Aankondigingen over uw buurt

Zoals bouwplannen en verkeersmaatregelen.

Dienstverlening

Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.

Beleid & regelgeving

Officiële publicaties van de overheid.

Contactgegevens overheden

Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.

Zoekresultaten 1-10 van de 156 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:38 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180010H

    Herzieningsverzoek. De mogelijkheid van herziening van beslissingen van het hof is alleen geopend voor advocaten aan wie een maatregel is opgelegd (art. 1.3 herzieningsprotocol). Het hof oordeelt dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn herzieningsverzoek, omdat hij geen advocaat is over wie een klacht gegrond is verklaard. Reeds op deze grond zal verzoeker in zijn herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:36 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-583/DB/OB

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagsters klagen dat verweerder pas drie dagen na verzending daarvan aan de rechtbank heeft verweerder een afschrift van een bij de rechtbank op de laatste dag van de termijn ingediend verzoekschrift aan de advocaat van klaagster gestuurd. Hierdoor is klaagster benadeeld. Klaagster had indien zij tijdig op de hoogte was gesteld ook zelf een verzoekschrift ingediend, hetgeen vanwege het verstrijken van de termijn nu niet meer mogelijk is, aldus nog steeds klaagsters. De raad volgt klaagsters niet in dat betoog. Het is de verantwoordelijkheid van de advocaat zelf om te waarborgen dat een vervaltermijn niet verstrijkt zonder dat een verzoek is ingediend. Klaagster sub 1 had ervoor kunnen kiezen om zekerheidshalve namens klaagster sub 2 een verzoekschrift in te dienen, welk verzoekschrift klaagster sub 1 had kunnen intrekken zodra was gebleken dat de werkneemster geen verzoek had ingediend. Dat klaagster sub 1 die keuze niet heeft gemaakt kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Van schending van het in gedragsregel 20 besloten liggende te beschermen verdedigingsbelang is in dit geval mede gelet op het voorgaande naar het oordeel van de raad geen sprake geweest. Gedragsregel 21 is voorts niet van toepassing omdat die gedragsregel ziet op een “aanhangig geding”, waarvan in de onderhavige zaak nog geen sprake was, nu het op 6 december 2019 ingediende verzoekschrift een inleidend processtuk betrof.  Voor zover klaagsters klagen over schending van gedragsregel 24 oordeelt de raad dat aan klaagster sub 2 ter zake van overtreding van die gedragsregel, die ziet op de verhoudingen tussen advocaten onderling, geen klachtrecht toekomt, zodat klaagster sub 2 in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Vast staat dat verweerder eerst drie dagen na verzending van het verzoekschrift aan klaagster sub 1 een afschrift van het verzoekschrift heeft gestuurd. In het algemeen bevordert een dergelijke handelwijze niet de oplossing van een geschil tussen de cliënten van de raadslieden en levert het ook geen bijdrage aan een sfeer van onderlinge welwillendheid en vertrouwen.  De raad acht het gemaakte verwijt echter te gering van betekenis en van onvoldoende gewicht om daaraan enige tuchtrechtelijke gevolgen te verbinden. De raad zal de klacht dan ook ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:39 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200022

    Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening in letselschadezaak. Met de raad is het hof van oordeel dat verweerster zich blijkens het dossier op zorgvuldige wijze voor klager heeft ingezet, dat zij intensief contact heef gehad met klager en hem uitgebreid heeft geïnformeerd over de mogelijkheden en de goede en kwade kansen in het kader van de afwikkeling van zijn letselschadezaak. Niet is gebleken dat klager gedurende de behandeling van zijn zaak op enig moment (alsnog) bezwaar heeft gemaakt tegen de door verweerster voorgestelde aanpak en het voorstel om de zaak met een pragmatische regeling af te wikkelen. Met de raad acht het hof het niet opnemen van de posten vermindering pensioenopbouw, inkomensvermindering door werktijdvermindering en wettelijke rente in de (voorlopige) schadestaat  minder zorgvuldig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en constateert het hof dat de zaak van klager is afgerond met een resultaat waarvan niet is gebleken dat dit aan de situatie onvoldoende recht doet. Klachtonderdelen zijn ongegrond, bekrachtiging onder aanvulling van rechtsgronden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-158/DB/LI

    Verweerder heeft niet naar behoren met klager gecommuniceerd en heeft de belangen van klager niet naar behoren heeft behartigd door slechts vier brieven te schrijven en geen kort geding op te starten.   Van dit handelen moet verweerder een serieus tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. In het ontbreken van een tuchtrechtelijk verleden aan de zijde van verweerder, ziet de raad aanleiding om te volstaan met te volstaan met oplegging van een waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-445/DB/OB

    Klacht over optreden advocaat wederpartij in familierechtelijke kwestie. Niet gebleken dat verweerster: onvoldoende professionele afstand heeft gehouden en zich onnodig grievend heeft uitgelaten; feiten heeft geponeerd waarvan zij de onwaarheid redelijkerwijs had moeten kennen; escalerend heeft opgetreden door onvolledige en onredelijke communicatie rondom het onderwerp mediation; escalerend heeft opgetreden door in afwijking van de bij de coach/mediator bekrachtigde afspraken na te laten om binnen een redelijke termijn een voorstel voor een addendum op het ouderschapsplan tussen haar cliënte en klagers aan te leveren dan wel zicht te geven op enige planning hiervoor; en zich in haar rol als advocaat nadrukkelijk heeft geprofileerd als rechter plaatsvervanger en daarmee onvoldoende afstand heeft gehouden tussen beide rollen.  Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-108a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Gelet op de stukken moet het er voor worden gehouden dat beklaagde als dienstdoende chirurg door het brievensysteem dat destijds in het ziekenhuis gebruikt werd, automatisch – en in dit geval ten onrechte – als hoofdbehandelaar op de SEH-brieven van chirurgisch getrieerde patiënten werd vermeld. In ieder geval is duidelijk dat beklaagde in het geval van de patiënte geen hoofdbehandelaar (of regiebehandelaar) was zoals bedoeld in de jurisprudentie op dit punt van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, in de zin dat de hoofdbehandelaar verantwoordelijk is voor het bewaken van de regie over de behandeling. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-142b

