Zoekresultaten 1-10 van de 7563 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2981

    Klacht tegen een internist-nefroloog. Klaagster klaagt over de behandeling van haar moeder, die vanaf 2017 bij de internist-nefroloog in behandeling is geweest en in 2024 is overleden. Klaagster verwijt de internist-nefroloog onder meer dat zij zonder medeweten van de patiënte na haar ontslag uit het ziekenhuis afspraken heeft gemaakt over haar medische behandeling en heeft geweigerd de patiënte naar een andere internist-nefroloog te verwijzen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Dat college overweegt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die aanleiding geven om te twijfelen dat klaagster met de indiening van de klacht de wil van haar overleden moeder vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:102 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-351/DB/ZWB 26-356/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Klachten over de advocaat van de wederpartij. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt of informatie heeft achtergehouden of tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij het verrichten van een heroverweging. Klachten in zoverre ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3001

    Klacht tegen een apotheker. Klager gebruikte al enige tijd een opiaat van een bepaald merk. Op enig moment heeft de online-apotheek dit medicijn vervangen door een medicijn van een ander merk. Klager verwijt de apotheker dat dit is gebeurd zonder uitleg aan hem en zonder overleg met een arts. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat de klacht kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:103 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-488/DB/ZWB/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft stelselmatig en in een groot aantal zaken niet voldaan aan de zware zorgplicht die geldt bij het behandelen van gezamenlijke echtscheidingsverzoeken. Voor de hoogte van de maatregel weegt de raad mee dat de vaste rechtspraak over de zware zorgplicht voor ‘afhechtingsadvocaten’ al lange tijd helder was en verweerder ook wist dat de dekens extra toezicht zouden houden op ‘afhechtingsadvocaten’. De raad is er niet van overtuigd dat verweerder met de inmiddels doorgevoerde wijzigingen in zijn praktijkvoering wel zal voldoen aan de zware zorgplicht. Schorsing van 22 weken, waarvan 18 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3318 VZ

    Voorzittersbeslissing. Misbruik van recht. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onbekwaam was om klaagsters verzoek om aanvulling in haar dossier te effectueren, maar dit desondanks wel heeft gedaan. Dit zou volgens klaagster verstrekkende gevolgen hebben gehad voor de medische behandelingen van klaagster binnen en buiten het ziekenhuis. Daarnaast zou het ook invloed hebben op andere procedures die klaagster is gestart om het volgens haar gedane onrecht recht te zetten en de aanvullingen te laten rectificeren zodat de zorgverlening aan haar wel goed en veilig kan zijn. Volgens klaagster was de orthopedisch chirurg onbekwaam omdat hij als orthopeed weinig kennis had. Ook al had de Raad van Bestuur toestemming aan hem gevraagd; hij had moeten aangeven dat hij niet de behandelend arts was die kon besluiten over het effectueren van de aanvullingen. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht wegens misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is het daarmee eens. Hij is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en zal het beroep afwijzen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:104 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-342/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een erfrechtelijke kwestie. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. Klacht gegrond over aankopen die verweerder als particulier bij klaagster heeft gedaan. Voldoende aanknopingspunten met de uitoefening van het beroep van advocaat. Verweerder heeft een miniatuurklok van klaagster gekocht op het moment dat hij haar dochter bijstond in een geschil tegen klaagster. Verweerder heeft niet gemeld dat hij de advocaat van klaagsters dochter was, terwijl hij de aankoop mede deed ter voorbereiding van de erfrechtkwestie. Strijd met de kernwaarde integriteit en gedragsregel 9. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder en omdat hij zich tijdens de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan tuchtrechtelijk laakbaar handelen, legt de raad een langdurige schorsing op als laatste kans. Schorsing van 25 weken, waarvan 13 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3103

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De dochter van klaagster klaagde over oorpijn en hoofdpijn. De huisarts heeft haar halverwege februari 2022 op het spreekuur gezien. De huisarts concludeerde tot een oorontsteking met koorts. Drie dagen later zag de huisarts haar weer op het spreekuur en na onderzoek en overleg met een kinderarts schreef de huisarts antibiotica voor. Hij zag verder geen aanleiding om de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Op dezelfde dag heeft de huisarts klaagster nog gebeld waarna hij nogmaals heeft overlegd met de kinderarts. Ook toen zag de huisarts geen aanleiding de dochter naar het ziekenhuis te verwijzen. Diezelfde avond is zij via de HAP alsnog naar het ziekenhuis verwezen en bleek dat sprake was van een hersenvliesontsteking. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:105 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-073/DB/LI 26-243/DB/LI

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening door en financiële afspraken met de eigen advocaat. Klachten deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder heeft herhaaldelijk nagelaten belangrijke informatie schriftelijk vast te leggen. Zo is niet gebleken welke werkzaamheden hij heeft verricht en heeft hij in (nieuwe) zaken geen opdrachtbevestigingen verstuurd. Verweerder heeft onvoldoende zorgvuldig onderzocht of klaagster in aanmerking kwam voor een toevoeging, heeft geen deugdelijke tijd- en kosteninschattingen gegeven en heeft een financiële afspraak gemaakt waardoor zijn onafhankelijkheid in het gedrang is gekomen. Verweerder heeft vervolgens diverse facturen gestuurd die (ver) boven het afgesproken vaste bedrag van € 5.000,- reikten. Eén factuur die is verstuurd was niet bedoeld om daadwerkelijk te incasseren. Dat heeft verweerder niet als zodanig kenbaar gemaakt aan klaagster, maar ook is gepoogd om de rechtsbijstandsverzekeraar daarmee te misleiden. Schorsing van 8 weken, waarvan 6 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:172 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-825/AL/OV

    Klager is ontvankelijk omdat hij binnen drie jaar na kennisname van het verweerder verweten handelen daarover bij de deken heeft geklaagd. Verweerder heeft met zijn optreden in strijd gehandeld met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet en de kernwaarden integriteit en partijdigheid. Dit optreden van verweerder en de daarbij door hemzelf gecreëerde mist rondom de rol waarin hij voor klager optrad heeft zich bovendien over een lange periode uitgestrekt. Verweerder heeft daarbij onvoldoende professionele distantie betracht en had zich als advocaat beter niet kunnen inlaten met investeerders in grondtransacties in Turkije, waarbij klager en ook hijzelf een (al dan niet indirect) financieel belang hadden. Verweerder heeft tijdens de zitting van de raad duidelijk gemaakt dat hij hiervan achteraf ook spijt heeft en dat nooit had moeten doen. Verweerder heeft een blanco tuchtrechtelijk verleden en is in oktober 2025 als advocaat gestopt. Gelet op alle omstandigheden als hiervoor omschreven acht de raad een maatregel van berisping passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2026/3122

    .