Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 174 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1039/DB/MN/W

    De omstandigheid dat een kantoorgenoot van de beklaagde advcocaat, tevens  naamgever van het kantoor, voorheen lid is geweest van de Raad van Discipline, is niet zo'n uitzonderlijke omstandigheid die zwaarwegende aanwijzingen oplevert voor het oordeel van de tuchtrechters in kwestie vooringenomen is tegen verzoeker, althans dat de vrees daarvoor bij verzoeker objectief gerechtvaardigd is. Dit geldt eveneens voor de bezwaren van verzoeker tegen processuele belissingen van de kamer van de raad. Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1053

    Klager is in 2019 aan zijn wervelkolom geopereerd. De klacht heeft betrekking op de zorgverlening door de huisarts na de operatie. Klager verwijt de huisarts a) dat de door hem geregelde eerstelijnsopvang onder de maat was, b) dat er is geen wondcontrole is geweest en het verband werd niet verschoond, c) dat hij in de kerstvakantie niet bereikbaar was, d) dat hij geen goed medicijn wist voor te schrijven tegen duizeligheid, e) dat hij geweigerd heeft slaapmedicatie voor te schrijven, f) dat hij onjuiste informatie in het dossier heeft opgenomen, g) dat hij zonder klagers toestemming de zorg heeft overgedragen aan een collega en h) dat hij zich onvoldoende heeft ingespannen om informatie te vergaren over het verloop van de operatie in het ziekenhuis waar deze had plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep van klager voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1045

    Klacht tegen huisarts. Vader en moeder zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure en hebben het gezamenlijke gezag over hun dochtertje. De moeder heeft na een ongelukkige val van haar dochtertje in de speeltuin met haar dochtertje de huisarts bezocht. De beklaagde huisarts heeft het dochtertje behandeld. De klacht houdt in dat de huisartsenpraktijk klager niet op de hoogte stelt van ernstige meldingen over zijn dochter terwijl hij ook het gezag heeft. Het Regionaal Tuchtcollege overweegt dat er geen sprake was van een ingrijpende medische behandeling van klagers dochtertje, zodat de huisarts mocht uitgaan van de veronderstelde toestemming van klager voor die behandeling en de huisarts klager niet daarover niet speciaal hoefde te informeren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1005

    Klacht tegen huisarts. Klager is van een ladder van twee meter hoogte gevallen. De beklaagde huisarts was die dag als waarnemend huisarts werkzaam en heeft een huisvisite bij klager afgelegd. Zij heeft klager onderzocht en aan de hand van haar bevindingen een afwachtend beleid met rust en pijnstilling (diclofenac en paracetamol) ingesteld. Klager verwijt beklaagde dat zij: 1. de diagnose van een wervelfractuur, dan wel de verdenking daarop, heeft gemist en klager voor röntgendiagnostiek naar het ziekenhuis had moeten doorverwijzen, aangezien er sprake was van een val van grote hoogte, hetgeen als hoogenergetisch trauma gekwalificeerd moet worden, wat een grote kans op een wervelfractuur geeft; 2. niet heeft voldaan aan haar dossierplicht door onvolledige en onjuiste informatie in het medisch dossier te noteren. Zo staat in het dossier ten onrechte vermeld dat klager op zijn rug is gevallen terwijl dit de bil had moeten zijn, er wordt onderzoek vermeld dat niet heeft plaatsgevonden (controle op klop- en asdrukpijn) en er is geen aantekening van gemaakt dat het letsel hoogenergetisch trauma betrof. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in zijn geheel ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep van klager voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.050

    Klacht tegen verpleegkundige. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat er gerede twijfel bestaat over de vraag of klaagster als naaste betrekking met het indienen van de klacht de wil van de overleden patiënte vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt - onder verbetering van gronden - het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:296 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-919/AL/NN

    Het verzetschrift is buiten de verzettermijn ingediend en ontvangen. Klager is derhalve niet-ontvankelijk in zijn verzet.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:297 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-275/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht van advocatenkantoor over een advocaat. Klager heeft verweerder ingeschakeld om een deelgeschilprocedure jegens de verzekeraar van M., de cliënt van klager, aanhangig te maken. Klager verwijt verweerder dat hij een beroepsfout heeft gemaakt. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is aan de vertegenwoordiger van klager verzocht toe te lichten of en zo ja in welk eigen belang klager zich door het in de klachtomschrijving bedoelde nalaten van verweerder getroffen achtte. Deze heeft in antwoord daarop medegedeeld dat hij een eigen en rechtstreeks belang bij de klacht heeft omdat indien zijn cliënt hem aanspreekt, klager vervolgens verweerder kan aanspreken. Voorts heeft klager medegedeeld dat hij ontvankelijk is in zijn klacht omdat verweerder is ingeschakeld door klager en niet door klagers cliënt. De raad stelt vast dat M. in deze procedure zowel door klager als verweerder is bijgestaan. De raad is van oordeel dat enkel M.  in deze een rechtstreeks belang heeft. Klager zelf heeft slechts een afgeleid belang. Een rechtstreeks belang volgt niet uit hetgeen klager heeft aangevoerd. Daarbij acht de raad van belang dat klager de mogelijkheid noemt dat zijn cliënt hem kan aanspreken, maar dat die cliënt dat niet heeft gedaan. De raad verklaart klager derhalve niet-ontvankelijk in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.049

    C2021.049Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De klacht betreft de behandeling van de inmiddels overleden moeder van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in haar klacht, omdat er gerede twijfel bestaat over de vraag of klaagster als naaste betrekking met het indienen van de klacht de wil van de overleden patiënte vertegenwoordigt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt - onder verbetering van gronden - het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-991/DB/LI

    Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een arbeidzaak kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1065

    C2021/1065Klacht tegen bedrijfsarts. Klager maakt verweerder in verband met de zorg die hij als bedrijfsarts had moeten betrachten een aantal verwijten. De klachtonderdelen dat hij klager tot een onnodige operatie heeft gedwongen, dat hij zonder overleg met de behandelend specialist een verkeerde diagnose heeft gesteld, nalatig is geweest bij de re-integratie van klager en heeft geweigerd om klager beter te melden zijn in eerste aanleg gegrond verklaard. Het Regionaal Tuchtcollege heeft ter zake aan verweerder een voorwaardelijke schorsing van drie maanden opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. Het beroep van verweerder slaagt gedeeltelijk. Het Centraal Tuchtcollege acht alleen het klachtonderdeel dat verweerder nalatig is geweest bij de re-integratie gegrond en oordeelt dat de wijze waarop verweerder invulling heeft gegeven aan de zorg die hij in zijn functie van bedrijfsarts had behoren te betrachten, met name vanwege de gebrekkige communicatie en dossiervoering, de maatregel van berisping rechtvaardigt. Ook het Centraal Tuchtcollege gelast publicatie van de beslissing.