Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 208 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:128 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-108/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:172 Raad van Discipline Amsterdam 22-316/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerster is EU-advocaat en heeft niet voldaan aan de herhaalde verzoeken van de deken tot het doen van de CCV-opgave over het jaar 2021 en evenmin aan de verzoeken tot het aanleveren van de financiële kengetallen over 2020 (en de vergelijkende cijfers over 2019).  Op verweerster rust de betamelijkheidsverplichting de CCV-opgave tijdig te doen (zie ook beslissing van de raad van 28 oktober 2016, ECLI:NL:TADRAMS:2016:216). Daarnaast staat met de beslissing van het Hof van Discipline van 15 november 2021 (ECLI:NL:TAHVD:2021:214) verweersters verplichting de kengetallen aan te leveren vast. De raad komt tot de slotsom dat verweerster door niet te voldoen aan de CCV-opgave en evenmin aan de uitvraag van de kengetallen in strijd met de betamelijkheid als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en gedragsregel 29 heeft gehandeld. De raad ziet echter in dit geval geen aanleiding om een maatregel op te leggen. Verweerster heeft slechts een korte periode als EU-advocaat op het Nederlandse tableau ingeschreven gestaan en is inmiddels uitgeschreven. Bovendien heeft zij erkend dat zij de regels niet heeft nageleefd en hiervoor haar verontschuldigingen aangeboden. Nu van verkeerde intenties van de kant van verweerster geen sprake lijkt te zijn, maar het niet-naleven van de regels veeleer verband lijkt te houden met een taalbarrière en onbekendheid met de geldende regels en verplichtingen, dient oplegging van een maatregel in dit geval geen redelijk (tuchtrechtelijk) doel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:153 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1142

    Klacht tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. De zoon van klager heeft zich voor behandeling bij de praktijk waar beklaagde werkzaam is aangemeld. Enkele weken na het eerste intakegesprek heeft beklaagde in verband met zijn vakantie de zorg overgedragen aan een collega-psycholoog. Kort voordat het tweede gesprek met deze collega zou plaatsvinden is de zoon door suïcide overleden. De verwijten van klager betreffen de behandeling van de zoon, de overdracht aan de collega voor de waarneming tijdens vakantie, het niet informeren van de nabestaanden over het onderzoek naar het incident, het niet voldoen aan de KNMG-richtlijn over inzagerecht nabestaanden en de aan de nabestaanden geboden nazorg. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel over de geboden nazorg gegrond, legt aan de beklaagde een berisping op en verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing. Het incidenteel beroep van beklaagde wordt wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard. 

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:173 Raad van Discipline Amsterdam 22-572/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klagers gegevens uit de registers van het kadaster in te brengen. Van een (onrechtmatige) schending van de privacy van klager is geen sprake. Dat verweerster zich schuldig heeft gemaakt aan doxing heeft klager niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:154 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1134

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager heeft een klacht ingediend over de Pro Justitia rapportage die over hem is opgesteld in het kader van een strafzaak. Klager heeft een tuchtklacht ingediend tegen de gz-psycholoog die volgens klager in de conceptfase van het Pro Justitia rapport aan de rapporterende psycholoog feedback heeft gegeven op de rapportage, maar klager heeft deze gz-psycholoog niet bij naam (kunnen) noemen. Het NIPF heeft de naam van de gz-psycholoog feedbackgever niet willen vrijgeven, omdat de feedback uitsluitend bedoeld is voor intern overleg en beraad. Deze klacht is door het Regionaal Tuchtcollege behandeld met vermelding van de beklaagde gz-psycholoog als N.N. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing overwogen dat het standpunt van het NIFP correct is, dat de klacht geen kans van slagen heeft en heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard met publicatie in geanonimiseerde vorm. In beroep heeft klager de beklaagde gz-psycholoog voor het eerst gekoppeld aan een met naam genoemde gz-psycholoog verbonden aan het NIFP. Het Centraal Tuchtcollege gaat ervan uit dat klager in beroep de verkeerde persoon als beklaagde heeft aangewezen, doet de zaak in beroep zelf af en verklaart klager niet-ontvankelijk in de klacht omdat het klaagschrift niet aan de eisen voldoet.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2022/3818

    Huisarts. Horen getuigen. Herzieningsverzoek.CTG heeft herzieningsverzoek huisarts toegewezen, omdat door de huisarts meegebrachte getuige niet is gehoord. Verwijzing naar RTG voor nieuwe behandeling en horen getuige.Zitting gepland. Aangekondigd ter zitting gelegenheid om de door partijen meegebrachte getuigen te horen.Ter zitting is gemachtigde van huisarts zonder getuige verschenen. Gemachtigde: niet duidelijk of getuige zou worden gehoord, college had getuige moeten oproepen en getuige had tijdens mondeling vooronderzoek moeten worden gehoord.College: zitting bij uitstek de gelegenheid om getuige te horen. Het had de huisarts duidelijk moeten zijn dat getuige zou worden gehoord. Dat huisarts heeft afgezien van (laten) horen getuige ter zitting komt voor haar rekening en risico. Het college handhaaft de oorspronkelijke beslissing van het CTG van 15 januari 2021.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:174 Raad van Discipline Amsterdam 22-574/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de deken kennelijk ongegrond. Verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad door te oordelen dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding wat betreft de betaling van het griffierecht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:175 Raad van Discipline Amsterdam 22-573/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk en voor het overige kennelijk ongegrond. Klaagster heeft haar klacht tegenover het verweer van verweerder niet onderbouwd.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2022:16 Kamer voor het notariaat Amsterdam 709196 / NT 21-56 704691 / NT 21-39

    De kern van de klacht van klager, die klager in verzet heeft herhaald, vormt de bepaling over de kostenverdeelsleutel met betrekking tot de servicekosten, zoals deze kennelijk sinds 1962 voor de flatbewoners geldt en die ongewijzigd is gehandhaafd in de splitsingsakte.5.6.      Dat de notaris uit eigen beweging erop had moeten toezien dat deze kostenverdeelsleutel in de splitsingsakte (of de akte van statutenwijziging) werd aangepast volgt de kamer niet. De notaris is gehouden zijn ministerie te verlenen conform artikel 21 Wna tenzij naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde of wanneer hij gegronde redenen voor weigering heeft. Daarvan was in het gegeven geval geen sprake. Nu de notaris in opdracht van het bestuur van de CFV, dat geacht mag worden de CFV rechtsgeldig te kunnen vertegenwoordigen, de akte statutenwijziging en de splitsingsakte heeft opgemaakt en gepasseerd en er geen gegronde redenen aanwezig waren om zijn ministerie te weigeren, heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet verwijtbaar gehandeld. Dat de notaris gehouden was in te grijpen om het kennelijk bestaande conflict tussen klager en het bestuur van de CFV op te lossen valt niet in te zien. Indien klager wijziging van de bepaling(en) omtrent de kostenverdeelsleutel wenst, dient hij daarvoor ofwel het bestuur van de CFV te adresseren ofwel zich te wenden tot de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:176 Raad van Discipline Amsterdam 22-586/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.