Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 11-20 van de 309 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:17 Raad van Discipline Amsterdam 21-500/A/NH

    Klacht is gegrond. Verweerder die als advocaat in loondienst was van klagers advocatenkantoor, mocht niet optreden tegen zijn voormalige werkgever in een procedure en geen interne kantoorcommunicatie in die procedure inbrengen.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:5 Accountantskamer Zwolle 21/647 Wtra AK

    Klacht tegen accountant in business. Klacht gedeeltelijk gegrond. Strijd met fundamentele beginselen van integriteit en vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Oplegging maatregel van berisping. Betrokkene heeft de grens tussen haar professionele werkzaamheden en haar privé transacties en relatie niet goed afgebakend. Ook is zij zich niet voldoende bewust geweest van de risico’s van onzorgvuldige en soms ongeordende handelingen als bestuurder. Los van deze bijzondere context zou een zwaardere maatregel op zijn plaats zijn geweest.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2426

    Klacht tegen arts. Klager is uitgevallen op het werk en werd onder meer begeleid door de arts. Klager verwijt de arts dat zij ten onrechte niet heeft ingegrepen in het re-integratietraject, dat zij niet onafhankelijk is geweest en niet heeft gekeken naar de gezondheid van klager en dat de opgestelde AML niet volledig is. Daarnaast heeft de gemachtigde van klager (tevens klagers moeder) geklaagd dat de dossiervoering niet correct is waar het passages over haarzelf betreft. De klacht over de dossiervoering is kennelijk niet-ontvankelijk omdat deze klacht geen betrekking heeft op de zorglening aan klager. Overige klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:6 Accountantskamer Zwolle 21/1056 Wtra AK

    Klaagster werkte samen met een tandarts in een kostenmaatschap. Betrokkene had de opdracht de jaarlijkse kostenverdeling voor de kostenmaatschap op te stellen. Gaandeweg wilde de tandarts nieuwe afspraken, omdat de kosten voor het baliepersoneel – die de tandarts voor haar rekening nam – flink waren gestegen. Klaagster verwijt betrokkene dat hij in de daarop gevolgde onderhandelingen en bemiddelingstraject een partijdige rol heeft ingenomen.De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond. Vrij kort nadat een overleg niet had geleid tot nieuwe afspraken tussen klaagster en de tandarts, heeft klaagster een andere accountant gevraagd haar belangen te behartigen. Vanaf dat moment was de objectiviteit van betrokkene, zo die al in het geding is geweest, niet langer bedreigd. Er bestond dan ook geen aanleiding om maatregelen te nemen, laat staan de opdracht terug te geven.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2022:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2427

    Klacht tegen verpleegkundige. Klager is uitgevallen op het werk en werd onder meer begeleid door de verpleegkundige. Klager verwijt de verpleegkundige dat zij zonder toestemming medische gegevens heeft willen opvragen en dat zijn zich voordoet als bedrijfsarts. Daarnaast klaagt de gemachtigde van klager (tevens klagers moeder) over de dossiervoering waar het passages over haarzelf betreft. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige voldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij BIG-geregistreerd verpleegkundige was, werkzaam als verzuimbegeleider. Het college stelt vast dat de medische gegevens uiteindelijk niet zijn opgevraagd, omdat de toestemming van klager daartoe ontbrak. De klacht over de dossiervoering is kennelijk niet-ontvankelijk omdat deze klacht geen betrekking heeft op de zorglening aan klager. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.054

    C2021.054 Klacht tegen huisarts. Klager is de zoon van een overleden patiënte van de huisarts. Patiënte was een oudere vrouw die al jaren last had van door vocht opgezette benen met wonden erop. Haar benen werden al die tijd iedere dag verzorgd door verzorgenden van de thuiszorgorganisatie. Patiënte is uiteindelijk met spoed in het ziekenhuis opgenomen en daar enkele weken later overleden. Klager verwijt de huisarts dat er in een bepaalde periode geen huisbezoek bij patiënte is afgelegd, geen bloedonderzoek is gedaan en geen juiste inschatting is gemaakt van de ernst van de wonden aan het been van patiënte. Bovendien verwijt hij de huisarts dat er in die periode niet rechtstreeks met de thuiszorg is gecommuniceerd: de communicatie is alleen via de praktijkassistentes verlopen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.053

    C2021.053 Klacht tegen huisarts. Klager is de zoon van een overleden patiënte van de huisarts. Patiënte was een oudere vrouw die al jaren last had van door vocht opgezette benen met wonden erop. Haar benen werden al die tijd iedere dag verzorgd door verzorgenden van de thuiszorgorganisatie. Patiënte is uiteindelijk met spoed in het ziekenhuis opgenomen en daar enkele weken later overleden. Klager verwijt de huisarts dat er in een bepaalde periode geen huisbezoek bij patiënte is afgelegd, geen bloedonderzoek is gedaan en geen juiste inschatting is gemaakt van de ernst van de wonden aan het been van patiënte. Bovendien verwijt hij de huisarts dat er in die periode niet rechtstreeks met de thuiszorg is gecommuniceerd: de communicatie is alleen via de praktijkassistentes verlopen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:223 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.023

    C2021.023Klacht tegen orthodontist. Klaagster heeft zich eind 2012 tot de orthodontist gewend in verband met de door haar gewenste correctie van de stand van enkele tanden in haar onderkaak. Begin 2013 is de behandeling gestart, onder meer bestaande uit het plaatsen van vaste apparatuur op de boven- en onderkaak. In 2014 is deze apparatuur verwijderd. Klaagster verwijt de orthodontist dat hij 1) haar niet althans onvoldoende heeft geïnformeerd over de behandeling, zodat geen sprake is van een informed consent, 2) haar na de diagnose wortelresorptie niet heeft geïnformeerd over de te verwachten gevolgen en risico’s daarvan en de behandeling ten onrechte en zonder overleg heeft voortgezet, en 3) zijn dossierplicht heeft geschonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:24 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.260

    C2020.260 Klacht tegen psychiater. Klager is door een basisarts onderzocht in verband met een rijbewijskeuring. De psychiater is deels aanwezig geweest en heeft de rapportage mede-ondertekend. Klager vindt dat de psychiater onvoldoende invulling heeft gegeven aan het correctierecht en dat niet gewezen is op de klachtmogelijkheden. De psychiater heeft tijdens de tuchtklachtprocedure de rapportage aangepast, waarop klager de klacht heeft ingetrokken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft in een tussenbeslissing besloten dat de behandeling van de klacht uit algemeen belang dient te worden voortgezet door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft in een eindbeslissing de klacht gegrond verklaard en een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:224 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.276

    C2020.276Klacht tegen tandarts. De beklaagde tandarts heeft in 2019 bij klager boven in de mond een 10-delige brug geplaatst. De klacht bestaat uit elf onderdelen. Klager verwijt de tandarts onder meer dat hij hem onbehoorlijk heeft bejegend, dat hij onjuist heeft gefactureerd, dat hij het door klager te veel betaalde bedrag niet aan klager heeft terugbetaald en dat hij het medisch dossier van klager niet heeft doorgestuurd naar de nieuwe tandarts van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard, de tandarts ter zake daarvan de maatregel van waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en komt ambtshalve tot een andere beoordeling van klachtonderdeel 10. Het Centraal Tuchtcollege verklaart dit klachtonderdeel ongegrond, met instandhouding de opgelegde van de maatregel van berisping.