We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORARL:2026:13 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/455325 / KL RK 25-112

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2026:13
Datum uitspraak: 08-05-2026
Datum publicatie: 13-06-2026
Zaaknummer(s): C/05/455325 / KL RK 25-112
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Testamenten
Beslissingen: Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: klacht over advies door de kandidaat-notaris over een (levens)testament, over de wijze van communicatie door de kandidaat-notaris en over de declaratie en interne klachtafwikkeling. De kamer oordeelt dat sprake was van miscommunicatie, maar dat de kandidaat-notaris zich op dit punt heeft ingespannen en geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het gedeclareerde bedrag was tussen partijen afgesproken en heeft klager ook betaald. Voor de interne klachtafwikkeling door een collega kan de kandidaat-notaris niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden. Klacht deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN

Kenmerk:         C/05/455325 / KL RK 25-112

beslissing van de kamer voor het notariaat

op de klacht van

[Klager],

te [woonplaats],

klager,

tegen

[Kandidaat-notaris],

kandidaat-notaris te [plaats],

gemachtigde: mr. J. Schröder,

Partijen worden hierna respectievelijk klager en de kandidaat-notaris genoemd.

1.          Het verloop van de procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

-     de klacht met bijlagen, ingekomen op 31 juli 2025,

-     een e-mailbericht van 29 augustus 2025 van klager,

-     het verweer met bijlagen van de kandidaat-notaris, ingekomen op 9 september 2025,

-     de aanvullende producties van de kandidaat-notaris, ingekomen op 19 november 2025,

-     de aanvullende stukken van klager, ingekomen op 23 november 2025,

-     het proces-verbaal met zittingsaantekeningen van de secretaris van de zitting van 1 december 2025,

-     een e-mailbericht van 16 januari 2026 van klager met daarin een formeel verzoek tot correctie van het proces-verbaal,

-     een e-mailbericht van 30 januari 2026 van klager met daarin een tweede verzoek tot correctie van het proces-verbaal,

-     een e-mailbericht van 5 maart 2026 van de kamer aan klager en de notaris, waarin onder meer staat dat de e-mailberichten van 16 en 30 januari 2026 aan het proces-verbaal zullen worden gehecht.

1.2.      De klachtzaak is ter zitting van 1 december 2025 behandeld, waarbij zijn verschenen enerzijds klager, en anderzijds de kandidaat-notaris, bijgestaan door mr. J. Schröder, advocaat, en vergezeld door [naam medewerker], medewerker bij het kantoor van de kandidaat-notaris, en door [naam klachtenfunctionaris], klachtenfunctionaris bij het kantoor van de kandidaat-notaris.

1.3.      Op 1 december 2026, na afloop van de zitting, heeft klager een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de zittingscombinatie. Nadat de wrakingszaak op zitting van 23 januari 2026 is behandeld, heeft de wrakingskamer van de kamer voor het notariaat in haar beslissing van 18 februari 2026 (met kenmerk C/05/460186 / KL RK 25-167) het verzoek tot wraking afgewezen.

1.4.      De e-mail met bijlagen van klager van 23 november 2025 is door de kamer op 23 november 2025 ontvangen, maar pas ná de zitting van 1 december 2025 ter kennis gekomen van de zittingscombinatie. Klager en de notaris zijn hiervan op de hoogte gesteld per e-mailbericht van 5 maart 2026. In dat bericht heeft de kamer ook geschreven dat deze stukken wel bij de beoordeling zullen worden betrokken, wat betekent dat de zittingscombinatie die de beslissing neemt alsnog die stukken leest en dat indien mocht blijken dat de stukken aanleiding geven om de kandidaat-notaris om een reactie te vragen, de kandidaat-notaris daarvoor de gelegenheid krijgt. De kamer heeft bij de beoordeling dan ook acht geslagen op deze stukken en zal in deze beslissing, voor zover nodig, op de stukken ingaan.

2.          De feiten

2.1.      Klager heeft samen met zijn partner in november 2024 het kantoor van de kandidaat-notaris benaderd. Bij dit kantoor hadden zij eerder al een samenlevingsovereenkomst en testamenten laten opmaken.

2.2.      In de afspraakbevestiging per e-mail ‘inzake uw samenlevingsovereenkomst en (levens)testamenten(en)’ staat dat op 17 januari 2025 een bespreking plaats zal vinden waarvoor de kosten 1 uur à € 375,10 inclusief btw bedragen, tenzij uit de bespreking nadere werkzaamheden volgen, in welk geval de kosten meegenomen worden in het te offreren tarief.