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een uroloog. Hier gaat het erom dat beklaagde niet heeft gewaarborgd dat de noodzakelijke cystoscopie werd verricht, althans dat de patiënt over de noodzaak daarvan voldoende werd voorgelicht om daarvan weloverwogen af te zien. Hoewel een blaascarcinoom inderdaad heel onwaarschijnlijk is bij een zo jonge patiënt en het klopt dat de klachten van de patiënt ook konden passen bij een (niet-bacteriële) infectie, was bij de patiënt sprake van de belangrijkste risicofactor voor een blaascarcinoom: roken. Weliswaar stond ook hierover niets in het dossier, maar dat betekent dat beklaagde hiernaar had moeten vragen, evenals naar de eventuele blootstelling aan of het gebruik van nadere stoffen die de blaas (kunnen) beschadigen. Het College ziet in de door beklaagde geschetste feiten en omstandigheden onvoldoende grond om beredeneerd af te wijken van het uitgangspunt dat bij hematurie een cystoscopie behoort te worden verricht. De klacht is, behalve het tweede klachtonderdeel, gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-142a

    Gegronde klacht tegen een uroloog. In dit geval heeft beklaagde op verschillende punten belangrijke steken laten vallen. Hij heeft niet zorgvuldig de anamnese afgenomen, het dossier niet voldoende bijgehouden en niet gewaarborgd dat de noodzakelijke cystoscopie werd verricht, althans dat de patiënt over de noodzaak daarvan voldoende werd voorgelicht om daarvan weloverwogen af te zien. Deugdelijke dossiervoering door artsen is onder alle omstandigheden van belang – ook indien een specialist ‘eigen patiënten’ heeft –, omdat een zorgvuldig bijgehouden decursus voor de arts zelf een betrouwbare geheugensteun vormt bij een onderbreking van de behandeling, de patiënt (of zijn nabestaanden) ook later inzicht kan geven in de afwegingen van de zorgverlener en de zorgverlener in staat stelt om adequaat verantwoording af te leggen als zijn handelen op enig moment ter discussie wordt gesteld. Bij wisseling of opvolging van zorgverleners zijn deugdelijke aantekeningen in het dossier essentieel om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Het dossier schiet in deze opzichten ernstig tekort. Dit heeft er onder andere toe bijgedragen dat de cystoscopie uiteindelijk niet is uitgevoerd, zonder dat de patiënt bij de afweging om dat niet te doen betrokken is. Beklaagde heeft verder erkend dat hij bij de patiënt navraag had behoren te doen naar zijn rookgedrag en eventuele blootstelling aan of gebruik van middelen waarvan bekend is dat zij de blaas (kunnen) beschadigen, maar dat hij dit niet heeft gedaan. Dat beklaagde van het roken niet op de hoogte was, was het gevolg van het onzorgvuldig afnemen van de anamnese. Klacht in alle onderdelen gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 127/2020

    Klacht tegen psychiater over tekortschietende rapportage. Beklaagde heeft zijn rol als regiebehandelaar niet goed vervuld. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-108b

    Ongegronde klacht tegen een arts. Het College is op basis van de in de brief aan de huisarts gemaakte notities en de toelichting van klager en beklaagde van oordeel dat beklaagde op goede gronden geen aanleiding zag om nader onderzoek te verrichten naar een eventuele diepveneuze trombose (DVT) bij patiënte. Dat beklaagde op grond van de anamnese en het lichamelijk onderzoek bij de patiënte de waarschijnlijkheidsdiagnose tendinitis of overbelasting heeft gesteld, acht het College verdedigbaar. Daarom mocht beklaagde op dat moment ook een behandeladvies verstrekken dat paste bij deze waarschijnlijkheidsdiagnose, zonder gebruik te maken van de genoemde richtlijnen, passend bij een DVT. Bij dit alles neemt het College in aanmerking dat de patiënte zich zonder verwijzing van de huisarts had gewend tot de SEH en dat de klachten pas sinds een dag bestonden. Verder bleek bij het onderzoek naar de knieholte van de patiënte geen sprake te zijn van een zwelling of bewegingsbeperking, is roodheid niet genoteerd en is – gelet op de overigens gedetailleerde notities – om die reden ook niet aannemelijk dat daar op dat moment sprake van was. De patiënte heeft tijdens haar bezoek aan de SEH een behandeladvies gekregen, te weten pijnstilling, en beklaagde heeft gezorgd voor een vangnetconstructie: de patiënte is verteld dat zij zich bij aanhoudende klachten moest wenden tot haar huisarts. Dit alles is ook aangetekend in de op dezelfde dag opgestelde ontslagbrief aan de huisarts. Continuïteit van zorg was aldus afdoende gewaarborgd. Klacht ongegrond verklaard.