Zoekresultaten 1-10 van de 7482 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:182 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-803/AL/NN

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:183 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-109/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over klachtfunctionaris is door de raad ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:184 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 26-566/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/32

    Notaris passeert levenstestament voor de vader van klager. Daarin is bepaald dat klager en zijn zus (die al jarenlang gebrouilleerd zijn) alleen samen bevoegd zijn om vader te vertegenwoordigen. Klager heeft redelijk belang bij klacht. Klacht over beoordeling van wilsbekwaamheid vader ongegrond. Klacht over onterecht beroep op geheimhoudingsplicht gegrond. Gelet op vaste rechtspraak van het hof oordeelt de kamer dat de notaris naar aanleiding van de vragen van klager uitleg had moeten geven over de gang van zaken rond de totstandkoming en het passeren van het levenstestament. Dit geldt niet alleen voor een notaris tegen wie een tuchtklacht is ingediend, maar ook voor een notaris aan wie – zoals in deze zaak – door iemand die daarbij een redelijk belang heeft vragen worden gesteld over de gang van zaken rond het tot stand komen van een akte.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/62

    De klaagster heeft een appartement gekocht en de notaris opdracht gegeven om de leveringsakte en de hypotheekakte te verzorgen. Toen bleek dat de bank van de klaagster verlangde dat zij, naast een hypotheek op het appartement, ook een overbruggingshypotheek op haar ‘oude’ woning zou vestigen, rezen er vragen bij de notaris over de beschikkingsbevoegdheid van de klaagster om die overbruggingshypotheek zelfstandig te kunnen vestigen. Volgens de notaris moest daarover eerst duidelijkheid komen.De klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij niet heeft meegewerkt aan de hypotheekakte, waardoor ook de levering van het appartement niet kon doorgaan op de beoogde overdrachtsdatum. Daarnaast maakt de klaagster de notaris andere verwijten. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. De notaris moest laveren tussen het risico van (de wellicht onterechte) ministerieverlening en het risico van (de wellicht onterechte) dienstweigering. In zo’n situatie is het algemene uitgangspunt dat een notaris op grond van zijn eigen deskundigheid een gefundeerde afweging moet maken. De notaris heeft terecht kunnen besluiten om de hypotheekakte (en dus ook de leveringsakte) niet te passeren.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2026:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/64

    De zaak gaat over (de financiële afwikkeling van) een door de notaris gepasseerde akte van verdeling en levering. Bij deze akte was de klaagster zelf niet betrokken, maar wel haar ex-partner en twee familieleden van hem. Volgens de klaagster is bij de totstandkoming van de akte onvoldoende rekening gehouden met haar belangen als schuldeiser van de ex-partner. De klaagster heeft de notaris daarom verzocht om inzage te verlenen in alle relevante stukken van het dossier. De notaris heeft dat geweigerd en doet daarbij een beroep op haar geheimhoudingsplicht. Volgens de klaagster is het beroep op de geheimhoudingsplicht onterecht. De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Er was geen grond voor dienstweigering en de notaris heeft met een beroep op haar geheimhoudingsplicht terecht kunnen besluiten geen stukken uit het dossier aan de klaagster te geven.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:290 Hof van Discipline 's Gravenhage 260001

    Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft in een erfrechtelijke procedure een verklaring van haar cliënte op de zitting van de rechtbank voorgelezen. Klager klaagt erover dat verweerster zich hiermee onnodig grievend heeft uitgelaten en ten onrechte feitelijke informatie heeft verstrekt waarvan zij wist, althans behoorde te weten dat deze onjuist was. De raad heeft in een verzetprocedure geoordeeld dat het eerste klachtonderdeel slaagt en aan verweerster de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster komt hiertegen in beroep. Het hof sluit zich aan bij de beoordeling van de raad wat betreft de gegrondverklaring van het klachtonderdeel, maar acht het passend en geboden de zwaardere maatregel van berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:291 Hof van Discipline 's Gravenhage 250383