2.3.      Op 17 januari 2025 heeft de bespreking tussen klager, zijn partner en de kandidaat-notaris plaatsgevonden.

2.4.      Na de bespreking heeft de partner van klager een e-mailbericht van 19 januari 2025 aan de kandidaat-notaris gestuurd met twee onderwerpen: testament en levenstestament. Ten aanzien van het testament staat in de e-mail – samengevat – dat klager na enig beraad tot de conclusie is gekomen dat hij zijn testament niet wil wijzigen. Er wordt een vraag gesteld over het betalen van erfbelasting in Nederland door de broer van klager en de kinderen van de broer van klager (allen woonachtig in Griekenland) in geval van overlijden van klager. Ten aanzien van het levenstestament staat in de e-mail – samengevat – dat het levenstestament belangrijk is om zeker te stellen dat het niet mogelijk is dat het huis onder dwang moet worden verkocht, dat alles wat met de kandidaat-notaris besproken is kan worden opgenomen in het concept en dat de executeur voor klager indien hij langstlevende is, onbekend kan blijven in het concept.

2.5.      De kandidaat-notaris heeft op 20 januari 2025 per e-mailbericht gereageerd op de e-mail van de partner van klager. Daarbij heeft hij vragen uit het e-mailbericht van 19 januari 2025 beantwoord door zijn antwoorden dikgedrukt en cursief in dat e-mailbericht toe te voegen. Ook heeft de kandidaat-notaris enkele vragen gesteld en opmerkingen gemaakt. Daarop is door de partner per e-mailbericht van 22 januari 2025 gereageerd door antwoorden in het paars te zetten onder de dikgedrukte/cursieve opmerkingen/antwoorden van de kandidaat-notaris in het e-mailbericht van 19 januari 2025.

2.6.      In haar e-mailbericht van 24 januari 2025 heeft de partner aan de kandidaat-notaris het volgende geschreven:

“We hebben nogmaals nagedacht en hebben nog een aantal vragen/onduidelijkheden die niet tijdens onze afspraak ter sprake zijn gekomen.

Wat wordt allemaal (automatisch) in het levenstestament opgenomen, zoals, b.v. is er sprake van reanimatie, donorschap, meenemen meubels, inspraak erfgenamen bij verkoop huis t.b.v. financiering verzorging langstlevende. 

Wellicht kan gemaakt/bestaat er een overzicht van zaken/goederen die zijn opgenomen in het levenstestament.

(…)”

2.7.      Op 9 februari 2025 heeft klager in een e-mailbericht aan de kandidaat-notaris geschreven dat hij vindt dat de communicatie niet soepel verloopt, dat hij en zijn partner geen antwoord op vragen krijgen en dat het advies niet naar wens is. Klager schrijft dat hij niet zou weten hoe het verder moet en dat hij eraan denkt de opdracht te annuleren.

2.8.      De kandidaat-notaris heeft hierop bij e-mailbericht van 10 februari 2025 laten weten – samengevat – dat hij het vervelend vindt dat het een en ander niet naar wens is, en heeft voorgesteld telefonisch te overleggen. De kandidaat-notaris noemt vervolgens momenten in de week waarop hij telefonisch bereikbaar is en sluit af met “Ik hoor graag wat u zou uitkomen.

2.9.      Bij e-mailbericht van 13 februari 2025 schrijft de kandidaat-notaris aan klager dat hij nog niet van klager heeft gehoord naar aanleiding van zijn eerdere e-mailbericht en geeft hij de gewijzigde/actuele mogelijkheden voor telefonisch contact die week door. Verder schrijft hij: “Mag ik afspreken dat ik uiterlijk volgende week nog even van u hoor om te bespreken of ik u nog verder van dienst kan zijn of dat ik uw dossier kan sluiten onder toezending van de declaratie wegens de bestede tijd?

2.10.    Dezelfde dag heeft klager per e-mailbericht gereageerd dat hij de dag ervoor (12 februari 2025) de kandidaat-notaris had gebeld maar dat de kandidaat-notaris volgens de telefoniste niet bereikbaar was en dat klager de vrijdag erop moest bellen. In een tweede
e-mailbericht van dezelfde dag schrijft klager dat hij denkt dat hij niet bereid is een declaratie te betalen voordat hij zijn rechtsbijstand heeft geraadpleegd. In het concept-levenstestament ontbreken volgens klager zijn wensen ten aanzien van een crematie en volgens klager is het een standaard concept geworden waar een paar regels aan zijn toegevoegd. Klager somt op wat volgens ANBO-PCOB in een levenstestament kan worden vastgelegd en schrijft tot slot dat de kandidaat-notaris het dossier mag sluiten zonder toezending van een declaratie.

