Zoekresultaten 1-10 van de 6987 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9468

    Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij voordacht van IGJ over verpleegkundige vanwege het missen van de geschiktheid tot het uitoefenen van het beroep als verpleegkundige door middelenmisbruik.College: problematisch alcoholgebruik, verweerder is aangehouden voor rijden onder invloed met medicatie in de auto, heeft alcohol gedronken op de parkeerplaats van het ziekenhuis, is meermaals onder invloed. De medische informatie geeft blijk van een hardnekkige verslaving. Voor verweerder is een zorgmachtiging afgegeven voor het ondergaan van verplichte zorg. Verweerder verklaarde in het verleden meermaals niet naar waarheid, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8162

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende 10 maanden is de behandeling aan de opvolger van de tandarts overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8414

    Kennelijk ongegronde klacht. Na een beugelbehandeling bij de tandarts gedurende ruim een jaar is de behandeling op verzoek van klaagster, moeder van de patiënt, aan een andere behandelaar overgedragen. Klaagster verwijt de tandarts op meerdere onderdelen een onjuiste behandeling te hebben uitgevoerd. Ook zouden geen goede diagnose en behandelplan zijn opgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8366

    Klacht van klager/orthodontist tegen collega orthodontist. Na beëindiging van de praktijk door klager hebben diverse patiënten zich tot verweerder gewend, die zich in (te) ferme en negatieve bewoordingen heeft uitgelaten over de kwaliteit van de zorg die klager had geleverd aan de patiënten, uitdrukkelijk de suggestie heeft gedaan dat een klacht hierover kon worden ingediend en in één geval ook herhaaldelijk heeft geïnformeerd naar de stand van zaken rond het indienen van de klacht. Daarnaast heeft hij zeker in één geval een patiënt overgenomen die hij in het kader van een second opinion heeft gezien. De klacht van de collega orthodontist is ontvankelijk omdat het handelen gevolgen heeft voor de kwaliteit van de patiëntenzorg. Het handelen kan namelijk bijdragen aan onrust bij (ouders van) patiënten en het vertrouwen in de zorgverlening. De beoordeling vindt plaats met toepassing van de tweede tuchtnorm. De klacht is gegrond. Als maatregel wordt een berisping opgelegd. De gevraagde kostenveroordeling wordt toegekend aan de hand van de Oriëntatiepunten kostenveroordeling tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9467

    Doorhaling, algemeen beroepsverbod bij klacht van IGJ over verpleegkundige. De IGJ verwijt verweerder dat hij zich presenteerde als professioneel hulpverlener terwijl hij toen BHV’er was en daarbij onprofessioneel en onzorgvuldig handelde. Ook verwijt de IGJ verweerder dat hij ondanks zijn alcoholgebruik in de zorg werkzaam blijft zonder randvoorwaarden. Verweerder erkent zijn alcoholprobleem, zijn presentatie als professioneel hulpverlener en de medische handelingen die hij niet mocht verrichten. Verweerder meent dat het wegnemen van opiaten bij werkgever niet vaststaat vanwege het hoger beroep van de strafrechtelijke veroordeling.College: verweerder was betrokken bij meerdere incidenten, was meermaals onder invloed, nuttigde alcohol op de parkeerplaats van het ziekenhuis, handelde niet volgens de richtlijnen, was niet aanspreekbaar voor de politie, ambulancedienst en IGJ, toont weinig zelfinzicht, reflectie en transparantie door onder andere het expertiserapport niet te delen.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9025

    Klacht tegen tandarts over de rekening (kosten zouden worden vergoed of er zouden geen kosten in rekening worden gebracht en er zouden kosten in rekening zijn gebracht voor een behandeling die niet heeft plaatsgevonden) en over bejegening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:137 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-843/AL/MN

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:69 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-329/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat i de hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Verweerster kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt van de wijze waarop zij de klacht heeft behandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:138 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-302/AL/GLD

    voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Naar het oordeel van de voorzitter is de dagvaarding rechtsgeldig aan klaagster betekend. Dat de vertegenwoordiger van klaagster daar pas later kennis van heeft genomen, kan verweerder niet toe te rekenen. Dat verweerder namens zijn cliënt feiten heeft gesteld waarvan hij wist of had moeten weten dat die onjuist waren is de voorzitter niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 260049

    Beklag artikel 13 Advocatenwet. Ongegrond Het hof begrijpt dat klager voor twee procedures een advocaat toegewezen wenst te krijgen. In één van die twee zaken is een eindvonnis gewezen op 28 januari 2026. De deken heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat hij voor die procedure geen advocaat meer aanwijst omdat die procedure is geëindigd. Voor die procedure heeft klager geen belang meer bij aanwijzing. Voor de andere procedure is de deken ervan uitgegaan dat zich in die procedure een advocaat heeft gesteld. Dat is niet weersproken. Het enkele feit dat de betreffende advocaat naar zeggen van klager niet voldoet of heeft voldaan aan een opdracht van klager leidt er niet tot dat klager een beroep kan doen op artikel 13 Advocatenwet. Dat is mogelijk pas het geval als de advocaat zich heeft onttrokken en de opdracht van klager heeft neergelegd. Dat is echter niet gebleken. De deken had dan ook goede gronden om het verzoek van klager af te wijzen.