    Het betreft een klacht over de eigen advocaat. Klager verwijt verweerster drie rechtszaken te hebben gevoerd zonder daarvoor een opdracht van klager te hebben gekregen. Daarnaast verwijt klager verweerster een drietal gedragingen in de privésfeer. Verweerster heeft deze klachtonderdelen weersproken. De raad heeft het eerste klachtonderdeel deels en de klachtonderdelen over de gedragingen in de privésfeer niet-ontvankelijk verklaard. Voorzover het eerste klachtonderdeel ontvankelijk was is dit ongegrond verklaard. Klager komt daartegen in beroep. Het hof verklaart in hoger beroep het klachtonderdeel 1 niet-ontvankelijk voor zover dit ziet op het handelen of nalaten van verweerster voor 22 juli 2021 en ongegrond voor zover dit klachtonderdeel ziet op handelen of nalaten van verweerster vanaf 22 juli 2021 en vernietigt de raadsbeslissing uitsluitend in zoverre.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:288 Hof van Discipline 's Gravenhage 260052

    Vernietiging. Waarschuwing. Klaagster heeft een klacht ingediend over verweerster die als advocaat optrad voor een voormalig cliënt van het kantoor van klaagster. De klacht houdt in dat verweerster zich in een e-mail op agressieve en onnodig grievende wijze heeft uitgelaten over klaagster en haar kantoorgenoot, in die e-mail feitelijke en juridische standpunten heeft ingenomen waarvan zij wist dan wel behoorde te weten dat deze onjuist waren en daarbij aan klaagster en haar kantoorgenoot een termijn van nul dagen heeft gegeven om te reageren. De raad heeft geoordeeld dat het ging om een spoedeisende kwestie en dat het handelen van verweerster in de gegeven omstandigheden onvoldoende aanleiding vormt voor het maken van een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster. De klacht is door de raad dan ook ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof vernietigt de beslissing van de raad, verklaart de klacht gegrond en legt aan verweerster de maatregel van een waarschuwing op. Naar het oordeel van het hof heeft verweerster te snel gehandeld, en zich teveel laten leiden door haar client, zonder zelf voldoende onderzoek te doen naar de spoedeisendheid, belang en gegrondheid van de zaak.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:289 Hof van Discipline 's Gravenhage 260026

    Bekrachtiging met uitzondering van de opgelegde maatregel. Berisping in plaats van waarschuwing. Klager heeft een klacht ingediend over zijn voormalig advocaat. Klager en zijn voormalige compagnon waren beiden (middellijk) bestuurder en ieder voor 50% (middellijk) aandeelhouder van een B.V., toen er tussen hen beiden een geschil is ontstaan. Sinds juli 2024 is klager enig bestuurder van de B.V.. Verweerder, die eerder ook klager en zijn persoonlijke B.V. heeft bijgestaan, heeft klager laten weten dat klagers voormalige compagnon en de aan hem gelieerde ondernemingen verweerder hebben verzocht hen bij te staan in het geschil met klager. Klager heeft daar bezwaren tegen geuit, wegens strijd met gedragsregel 15. De raad heeft de klacht gegrond verklaard. Daarvoor is aan verweerder een waarschuwing opgelegd. Verweerder is het daarmee niet eens en heeft hoger beroep ingesteld bij het hof. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad, zij het op andere gronden, en met uitzondering van de opgelegde maatregel. Het hof legt aan verweerder de maatregel van een berisping op. Het hof is van oordeel dat in het midden kan blijven of informatie waar verweerder mogelijk over beschikte daadwerkelijk van belang was of kon zijn bij de behandeling van de zaak van klagers voormalige compagnon, omdat het hof doorslaggevend acht dat het in de perceptie van klager wel zo was en ook redelijkerwijs kon zijn. Het hof is van oordeel dat sprake is van redelijke bezwaren bij klager tegen de ontstane verstrengeling. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde van gedragsregel 15 lid 3 onder c, zodat er geen ruimte is om een uitzondering te maken op de hoofdregel dat niet mag worden opgetreden tegen een (voormalige) cliënt. Ook daarbuiten is het hof niet gebleken dat het optreden van verweerder te rechtvaardigen viel. Daarmee is niet alleen de voornoemde gedragsregel in het geding, maar ook de kernwaarde partijdigheid.