2.11.    De kandidaat-notaris heeft bij e-mailbericht van 13 februari 2025 gereageerd op voornoemde twee e-mailberichten. Hij schrijft dat het kennelijk de wens van klager is om het dossier te laten sluiten zonder nader telefonisch overleg, dat hij de toon van de huidige mailwisseling niet goed kan rijmen met het prettige gesprek eerder en dat hij voorstelt om toch de volgende dag even te bellen.

2.12.    Hierna heeft nog meer communicatie tussen partijen plaatsgevonden. In een
e-mailbericht van 19 februari 2025 schrijft klager onder meer dat de kandidaat-notaris niet heeft gereageerd op het e-mailbericht van de partner van klager van 24 januari 2025, dat de kandidaat-notaris niet wist dat klager hem wel had geprobeerd te bellen en dat klager dacht dat ze dan op vrijdag zouden bellen, maar dat de kandidaat-notaris het dossier al wilde sluiten. Klager schrijft verder: “Ook voel ik me geïntimideerd want tijdens ons telefonisch gesprek heeft u me met de deurwaarde bedreigt, terwijl in het gesprek met mijn vrouw akkoord bent gegaan, toen ze zei dat wij geen 1100 euro betalen, en wou 380 euro hebben! (…)

2.13.    Klager heeft de declaratie van de kandidaat-notaris van € 375,10 inclusief btw betaald op 7 maart 2025.

2.14.    Klager heeft op 19 mei 2025 een klacht tegen de kandidaat-notaris ingediend bij diens kantoor. Op 18 mei 2025 heeft mevrouw [klachtenfunctionaris], klachtenfunctionaris bij het kantoor van de kandidaat-notaris (hierna: [klachtenfunctionaris]), de ontvangst van de klacht aan klager bevestigd en aangegeven dat binnen drie weken een reactie volgt.

2.15.    In correspondentie die hierop volgde heeft [klachtenfunctionaris] klager uitgenodigd voor een (telefonisch) gesprek over de klacht en heeft klager aangegeven daar geen behoefte aan te hebben. Verder heeft klager op 1 juli 2025 aangegeven de advieskosten terug te willen ontvangen plus de kosten van het opmaken van de (levens)testamenten elders.

2.16.    [klachtenfunctionaris] heeft in reactie hierop op 18 juli 2025 laten weten dat de in rekening gebrachte kosten niet alle gemaakte kosten zijn maar alleen de kosten voor het adviesgesprek, en dat restitutie hiervan en vergoeding van de kosten niet zal plaatsvinden. [klachtenfunctionaris] schrijft bereid te blijven om samen tot een oplossing te komen, waarvoor klager een afspraak kan maken. Mocht klager daarvan afzien dan wordt de kwestie als afgedaan beschouwd. 

2.17.    Hierna heeft nog meer correspondentie plaatsgevonden maar dit heeft niet geleid tot oplossing van het geschil. 

3.          De klacht en het verweer

3.1.      Klager verwijt de kandidaat-notaris dat in het opgestelde levenstestament klagers expliciete wens tot crematie niet is opgenomen, ondanks herhaalde communicatie hierover. De kandidaat-notaris heeft nagelaten deze fundamentele informatie correct te verwerken. Daarnaast ontbreekt in de correspondentie iedere erkenning van dit probleem, wat geleid heeft tot verlies van vertrouwen in de kandidaat-notaris en emotionele belasting voor klager en zijn partner.

3.2.      Klager licht zijn klacht als volgt toe. In het land waar klager vandaan komt is crematie geen gebruikelijke keuze en daarom was het essentieel dat deze wens expliciet zou worden vastgelegd bij een notaris. De kandidaat-notaris heeft die wens genegeerd. Ook andere verzoeken, omtrent de begrafenis en behoud van het huis, zijn niet opgenomen in het concept-levenstestament, ondanks dat die wensen helder waren geformuleerd.

Ook heeft de kandidaat-notaris klager onvolledig en foutief geadviseerd door te stellen dat wederzijdse volmacht in het levenstestament invloed zou hebben op het bestaande testament. De kandidaat-notaris heeft cruciale e-mails van klager nooit beantwoord, telefonische afspraken zijn herhaaldelijk niet nagekomen en het verloop van contactmomenten was verwarrend en niet controleerbaar. De communicatie verliep onsamenhangend en de kandidaat-notaris leek op eigen initiatief de opdracht te willen sluiten ondanks dat hierover geen definitieve afspraken bestonden.

