ECLI:NL:TGZRAMS:2026:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8904

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:139
Datum uitspraak: 12-06-2026
Datum publicatie: 12-06-2026
Zaaknummer(s): A2025/8904
Onderwerp: Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen tandarts. Klager had een gaatje in zijn kies. De tandarts adviseerde een volledige prothese in de bovenkaak en een plaatje in de onderkaak. Klager vindt dat de tandarts het gaatje in de kies had moeten vullen. Klager stelt ook dat de tandarts weigerde om een controle uit te voeren. Het college heeft geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de tandarts de controle heeft geweigerd. Volgens het college is het aan de/een tandarts om een professionele afweging te maken en te beoordelen of de door een patiënt gewenste behandeling geïndiceerd en mogelijk is. Dat heeft de tandarts gedaan en een alternatieve behandeling voorgesteld. Het college acht dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

A2025/8904
Beslissing van 12 juni 2026


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Beslissing in raadkamer van 12 juni 2026 op de klacht van:


A,
wonende te B,
klager,


tegen


C,
tandarts,
destijds werkzaam te B,
verweerster, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: D, werkzaam te E.


1. De zaak in het kort
1.1 Klager heeft in februari 2025 de tandarts geconsulteerd in verband met een gat in een kies, linksboven onder een kroon. Na onderzoek tijdens dit eerste consult heeft de tandarts geadviseerd tot een volledige prothese in de bovenkaak en een plaatje in de onderkaak. Klager vindt dat de tandarts ten onrechte niet is overgegaan tot het vullen van het gat in de kies. Verder meent klager dat de tandarts in een later consult heeft geweigerd een controle uit te voeren. De tandarts voert verweer.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.


2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 11 augustus 2025;
- het aanvullende klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- een machtiging tot het voeren van de procedure namens de tandarts;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 12 februari 2026;
- aanvullende stukken (röntgenfoto’s) van de tandarts, ontvangen op 19 februari 2026;
- aanvullende stukken (röntgenfoto’s) van de tandarts, ontvangen op 14 april 2026.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Klager heeft daarvan geen gebruik gemaakt. De tandarts was wel aanwezig, bijgestaan door haar gemachtigde.

2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.


3. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
3.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

De weigering om het gat in de kies te vullen
3.2 De tandarts heeft klager op 20 februari 2025 voor het eerst gezien en de intake gedaan. Zij heeft tijdens dit consult een OPT (röntgenfoto) vervaardigd om de actuele toestand van het botniveau in kaart te brengen. De tandarts heeft geconstateerd dat de boventanden van klager los zaten en niet meer te redden waren. Ook heeft zij cariës profunda tot aan de radices bij de 23 en 24 vastgesteld. Het element met het gat was een hoektand (de 23, en dus anders dan klager stelt, betrof het niet een kies) die als pijler voor een brug diende. De tandarts heeft om die reden geoordeeld dat de brug ook niet meer te redden was. Het advies van de tandarts aan klager luidde een volledige prothese van de bovenkaak en een plaatje in de onderkaak.

3.3 In daaropvolgende periode heeft klager een aantal afspraken gehad bij verschillende tandprothetici. In die periode heeft de tandarts geen contact gehad met klager. Op 14 mei 2025 had klager weer een consult bij de tandarts. Klager wilde weten of voor wat betreft de bovenkaak kon worden volstaan met een plaatje in plaats van een volledige prothese. De tandarts heeft vervolgens uitgelegd dat de 23 en de 24 in ieder geval getrokken moesten worden en dat daarom de brug linksboven moet worden doorgeslepen. Met klager is besproken dat hij ervoor kon kiezen om voor een gedeeltelijk plaatje te gaan en voor het bijplaatsen van tanden te kiezen als deze verloren zouden gaan. De tandarts handhaafde haar eerdere advies tot een volledige prothese in de bovenkaak. Klager zou in overleg met de tandprotheticus een keuze maken.

3.4 Het college stelt vast dat de tandarts niet is overgegaan tot de door klager gewenste behandeling, het vullen van het gat in de hoektand. Het is aan de tandarts om een professionele afweging te maken en te beoordelen of de door een patiënt gewenste behandeling geïndiceerd c.q. mogelijk is. Het college kan het oordeel van de tandarts dat dit bij klager niet het geval was goed volgen, gelet op de bevindingen van de tandarts bij het gedane onderzoek. De door de tandarts voorgestelde, alternatieve behandeling tot een 
volledige prothese van de bovenkaak is op basis van het medisch dossier alleszins te rechtvaardigen. Het college merkt nog op dat uit het dossier is gebleken dat klager eenzelfde advies ook al van eerder door hem geconsulteerde tandartsen had gekregen.

3.5 De beslissing van de tandarts om niet tot het vullen van het gat over te gaan, is niet onzorgvuldig en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

De weigering om een controle uit te voeren
3.6 Op 6 augustus 2025 had klager een controleafspraak bij de tandarts. Klager stelt dat hij de tandarts bij die afspraak heeft verteld dat hij een klacht bij het tuchtcollege zou gaan indienen en dat de tandarts dit respectloos vond. Om die reden zou de tandarts hebben geweigerd de controle uit te voeren.

3.7 De tandarts heeft bevestigd dat klager tijdens het consult heeft medegedeeld dat als zij de kies niet zou vullen, hij naar het tuchtcollege zou gaan. De tandarts heeft daarop aangegeven dat er wel respect moest worden behouden naar elkaar. Klager heeft er vervolgens zelf voor gekozen om de behandelkamer te verlaten.

3.8 Klager en de tandarts geven een andere lezing van het verloop van het consult op 6 augustus 2025. De uitleg van de tandarts wordt gesteund door de weergave van het consult in het medisch dossier. In de stukken zijn verder geen aanwijzingen te vinden die het verwijt van klager ondersteunen. Het college heeft dan ook geen aanleiding om ervan uit te gaan dat de tandarts de controle heeft geweigerd.

3.9 Ook dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Slotsom
3.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.


4. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven door A. van Maanen, voorzitter, K.M. Volker, lid-jurist, H.W. Luk, R.J. Overmars en B.D. Stibbe, leden-beroepsgenoot, bijgestaan door H.S.S. Isfour, secretaris.