 11-09-2026
- Datum uitspraak: 03-09-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:211
Voorzittersbeslissing. Naar het oordeel van de voorzitter is het onder de omstandigheden, gezien de veiligheidsoverwegingen en de bijzondere setting waarin deze medewerkers werkzaam zijn, gerechtvaardigd om de naam van de verwerende partij niet met klager te delen. Inhoudelijk is de klacht kennelijk ongegrond. Door de gemachtigde van verweerster is gemotiveerd uiteengezet dat sprake is van een persoonsverwisseling.