De reacties en toonzetting vanuit het kantoor van de kandidaat-notaris waren intimiderend, met verwijzing naar incasso/een deurwaarder. Een reactie van het kantoor van de kandidaat-notaris op de interne schriftelijke klacht is nooit ontvangen.

3.3.      De kandidaat-notaris heeft aangegeven dat hij vindt dat hij niet klachtwaardig heeft gehandeld. In zijn verweerschrift heeft de kandidaat-notaris een chronologisch overzicht van de contactmomenten met klager gegeven. In de visie van de kandidaat-notaris is ergens een miscommunicatie opgetreden, waarschijnlijk vanaf het moment dat niet meer met de partner van klager maar met klager werd gecommuniceerd. Deze miscommunicatie stond in de weg aan een adequate dossierbehandeling. De kandidaat-notaris erkent dat hij geen interne telefoonnotitie heeft gekregen van de poging van klager om op 12 februari 2025 met de kandidaat-notaris te bellen. Verder was er volgens de kandidaat-notaris met de partner van klager overeenstemming bereikt over de declaratie en de sluiting van het dossier en is de declaratie ook betaald door klager en zijn partner. De interne klachtafwikkeling verliep verder via zijn collega en niet via de kandidaat-notaris, aldus de kandidaat-notaris. 

3.4.      Op het verweer van de kandidaat-notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.

4.          De beoordeling

4.1.      Ingevolge artikel 93 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna) zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt. De kamer dient derhalve te onderzoeken of de handelwijze van de kandidaat-notaris een verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

De kern van de klacht

4.2.      De kamer constateert dat de klacht van klager uiteenvalt in vier onderwerpen: i) het advies van de kandidaat-notaris en diens communicatie met klager en zijn partner, ii) het door de kandidaat-notaris niet in het concept-levenstestament opnemen van de wensen van klager, iii) de gang van zaken rondom de declaratie van de kandidaat-notaris, en iv) de wijze van afwikkeling van de interne klacht van klager door het kantoor van de kandidaat-notaris.

Het advies en de communicatie

4.3.      Volgens klager heeft de kandidaat-notaris ten onrechte gezegd dat klager en zijn partner over en weer elkaars testament kunnen beïnvloeden door in het levenstestament een wederzijdse volmacht op te nemen. De kandidaat-notaris heeft als verweer gevoerd dat er waarschijnlijk sprake is van een miscommunicatie.

4.4.      De kamer is van oordeel dat uit de overgelegde correspondentie niet blijkt dat de kandidaat-notaris dit aldus heeft gezegd. Veeleer is sprake geweest van een miscommunicatie, zoals de kandidaat-notaris ook heeft verondersteld.

4.5.      Verder heeft de kandidaat-notaris volgens klager cruciale e-mails van klager nooit beantwoord, zijn telefonische afspraken herhaaldelijk niet nagekomen en was het verloop van contactmomenten verwarrend en niet controleerbaar en de toonzetting intimiderend.

4.6.      De kamer constateert op basis van het verloop van de contactmomenten in het dossier (zie hiervoor onder de feiten) dat de communicatie tussen partijen niet vlekkeloos verliep en dat sprake was van miscommunicatie. Toen klager op 9 februari 2025 de communicatie in het dossier overnam van zijn partner en aangaf niet tevreden te zijn met de dienstverlening, heeft de kandidaat-notaris geprobeerd om dit telefonisch op te lossen. Vervolgens komt het beeld naar voren dat klager en de kandidaat-notaris niet tot telefonisch overleg kwamen doordat het maken van een belafspraak niet lukte en zij langs elkaar heen belden. Voorts trad verwarring op omdat de kandidaat-notaris een belpoging van klager van 12 februari 2025 heeft gemist doordat hij hiervan binnen zijn kantoor geen interne notitie heeft ontvangen. De communicatie daarna is geëscaleerd en was niet langer inhoudelijk, maar ging vooral over toonzetting, het sluiten van het dossier en de declaratie.

4.7.      Ten aanzien van de toonzetting/intimidatie heeft klager aangevoerd dat de kandidaat-notaris telefonisch dreigde met een deurwaarder. De kandidaat-notaris heeft dit betwist. Volgens (het verweerschrift van) de kandidaat-notaris heeft hij op 14 februari 2025 telefonisch aan klager bevestigd dat van tevoren afspraken zijn gemaakt over de manier van werken en het uurtarief en dat het in het algemeen áls cliënten niet betalen, gebruikelijk is dat na herinnering de deurwaarder wordt ingeschakeld. Ter zitting heeft klager dit betwist. Wat hiervan ook zij, de kamer acht het waarschijnlijk dat ook op dit punt sprake is van een miscommunicatie. 

4.8.      Al met al ziet de kamer dat de kandidaat-notaris zich heeft ingespannen om met klager in contact te komen over de inhoud en dat dit niet is gelukt. De kamer oordeelt dat geen sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen op dit onderdeel. Daarbij wordt opgemerkt dat de kandidaat-notaris ter zitting heeft verklaard dat hij zich het missen van de belpoging van klager aantrekt en dat dit op zijn kantoor nu anders is georganiseerd.

Het levenstestament

4.9.      Klager stelt – samengevat – dat in het land waar hij vandaan komt crematie geen gebruikelijke keuze is en daarom voor hem essentieel was dat deze wens door de kandidaat-notaris expliciet werd vastgelegd, wat de kandidaat-notaris heeft genegeerd. Ook andere verzoeken, omtrent de begrafenis en behoud van het huis, zijn niet opgenomen in het concept-levenstestament, ondanks dat die wensen volgens klager helder waren geformuleerd.

4.10.    De kandidaat-notaris heeft ter zitting aangegeven dat hij de uitvaartwens van klager niet juridisch, maar praktisch heeft aangevlogen door klager aan te raden om zijn crematiewens te melden aan zijn uitvaartverzekeraar. Daarmee was volgens de kandidaat-notaris de kans dat aan deze wens gehoor zou worden gegeven het grootst. Als partijen in contact waren gebleven dan zou de kandidaat-notaris alsnog de crematiewens in het concept-levenstestament hebben opgenomen, maar zover kwam het niet.

4.11.    De kamer acht het verweer van de kandidaat-notaris steekhoudend. Zoals de kamer hiervoor al overwoog, is de verhouding tussen klager en de kandidaat-notaris in korte tijd dusdanig verslechterd dat de kamer zich kan voorstellen dat de kandidaat-notaris er niet meer aan toekwam het concept aan te passen aan de wensen van klager. Klager gaf immers al snel aan niet meer met de kandidaat-notaris verder te willen en geen vertrouwen in de dienstverlening te hebben. Al met al acht de kamer op dit onderdeel geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen aanwezig.

De declaratie

4.12.    Volgens klager is de declaratie van de kandidaat-notaris niet terecht en weigert de  kandidaat-notaris ten onrechte het door klager betaalde adviesbedrag en de extra kosten (voor het opmaken van de documenten elders) te vergoeden. De kandidaat-notaris heeft als verweer naar voren gebracht – samengevat – dat alleen het intakegesprek in rekening werd gebracht en niet ook alle bestede uren, en dat de hoogte van de declaratie met de partner van klager zo is afgesproken.

4.13.    De kamer overweegt dat in de afspraakbevestiging staat vermeld dat de kosten voor de bespreking 1 uur à € 375,10 inclusief btw bedragen. Dit is ook de hoogte van de declaratie die uiteindelijk door klager en zijn partner is betaald. Ter zitting heeft klager naar voren gebracht dat zijn partner telefonisch met de kandidaat-notaris heeft gesproken over de declaratie en dat de kandidaat-notaris toen € 1.100,00 vroeg voor de dienstverlening terzake het opstellen van het concept. Volgens klager heeft zijn partner toen gezegd dat zij en klager niet tevreden waren en niet voor het concept zouden betalen. Op basis van de hiervoor weergegeven gang van zaken acht de kamer aannemelijk dat het gedeclareerde bedrag, dat is betaald, zo tussen partijen is afgesproken. Er is dan ook geen sprake van klachtwaardig handelen door de kandidaat-notaris.

Interne klachtafwikkeling

4.14.    Klager klaagt erover – samengevat – dat de interne klacht die hij bij het kantoor van de kandidaat-notaris heeft ingediend, niet correct is afgehandeld. Uit de overgelegde stukken blijkt echter dat de interne klacht is behandeld door een collega van de notaris, [klachtenfunctionaris], en niet door de kandidaat-notaris zelf. Daargelaten het antwoord op de vraag of de klachtafwikkeling correct is verlopen, kan de kandidaat-notaris niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de handelwijze van zijn collega. Daarom kan hetgeen klager inhoudelijk over de wijze van klachtafhandeling heeft gesteld en ook het verweer van de kandidaat-notaris daartegen, onbesproken worden gelaten. Dit klachtonderdeel zal niet-ontvankelijk worden verklaard.

5.          De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden

- verklaart de klacht gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.L. Braaksma, voorzitter, mrs. A.E. Zweers, B.B. van Dis, leden, en in tegenwoordigheid van mr. M.C.R. van Lent, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026.

De secretaris

 

De voorzitter

     
 

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.